Hoofdstuk 1
TO = p x q
TO = totale opbrengst = omzet
p = verkoopprijs excl. btw
q = afzet
Soms worden er bij een onderneming naast de omzet andere opbrengsten gemaakt. Deze
incidentele omzet heeft niets te maken met de eigenlijke activiteiten van de handelsonderneming,
maar soms wel van een dienstenonderneming.
Hoofdstuk 2
Er zijn 7 kostensoorten bij de categoriale kostenverdeling
• grond- en hulpstoffen
• arbeid
• duurzame productiemiddelen
• het vermogen
• grond
• diensten van derden
• kostprijsverhogende belastingen
Inkoopwaarde van de omzet bestaat uit de kosten van de verkochte producten (inkoopprijs x afzet).
Bij de waardering van de voorraad wordt vaak een vaste verrekenprijs gebruikt (vvp).
Bij in- of verkoop stijgt de voorraad dan met: aantal inge-/verkochte goederen x vvp.
Afschrijvingskosten = (A – R) / n
A = aanschafwaarde excl. btw
aankoopprijs + bijkomende kosten
R = restwaarde excl. btw
restwaarde – sloopkosten
n = (vermoedelijke) economische levensduur
Transfer price is de prijs die een afdeling in rekening brengt bij een andere afdeling van een
zusterbedrijf voor een geleverd goed of dienst. Degene die het bedrag ontvangt heeft dan te maken
met de opbrengsten, en de andere partij heeft dan kosten.
Hoofdstuk 3
Bedrijfsresultaat = Opbrengsten - Inkoopwaarde van de omzet - Overige bedrijfskosten excl.
interestkosten
Financieringsresultaat = interestopbrengsten – interestkosten
Positief incidenteel resultaat: verkoopprijs excl. btw – boekwaarde ≥ 0
Negatief incidenteel resultaat: verkoopprijs excl. btw – boekwaarde < 0