Civielrechtelijke en strafrechtelijke
groepsaansprakelijkheid vergeleken
Literatuur
Over artikel 140 Sr
- M.M. Dolman, ‘Van bandieten en jihadisten: deelneming aan
misdadige organisaties’, Strafblad 2006, p. 134-146, te downloaden
via digitale tijdschriften van UU-bibliotheek
- F.G.H. Kristen, ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen en
strafrecht’, in: Maatschappelijk verantwoord ondernemen
(Handelingen Nederlandse Juristenvereniging 2010), Deventer:
Kluwer 2010, p. 151-155 (pdf)
Over artikel 6:166 BW
- A.S. Hartkamp & C.H. Sieburgh, Mr. C. Assers Handleiding tot de
beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht.
Verbintenissenrecht. Deel IV De verbintenis uit de wet, Deventer:
Kluwer 2015, nrs. 127-128 (pdf)
- R.J.B. Boonekamp, ‘De psychische sfeer rondom de
aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad in groepsverband anno
2014’, Verkeersrecht 2014/29, via Kluwer Navigator
Jurisprudentie
Over artikel 140 Sr
- HR 8 oktober 2002, NJ 2003/64 (Wetenschap)
- HR 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8470 (Clickfonds)
- HR 15 mei 2007, NJ 2008/559, m.nt. P.A.M. Mevis (Drugstransport)
- HR 22 januari 2008, NJ 2008/72 (XTC pillen II)
- HR 15 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:400 (Geen
deelnemingsgedraging)
Over artikel 6:166 BW
- HR 2 oktober 2015, NJ 2016/194 m.nt. Hartlief (TVM c.s.)
- Rb. Zeeland-West Brabant 18 februari 2015,
ECLI:NL:RBZWB:2015:1557 (Groepsaansprakelijkheid en
uitgaansgeweld)
- Hof ’s-Hertogenbosch 10 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1832
(Groepsaansprakelijkheid en diefstal van elektriciteit)
Leeswijzer
, In de samenleving kunnen burgers niet alleen als individuen optreden. Zij
kunnen zich ook als groep manifesteren. Bij een groepsgewijs optreden
kan de impact voor slachtofers en samenleving aanmerkelijk groter zijn
dan bij individueel optreden. Dit wordt onderkend in zowel het
strafrechtelijk aansprakelijkheidsrecht als het civielrechtelijke
aansprakelijkheidsrecht. Beide kennen een vorm van aansprakelijkheid
van groepen. In het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht gaat het om
echte groepsaansprakelijkheid, in het strafrechtelijk
aansprakelijkheidsrecht betreft het individuele aansprakelijkheid voor een
bijdrage aan een groep. In deze week staan daarbij centraal de
groepsaansprakelijkheid van artikel 6:166 BW en de deelneming aan de
criminele organisatie van artikel 140 Sr. Voor beide komen de redenen
voor het vestigen van aansprakelijkheid van groepen respectievelijk de
bijdrage aan een groep aan bod. Voorts wordt voor beide ingegaan op de
wettelijke en de jurisprudentiële voorwaarden om te komen tot deze
vormen van groepsaansprakelijkheid. Vervolgens worden beide vormen
van groepsaansprakelijkheid met elkaar vergeleken: zijn er
overeenkomsten en verschillen? In de rechtspraktijk blijkt dat beide in een
zaak aan de orde kunnen zijn. Ten behoeve van schadeverhaal stellen
professionele partijen een civielrechtelijke actie in op grond van artikel
6:166 BW en voeren daartoe aan dat gedaagden reeds in een
strafrechtelijke procedure zijn veroordeeld wegens deelneming aan een
criminele organisatie (art. 140 Sr). De vraag die dan rijst of bij bewijs van
deelneming aan een criminele organisatie sprake zijn van
groepsaansprakelijkheid op de voet van artikel 6:166 BW. De samenhang
tussen artikel 140 Sr en artikel 6:166 BW komt in deze week aan bod.
Leerdoelen
Na bestudering van de literatuur en de jurisprudentie en het volgen van de
colleges:
Heeft de student kennis van en inzicht in de argumenten voor
afwijking van individuele aansprakelijkheid en het erkennen van
groepsaansprakelijkheid;
Heeft de student kennis van en inzicht in grondslagen, wettelijke en
jurisprudentiële toepassingsvoorwaarden en begrenzingen van de
strafrechtelijke ‘groepsaansprakelijkheid’ van artikel 140 Sr;
Heeft de student kennis van en inzicht in de grondslagen, wettelijke
en jurisprudentiële toepassingsvoorwaarden en begrenzingen van de
civielrechtelijke groepsaansprakelijkheid van art. 6:166 BW;
Kan de student een vergelijking maken tussen civielrechtelijke
groepsaansprakelijkheid en strafrechtelijke groepsaansprakelijkheid:
waarom wel groepsaansprakelijkheid in het civiele recht, en niet in
het strafrecht?