Hoofdstuk 2 De Tweede Wereldoorlog
Fascistische landen = landen die geen tegenstand wensen en daarmee het leven van het volk bepalen.
(Dictatuur)
Paragraaf 2 Hitler komt aan de macht
In 1934 hadden belangrijke Nazi’s (aanhangers van de Nazi’s) belangrijke toespraken.
Ze noemden dit de Rijkspartijdagen. Deze toespraken werden druk bezocht, soms wel door 450.000
mensen.
- Het volk zag Hitler als een soort halfgod, de grootse Duitser van de geschiedenis.
- Het volk was heel trots op Hitler en ze groetten hem met “Heil”
- De Nazi’s hadden bepaalde ideeen. Deze ideeen werden gesterkt door het volk, omdat
de eerste wereldoorlog erg teleurstellende eindigde voor de Duitsers.
- Het verdrag van Versaille legde beperkingen op voor de Duitsers
1) Duitsland raakte grote stukken land kwijt
2) Ze moesten veel herstelbetalingen betalen aan de geallieerden
3) Er mocht maar een klein beroepsleger overblijven
Gevolgen van dit verdrag van Versaille voor de meeste Duitsers waren:
a) Duitsland kon slecht herstellen van de oorlog
b) De economie kwam slecht op gang
c) Veel werkeloosheid
d) Onrust op straat.
Er was na de 1e wereldoorlog een nieuwe democratische regering, maar die kon door de oplegging van
het “Verdrag van Versaille” weinig doen voor het volk. Het volk had daarom geen vertrouwen meer in
de regerende partijen.
, Hitler kon daar van profiteren!!
- Hij richtte de NSDAP op. Hitler was de leider
- Deze partij had extreme oplossingen voor de problemen van Duitsland
NSDAP = Nationaalsocialistische Duitse Arbeiders Partij opgericht in 1919
Nationaalsocialisten = aanhangers van de NSDAP, ook wel NAZI’s genoemd
De NSDAP had de volgende ideeen:
1) 1 partij, 1 leider! Alleen een sterke leider (Fuhrer) kon de Duitse problemen oplossen.
Een democratie met meerdere leiders zouden de problemen niet kunnen oplossen
2) Nationalisme. Duitsers moesten weer trots worden op hun land. Alle gebieden waar
duitssprekende mensen woonden, moesten weer in bezit komen van Duitsland. Hitler
wilde zo in Midden Europa 1 groot Duits Rijk vormen
3) Militarisme. Nazi’s moesten knokploegen worden (strijders). In strijd kon men zich
bewijzen en leiderschap tonen.
4) Rassenleer. Volgens de Nazi’s waren zijzelf een superieur Arisch ras van Germanen
Ook wel “Ubermensen” genoemd. Dit superieure ras mocht niet gemengd worden met lagere
soorten rassen (Untermenschen), zoals Joden, Roma en Sinti (Zigeuners). Zo ontstond de
Jodenhaat.
Ubermenschen = het superieure Ras van de Germanen, zoals de Nazi’s zich zelf noemden.
Untermenschen = een lager soort Ras dan de Ubermenschen, zoals Joden, Roma en Sinti.
Antisemitisme = Jodenhaat van de Nationaalsocialisten (Nazi’s). Dit zal de grootste misdaad uit
de geschiedenis worden.
Voorbeelden hoe het volk moest geloven in het Nationaal Socialisme.
- Kinderen werden geindoctrineerd door docenten. Vooral de Hitlergroet was belangrijk
(HEIL)
- Het volk moest luisteren naar de radio “Volksempfanger” waarin de ideeen van Hitler
werden besproken. Een volkempfanger was goedkoop zodat het hele volk eentje kon
kopen.
Fascistische landen = landen die geen tegenstand wensen en daarmee het leven van het volk bepalen.
(Dictatuur)
Paragraaf 2 Hitler komt aan de macht
In 1934 hadden belangrijke Nazi’s (aanhangers van de Nazi’s) belangrijke toespraken.
Ze noemden dit de Rijkspartijdagen. Deze toespraken werden druk bezocht, soms wel door 450.000
mensen.
- Het volk zag Hitler als een soort halfgod, de grootse Duitser van de geschiedenis.
- Het volk was heel trots op Hitler en ze groetten hem met “Heil”
- De Nazi’s hadden bepaalde ideeen. Deze ideeen werden gesterkt door het volk, omdat
de eerste wereldoorlog erg teleurstellende eindigde voor de Duitsers.
- Het verdrag van Versaille legde beperkingen op voor de Duitsers
1) Duitsland raakte grote stukken land kwijt
2) Ze moesten veel herstelbetalingen betalen aan de geallieerden
3) Er mocht maar een klein beroepsleger overblijven
Gevolgen van dit verdrag van Versaille voor de meeste Duitsers waren:
a) Duitsland kon slecht herstellen van de oorlog
b) De economie kwam slecht op gang
c) Veel werkeloosheid
d) Onrust op straat.
Er was na de 1e wereldoorlog een nieuwe democratische regering, maar die kon door de oplegging van
het “Verdrag van Versaille” weinig doen voor het volk. Het volk had daarom geen vertrouwen meer in
de regerende partijen.
, Hitler kon daar van profiteren!!
- Hij richtte de NSDAP op. Hitler was de leider
- Deze partij had extreme oplossingen voor de problemen van Duitsland
NSDAP = Nationaalsocialistische Duitse Arbeiders Partij opgericht in 1919
Nationaalsocialisten = aanhangers van de NSDAP, ook wel NAZI’s genoemd
De NSDAP had de volgende ideeen:
1) 1 partij, 1 leider! Alleen een sterke leider (Fuhrer) kon de Duitse problemen oplossen.
Een democratie met meerdere leiders zouden de problemen niet kunnen oplossen
2) Nationalisme. Duitsers moesten weer trots worden op hun land. Alle gebieden waar
duitssprekende mensen woonden, moesten weer in bezit komen van Duitsland. Hitler
wilde zo in Midden Europa 1 groot Duits Rijk vormen
3) Militarisme. Nazi’s moesten knokploegen worden (strijders). In strijd kon men zich
bewijzen en leiderschap tonen.
4) Rassenleer. Volgens de Nazi’s waren zijzelf een superieur Arisch ras van Germanen
Ook wel “Ubermensen” genoemd. Dit superieure ras mocht niet gemengd worden met lagere
soorten rassen (Untermenschen), zoals Joden, Roma en Sinti (Zigeuners). Zo ontstond de
Jodenhaat.
Ubermenschen = het superieure Ras van de Germanen, zoals de Nazi’s zich zelf noemden.
Untermenschen = een lager soort Ras dan de Ubermenschen, zoals Joden, Roma en Sinti.
Antisemitisme = Jodenhaat van de Nationaalsocialisten (Nazi’s). Dit zal de grootste misdaad uit
de geschiedenis worden.
Voorbeelden hoe het volk moest geloven in het Nationaal Socialisme.
- Kinderen werden geindoctrineerd door docenten. Vooral de Hitlergroet was belangrijk
(HEIL)
- Het volk moest luisteren naar de radio “Volksempfanger” waarin de ideeen van Hitler
werden besproken. Een volkempfanger was goedkoop zodat het hele volk eentje kon
kopen.