maatschappij
Hoofdstuk 1: mens en werk
Karl Marx:
- de natuur van de mens licht niet vast, de mens ontwikkeld zich. De mens is verschillend van
een dier doordat we creatief zijn. Door kapitalisme kan de mens niet meer creatief zijn en
vervreemden we van onszelf.
Er zit een tweedeling in de maatschappij:
1. De bezittende klasse = heeft alle productiemiddelen in handen
2. Arbeiders klasse = hebben niks, alleen handen om mee te werken. Ze zijn alleen gericht om te
overleven dus egoïstisch.
Marx ziet een oplossing: REVOLUTIE!
- De arbeiders verenigen zich en komen op tegen de bezittende klasse.
- Ze nemen alle productiemiddelen in handen, schaffen deze af en maken een eind aan privé
bezit.
- De mens leeft samen in een ideale communistische maatschappij. In deze maatschappij is de
mens goed en sociaal.
Hannah Arent:
Hannah deelde de menselijke activiteiten in drie delen:
1. Arbeid = activiteiten die gericht zijn op overleven (opvoeden van kinderen bijvoorbeeld). Wij
zijn niet anders dan dieren met deze acties.
2. Werk = stoffen uit de natuur halen en die gebruiken om ons leven aangenamer te maken.
3. Handelen = zaken die als publieke zaken dienen. De eerste 2 activiteiten kun je alleen doen,
deze niet. Dit is de hoogste menselijke activiteit.
Alain de Botton:
Werk is zo belangrijk geworden dat het deel van onze identiteit is geworden. Er zijn zo veel
specialisaties dat ze baak zinloos overkomen. De kans is klein dat je geluk kan vinden in je werk.
Mensen denken dat ze hier alleen in staan maar dat is niet zo.
Byung-Chul Han:
We leven in een prestatiemaatschappij. Door het zinnetje: ‘Je kunt het’ denk je dat het aan jou zelf
ligt als er iets niet lukt. Je gaat daardoor maat door, dit heet zelfuitbuiting. Door te veel positiviteit
voelen we een grote druk om door te gaan. Dit wordt uiteindelijk te veel en storten we mentaal in.