HvA,
leerjaar
1,
project
blok
4:
Ondernemen
Boek:
‘’Ondernemerschap
in
hoofdlijnen’’
Hoofdstuk
1:
Ondernemerschap
1.1
Ondernemerschap
gedefinieerd
Coördinatie
van
ondernemerschap:
Wordt
bedoeld
dat
de
ondernemer
fungeert
als
brug
tussen
de
verschillende
productiemiddelen
(natuurlijke
hulpbronnen,
financiële
hulpbronnen
en
arbeid)
door
toepassingen
te
bedenken
voor
nieuwe
kennis
en
inzichten
en
deze
te
laten
uitvoeren.
Arbitrageant:
Speelt
de
ondernemer
de
rol
van
het
kopen
en
verkopen
van
producten
en
hieruit
winst
op
te
maken.
Innovatie:
Mogelijkheden
die
nog
niet
(ten
volle)
zijn
benut
door
anderen.
Ondernemer:
Een
ondernemer
is
iemand
die
nieuwe
combinaties
uitvoert
en
daarmee
discontinuïteit
veroorzaakt.
Ondernemerschap
/
ondernemen:
Het
uitvoeren
van
nieuwe
combinaties
waarbij
discontinuïteit
wordt
veroorzaakt.
Nieuwe
combinaties
kunnen
worden
gevonden
door:
1. Het
introduceren
van
een
nieuwe
product
of
dienst.
2. Het
introduceren
van
nieuwe
productieprocessen.
3. Het
aanboren
van
nieuwe
markten.
4. Het
gebruikmaken
van
andere
grondstoffen
of
halffabricaten.
Discontinuïteit:
Dat
een
ondernemer
waarde
creëert
die
tot
dan
toe
nog
niet
beschikbaar
was
voor
de
maatschappij.
Het
gaat
om
een
onderneming
die
iets
aanbiedt
waar
vraag
naar
is
en
waarvoor
klanten
bereid
zijn
te
betalen.
2
typen
ondernemers:
1. Organiserende
ondernemer;
start
een
nieuw
bedrijf
en
leidt
vervolgens
als
manager
het
bedrijf,
zonder
dat
er
sprake
is
van
iets
wezenlijk
innovatiefs.
2. Innovatieve
ondernemer;
die
ideeën
en
uitvindingen
vertaalt
in
economisch
haalbare
projecten,
zonder
dat
er
een
bedrijf
wordt
gestart
en
gemanaged.
Een
organiserende
ondernemer
maakt
meer
gebruik
van
managementvaardigheden
en
de
innovatieve
ondernemer
maakt
meer
gebruik
van
analytische
vaardigheden
en
technische
kennis.
,1.2.
Ondernemerschapsspectrum
De
3
o’s
van
ondernemen:
-‐ Ondernemer;
de
persoon.
-‐ Onderneming;
de
organisatie.
-‐ Onderpand;
de
financiën
Ondernemerschapsspectrum
(specifieke
attitude,
ondernemende
houding):
1. Competenties
op
persoonsniveau.
2. Competenties
op
uitvoerend
niveau.
3. Competenties
op
strategisch
niveau.
Competenties
op
persoonsniveau:
-‐ Doorzettingsvermogen
hebben.
-‐ Zelfopgelegde
standaarden
nastreven.
-‐ Omgaan
met
tegenslag.
-‐ Zelfvertrouwen
hebben,
zelfsturend
zijn.
-‐ Risico’s
nemen.
-‐ Initiatief
nemen
/
verantwoordelijkheden
zoeken.
-‐ Ambitieus
en
energiek
zijn.
-‐ Met
tweeslachtigheid
en
onzekerheid
kunnen
omgaan.
Competenties
op
uitvoerend
niveau:
-‐ Doelen
stellen.
-‐ Interpersoonlijke
vaardigheden
(het
overtuigen
van
anderen).
-‐ Communicatieve
vaardigheden.
-‐ Vaardig
in
het
denken.
-‐ Externe
partijen
gebruiken.
-‐ Kennis
vergaren.
-‐ Financiële
vaardigheden.
-‐ Bedrijfskundige
kennis.
Competenties
op
strategisch
niveau:
-‐ Een
ondernemer
weet
hoe
hij
winstgevende
kansen
kan
ontdekken.
-‐ Een
ondernemer
weet
hoe
hij
aantrekkelijke
markten
kan
identificeren.
-‐ Een
ondernemer
weet
op
welke
manier
hij
bezittingen
kan
gebruiken
om
een
onderneming
te
starten.
-‐ Een
ondernemer
weet
op
welke
manier
hij
concurrentievoordeel
kan
creëren.
Een
organisatorische
ondernemer
maakt
gebruik
van
persoons-‐
en
uitvoerend
niveau
en
een
innovatieve
ondernemer
zal
bekwaamheden
op
strategisch
niveau
bezitten.
1.3.
Ondernemerschap
in
Nederland
Men
kan
ondernemerschap
op
een
beleidsniveau
onderzoeken
(macroniveau),
maar
ook
op
een
niveau
van
de
ondernemer
zelf
(microniveau).
, 1.3.1.
Macroanalyse
Bijvoorbeeld
het
vergelijken
van
het
ondernemerschap
in
Nederland
met
andere
landen.
Intrapreneurship:
Ondernemerschap
in
loondienst.
1.3.2.
Microanalyse
Problemen
van
ondernemers:
-‐ Te
late
betaling
door
klanten.
-‐ Sterke
concurrentie.
-‐ Het
voeren
van
de
financiële
administratie.
-‐ Het
ontwikkelen
van
afzetgebieden.
-‐ Een
laag
rendement
van
de
onderneming.
-‐ De
prijsstelling
(prijs
bepalen
van
eigen
producten).
1.4.
Starten
van
een
onderneming
Starten
van
een
onderneming:
1. Nadenken;
ondernemingsplan
schrijven.
2. Registreren;
bij
de
Kamer
van
Koophandel.
3. Handelen;
het
aan
de
slag
gaan,
echt
een
bedrijf
oprichten.
Succesvolle
onderneming:
Wanneer
een
onderneming
na
30
maanden
nog
bestaat.
Hoofdstuk
2:
Ondernemingsplannen
2.1.
Onderdelen
van
een
ondernemingsplan
Ondernemingsplan:
Een
document
waarin
het
idee
van
de
ondernemer
verder
wordt
uitgediept.
Doeleinden
van
een
onderneming:
-‐ Om
na
te
gaan
of
het
idee
haalbaar
is
en
voldoende
oplevert.
-‐ Wordt
gebruikt
als
projectplan
(uitgeschreven
activiteiten).
-‐ Wordt
gebruikt
om
investeerders
of
financiers
te
overtuigen.
3
onderdelen
van
het
ondernemingsplan:
1. Een
onderdeel
waarin
een
onderneming
haar
strategie
uitwerkt,
het
strategisch
plan.
2. Een
onderdeel
waarin
de
commerciële
mogelijkheden
worden
onderzocht,
het
commerciële
plan.
3. Een
financieel
deel
waarin
de
resultaten
worden
berekend
en
onderbouwd,
het
financiële
plan.
Consequenties
berekend
van
de
eerdere
2
plannen.