H1
Een strafbaar feit moet aan 4 voorwaarden voldoen:
Menselijke gedraging > gewilde spierbeweging (als je het niet doet is het nalaten)
Delictsomschrijving > wettelijk vastgestelde gedraging (de wet)
Wederechtelijk > wanneer je in strijd gaat met het recht (iets doet wat niet mag)
Schuld te wijten > de verdachte had anders kunnen handelen maar niet gedaan
Legaliteitsbeginsel: voordat de gedraging plaatsvindt moet het in de wet strafbaar zijn
gesteld
Elementen: wederrechtelijkheid en schuld (ongeschreven voorwaarden om iemand te
straffen)
Bestanddelen: onderdelen van een delictsomschrijving (staat in tenlastelegging en moet
bewezen verklaard worden door de rechter)
Boek 2: misdrijven
Boek 3: overtredingen
Formele delicten: De activiteit wordt strafbaar gesteld (gevolg niet van belang)
Materiele delicten: manier hoe iets wordt gedaan is niet belangrijk, alleen het gevolg van het
strafbare feit.
Commissiedelicten: het handelen is strafbaar (strafbare feiten plegen)
Omissiedelicten: het nalaten is strafbaar (niet ingrijpen bij situaties)
Gronddelicten: bepaalde gedraging strafbaar gesteld
Gekwalificeerd delict: ernstiger delict dan het gronddelict (gaat over zelfde delict maar word
wat extra’s toegevoegd)
Geprivilegieerd delict: lichtere variant van het gronddelict met lagere straf
H2
Element wederrechtelijkheid: in strijd met het recht
Bestanddeel wederrechtelijkheid: andere betekenissen opgenomen in de
delictsomschrijving: (om acceptabel gedrag niet strafbaar te stellen)
Betekenis 1: (Leer van Remmelink)
Zonder toestemming van de rechthebbende
Privaatrechtelijke bevoegdheid (toestemming hebben)
Publiekrechtelijke bevoegdheid (vanuit iemand functie is het toegestaan om de
handeling te verrichten) denk aan politieagenten
Betekenis 2:
, Het bestanddeel is een element (bestanddeel is geschreven recht, element niet)
H3
Boos opzet:
Willens en wetens de wet overtreden. De verdachte wist dat zijn handelingen strafbaar zijn.
Kleurloos opzet:
Willens en wetens handelen, maar het is niet van belang of de verdachte wist dat hij de wet
overtrad.
Verschillende vormen van opzet
Opzet als bedoeling > de verdachte wil en weet dat er een gevolg zou intreden
Opzet als zekerheidsbewustzijn > een ongewild gevolg van de daad treedt in, maar de
verdachte wist dat dit zou gaan gebeuren
Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn > de verdachte pleegt een strafbaar feit en
weet dat waarschijnlijk de gevolgen zullen intreden
Voorwaardelijk opzet: er zijn gevolgen die waarschijnlijk zullen intreden en de
verdachte heeft dit aanvaard
Met een aanmerkelijke kans kun je worden vrijgesproken van deze vormen van opzet
Oogmerk: de verdachte pleegt willens en wetens een strafbaar feit
H4
Culpa > latijns woord voor schuld
Schuld en opzet zijn bestanddelen
Definitie van schuld: de aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid (dus
onvoorzichtig zijn geweest en het kan je verweten worden)
Mate van schuld:
Onvoorzichtigheid
Zorgvuldigheidseisen
Verwijtbaarheid
Aanmerkelijke mate
Zorgvuldigheidseisen: om zorgvuldig te zijn worden er eisen gesteld, die staan in de wet
(regels, bijv. snelheidsregels in het verkeer)
Garantenstellung: iemand die een bepaalde deskundigheid bezit, worden strengere eisen
van verwacht (bijv. dokter)