Geschiedenis
Het internationaal recht regelt het recht tussen staten onderling en is onlosmakelijk verbonden
met geschiedenis. In de oudheid legden volkeren afspraken vast, zoals het respect tonen
jegens elkaar en het erkennen van elkaars grondgebied. In de zesde eeuw voor Christus
legden de klassieke Grieken de basis voor de theorie van natuurrecht. Deze theorie beschrijft
dat logische en rationele regels als basis van de natuur gezien kunnen worden. Deze theorie
zou universeel van toepassing zijn. In de middeleeuwen stond vooral de kerk centraal. De
kerk ontwikkelde rechtsregels voor de kerkelijke rechtsorde en voor gelovigen. Deze hadden
van invloed op de maatschappij, waardoor er ook regelgeving voor handelaren ontstond om
internationale overeenkomsten te reguleren.
Tijdens de renaissance kwam rede en verstand centraal te staan. De Griekse ideeën kwamen
weer in opkomst. Een bekende Nederlandse rechtsgeleerde, Hugo de Groot, stelde dat het
natuurrecht onafhankelijk van God zou bestaan. Volgens hem moesten rechtsbeginselen,
zoals die van het internationaal recht, moeten worden ontleend uit universele waarden. Na de
renaissance werden vrijheid, gelijkheid en broederschap als belangrijke waarden gezien. De
drang van staten om onafhankelijk en zelfstandig te worden werd steeds groter.
Het was de industriële revolutie die ervoor zorgden dat de handel tussen staten toenam. Men
zag er toen de noodzaak ervan in om handel en internationale contracten te verbinden aan
regelgeving. In de twintigste eeuw kwamen toen de twee wereldoorlogen. Het verdrag van
Versailles (1919) werd na de Eerste Wereldoorlog ondertekend, waaruit de Volkenbond
ontstond. Dit was een internationale organisatie, waarmee de samenwerkende staten
probeerden om een eind te maken aan oorlogen. Na de Tweede Wereld Oorlog kwam de
opvolger van de Volkenbond, Verenigde Naties (VN). Het VN Handvest dat als
oprichtingsverdrag diende, werd opgenomen dat staten buiten zelfverdediging alleen geweld
mochten gebruiken op basis van een machtiging van de Veiligheidsraad van de VN.
Internationaal Publiekrecht
De overheid creëert binnen het nationale recht overheidswetten en regelgeving voor burgers.
Bij het internationale recht is het anders. Internationaal stellen staten regelgeving op die zij
belangrijk vinden om daadwerkelijk na te komen. Hiermee wordt ook het Internationaal
publiekrecht mee aangeduid, omdat het tussen staten onderling is. Er is sprake van
internationaal privaatrecht als het om geschillen gaat die natuurlijke personen of
rechtspersonen betreffen. Het internationale recht kent geen centraal systeem van een
handhavende, wetgevende en uitvoerende macht. De staten leven de regels na die zij
onderling hebben afgesproken, omdat zij die belangrijk en waardevol vinden. De handhaving
ligt dus bij de staten zelf. Staten hebben de mogelijkheid om internationale organisaties op te
richten, maar deze staten moeten wel deze organisaties die bevoegdheden toekennen.
De internationale rechtsorde
In de internationale rechtsorde zijn de staten de grootse spelers. Het zijn staten die afspraken
kunnen maken met andere staten en deze vastleggen in verdragen. Uit zo’n verdrag vloeien
rechten en plichten voort. Staten kunnen verdragen sluiten, omdat zij gelijk aan elkaar zijn en
zelfstandig bevoegd zijn om rechtsbetrekkingen met elkaar aan te gaan. Met andere woorden,
staten zijn soeverein. Wanneer een staat zelfstandig bevoegd is om zelf beslissingen te
nemen, toont het hiermee zijn soevereiniteit. Een staat kan zijn soevereiniteit ook kenbaar
maken door middel van haar rechtsmacht. Deze is dan instaat om regels op te stellen of te
handhaven ten aanzien van zijn burgers.
,Staten zijn in het internationale recht afhankelijk of interdependent van elkaar. Zij hebben
elkaar steeds nodig om wederzijdse afspraken te maken over bijvoorbeeld terrorisme of
milieu. Een belangrijk uitgangspunt binnen de internationale rechtsorde is dat staten proberen
vreedzaam naast elkaar leven. Dit wordt ook wel vreedzame co-existentie genoemd (art. 2 lid
3 VN-Handvest).
Internationaal recht binnen de nationale rechtsorde
De doorwerking van het internationale recht in de nationale rechtsorde kan door middel van
de volgende systemen:
1. Monisme
2. Dualisme
1. Monisme
Het internationale recht maakt automatisch deel uit van het nationale recht na de
ondertekening van het verdrag. Volgens de staat vormen het nationale recht en het
internationale recht één rechtsorde. De staat beschouwt de internationale normen als regels
die rechtstreeks verbindend zijn voor haar burgers.
2. Dualisme
De staat beschouwt het nationale recht en internationale recht als twee gescheiden
rechtssferen. Daarnaast ziet de staat de internationaalrechtelijke normen als gericht tot de
staat. De normen moeten eerst worden omgezet in nationaal recht om te gelden voor haar
burgers. Weliswaar is de staat voor het gebonden aan het internationale recht, maar zonder
omzetting naar het nationale recht hebben internationale bepalingen op nationaal niveau geen
betekenis.
Verhoudingen in Nederland:
Nederland kent een gematigd monistisch stelsel. Bepalingen van verdragen en van besluiten
van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben
verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt (art. 93 Gw). Mochten deze botsten met de
Nederlandse regelgeving, dan hebben de internationale regels voorrang (art. 94 Gw). Dit
geldt ook voor regels uit het internationaalrechtelijk gewoonterecht (Nyugat- arrest).
Verdragen worden bekend gemaakt in het Tracatenblad. Als art. 93 Gw van toepassing is,
dan heeft de internationale bepaling een rechtstreekse werking en kan een burger zich hierop
beroepen.
Volgens art. 120 Gw bestaat er wel een toetsingsverbod voor de rechter. Het is niet mogelijk
om een ieder verbindende bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke
organisaties te toetsen aan Grondwet.
Het parlement heeft ook te maken met internationaal recht. De gebondenheid en opzegging
van verdragen vereist een voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal, tenzij in
bepaalde gevalleen anders is bepaalt (art. 91 Gw). Het parlement moet ook toestemming
geven voor een oorlogsverklaring (art. 96 Gw)
, Verdragen
Een verdrag kan gesloten worden tussen een aantal staten. Wanneer een verdrag gesloten is
tussen twee staten, dan spreekt men over een bilateraal verdrag. Als het tussen meer dan
twee staten gesloten is, noemt ment dit een multilateraal verdrag. Een staat kan ook een
verdrag sluiten met een internationale organisatie.
Voorbehoud bij verdragen
Een voorbehoud is een verklaring, afgelegd door een staat bij het ondertekenen van een
verdrag, waarbij een staat aangeeft één of meerdere bepalingen in het verdrag geen of
gewijzigde rechtsgevolgen te geven. De staat die een voorbehoud wil, wil dus eigenlijk een
uitzonderingspositie ten aanzien van bepalingen uit het verdrag.
Totstandkoming van een verdrag:
1. Onderhandelen
2. Paraferen (vaststellen tekst van het verdrag)
3. Ondertekenen
Als de inhoud van het verdrag is vastgesteld en onderhandelingen ten einde
De partijen zijn na ondertekening nog niet gebonden aan de bepalingen uit het
verdrag, maar mogen niet in strijd handelen.
Het ondertekenen verplicht een staat nog niet om het te
bekrachtigen(ratificeren)
Ondertekening vaak onder voorbehoud van bekrachtiging.
Het verdrag is gesloten, maar treed nog niet in werking.
4. Goedkeuring (ratificatie)
Geregeld door het nationale recht (Nederland: art 91 lid 1 Gw)
5. Bekrachtiging
Na de nationale goedkeuring neerleggen van oorkonde van bekrachtiging bij
depositaris (beheerder) van het verdrag.
6. Tractatenblad
Jurisprudentie
Jurisprudentie omvat de rechterlijke uitspraken van de rechters. Het gaat hier dan om
uitspraken die uitgesproken zijn door rechter van internationale organen, ingesteld door een
internationale organisatie. Voorbeelden hiervan zijn het Internationaal Gerechtshof (IGH),
het Europese hof van de Rechten van de Mens (EHRM), het Internationaal Strafhof of een
speciaal ingesteld tribunaal. Daarnaast is de doctrine ook van belang. De doctrine omvat de
opvattingen van academici over een bepaalde rechtsregel die als hulpmiddel gebruikt kunnen
worden voor het uitleggen van de bepaling.
Besluiten van de internationale organisaties
Staten richten internationale organisaties op. De organen van deze organisaties kunnen
binden besluiten nemen die van invloed zijn op de nationale rechtsorde. De EU kan
bijvoorbeeld richtlijnen stellen voor die de lidstaten moeten omzetten in nationaal recht. De
internationale organisaties hebben vaak een rechtsprekend orgaan. De VN heeft het IGH, de
Raad van Europa heeft het EHRM en de Europese Unie heeft het Hof van Justitie.
Gewoonterecht
Het internationaal recht regelt het recht tussen staten onderling en is onlosmakelijk verbonden
met geschiedenis. In de oudheid legden volkeren afspraken vast, zoals het respect tonen
jegens elkaar en het erkennen van elkaars grondgebied. In de zesde eeuw voor Christus
legden de klassieke Grieken de basis voor de theorie van natuurrecht. Deze theorie beschrijft
dat logische en rationele regels als basis van de natuur gezien kunnen worden. Deze theorie
zou universeel van toepassing zijn. In de middeleeuwen stond vooral de kerk centraal. De
kerk ontwikkelde rechtsregels voor de kerkelijke rechtsorde en voor gelovigen. Deze hadden
van invloed op de maatschappij, waardoor er ook regelgeving voor handelaren ontstond om
internationale overeenkomsten te reguleren.
Tijdens de renaissance kwam rede en verstand centraal te staan. De Griekse ideeën kwamen
weer in opkomst. Een bekende Nederlandse rechtsgeleerde, Hugo de Groot, stelde dat het
natuurrecht onafhankelijk van God zou bestaan. Volgens hem moesten rechtsbeginselen,
zoals die van het internationaal recht, moeten worden ontleend uit universele waarden. Na de
renaissance werden vrijheid, gelijkheid en broederschap als belangrijke waarden gezien. De
drang van staten om onafhankelijk en zelfstandig te worden werd steeds groter.
Het was de industriële revolutie die ervoor zorgden dat de handel tussen staten toenam. Men
zag er toen de noodzaak ervan in om handel en internationale contracten te verbinden aan
regelgeving. In de twintigste eeuw kwamen toen de twee wereldoorlogen. Het verdrag van
Versailles (1919) werd na de Eerste Wereldoorlog ondertekend, waaruit de Volkenbond
ontstond. Dit was een internationale organisatie, waarmee de samenwerkende staten
probeerden om een eind te maken aan oorlogen. Na de Tweede Wereld Oorlog kwam de
opvolger van de Volkenbond, Verenigde Naties (VN). Het VN Handvest dat als
oprichtingsverdrag diende, werd opgenomen dat staten buiten zelfverdediging alleen geweld
mochten gebruiken op basis van een machtiging van de Veiligheidsraad van de VN.
Internationaal Publiekrecht
De overheid creëert binnen het nationale recht overheidswetten en regelgeving voor burgers.
Bij het internationale recht is het anders. Internationaal stellen staten regelgeving op die zij
belangrijk vinden om daadwerkelijk na te komen. Hiermee wordt ook het Internationaal
publiekrecht mee aangeduid, omdat het tussen staten onderling is. Er is sprake van
internationaal privaatrecht als het om geschillen gaat die natuurlijke personen of
rechtspersonen betreffen. Het internationale recht kent geen centraal systeem van een
handhavende, wetgevende en uitvoerende macht. De staten leven de regels na die zij
onderling hebben afgesproken, omdat zij die belangrijk en waardevol vinden. De handhaving
ligt dus bij de staten zelf. Staten hebben de mogelijkheid om internationale organisaties op te
richten, maar deze staten moeten wel deze organisaties die bevoegdheden toekennen.
De internationale rechtsorde
In de internationale rechtsorde zijn de staten de grootse spelers. Het zijn staten die afspraken
kunnen maken met andere staten en deze vastleggen in verdragen. Uit zo’n verdrag vloeien
rechten en plichten voort. Staten kunnen verdragen sluiten, omdat zij gelijk aan elkaar zijn en
zelfstandig bevoegd zijn om rechtsbetrekkingen met elkaar aan te gaan. Met andere woorden,
staten zijn soeverein. Wanneer een staat zelfstandig bevoegd is om zelf beslissingen te
nemen, toont het hiermee zijn soevereiniteit. Een staat kan zijn soevereiniteit ook kenbaar
maken door middel van haar rechtsmacht. Deze is dan instaat om regels op te stellen of te
handhaven ten aanzien van zijn burgers.
,Staten zijn in het internationale recht afhankelijk of interdependent van elkaar. Zij hebben
elkaar steeds nodig om wederzijdse afspraken te maken over bijvoorbeeld terrorisme of
milieu. Een belangrijk uitgangspunt binnen de internationale rechtsorde is dat staten proberen
vreedzaam naast elkaar leven. Dit wordt ook wel vreedzame co-existentie genoemd (art. 2 lid
3 VN-Handvest).
Internationaal recht binnen de nationale rechtsorde
De doorwerking van het internationale recht in de nationale rechtsorde kan door middel van
de volgende systemen:
1. Monisme
2. Dualisme
1. Monisme
Het internationale recht maakt automatisch deel uit van het nationale recht na de
ondertekening van het verdrag. Volgens de staat vormen het nationale recht en het
internationale recht één rechtsorde. De staat beschouwt de internationale normen als regels
die rechtstreeks verbindend zijn voor haar burgers.
2. Dualisme
De staat beschouwt het nationale recht en internationale recht als twee gescheiden
rechtssferen. Daarnaast ziet de staat de internationaalrechtelijke normen als gericht tot de
staat. De normen moeten eerst worden omgezet in nationaal recht om te gelden voor haar
burgers. Weliswaar is de staat voor het gebonden aan het internationale recht, maar zonder
omzetting naar het nationale recht hebben internationale bepalingen op nationaal niveau geen
betekenis.
Verhoudingen in Nederland:
Nederland kent een gematigd monistisch stelsel. Bepalingen van verdragen en van besluiten
van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben
verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt (art. 93 Gw). Mochten deze botsten met de
Nederlandse regelgeving, dan hebben de internationale regels voorrang (art. 94 Gw). Dit
geldt ook voor regels uit het internationaalrechtelijk gewoonterecht (Nyugat- arrest).
Verdragen worden bekend gemaakt in het Tracatenblad. Als art. 93 Gw van toepassing is,
dan heeft de internationale bepaling een rechtstreekse werking en kan een burger zich hierop
beroepen.
Volgens art. 120 Gw bestaat er wel een toetsingsverbod voor de rechter. Het is niet mogelijk
om een ieder verbindende bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke
organisaties te toetsen aan Grondwet.
Het parlement heeft ook te maken met internationaal recht. De gebondenheid en opzegging
van verdragen vereist een voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal, tenzij in
bepaalde gevalleen anders is bepaalt (art. 91 Gw). Het parlement moet ook toestemming
geven voor een oorlogsverklaring (art. 96 Gw)
, Verdragen
Een verdrag kan gesloten worden tussen een aantal staten. Wanneer een verdrag gesloten is
tussen twee staten, dan spreekt men over een bilateraal verdrag. Als het tussen meer dan
twee staten gesloten is, noemt ment dit een multilateraal verdrag. Een staat kan ook een
verdrag sluiten met een internationale organisatie.
Voorbehoud bij verdragen
Een voorbehoud is een verklaring, afgelegd door een staat bij het ondertekenen van een
verdrag, waarbij een staat aangeeft één of meerdere bepalingen in het verdrag geen of
gewijzigde rechtsgevolgen te geven. De staat die een voorbehoud wil, wil dus eigenlijk een
uitzonderingspositie ten aanzien van bepalingen uit het verdrag.
Totstandkoming van een verdrag:
1. Onderhandelen
2. Paraferen (vaststellen tekst van het verdrag)
3. Ondertekenen
Als de inhoud van het verdrag is vastgesteld en onderhandelingen ten einde
De partijen zijn na ondertekening nog niet gebonden aan de bepalingen uit het
verdrag, maar mogen niet in strijd handelen.
Het ondertekenen verplicht een staat nog niet om het te
bekrachtigen(ratificeren)
Ondertekening vaak onder voorbehoud van bekrachtiging.
Het verdrag is gesloten, maar treed nog niet in werking.
4. Goedkeuring (ratificatie)
Geregeld door het nationale recht (Nederland: art 91 lid 1 Gw)
5. Bekrachtiging
Na de nationale goedkeuring neerleggen van oorkonde van bekrachtiging bij
depositaris (beheerder) van het verdrag.
6. Tractatenblad
Jurisprudentie
Jurisprudentie omvat de rechterlijke uitspraken van de rechters. Het gaat hier dan om
uitspraken die uitgesproken zijn door rechter van internationale organen, ingesteld door een
internationale organisatie. Voorbeelden hiervan zijn het Internationaal Gerechtshof (IGH),
het Europese hof van de Rechten van de Mens (EHRM), het Internationaal Strafhof of een
speciaal ingesteld tribunaal. Daarnaast is de doctrine ook van belang. De doctrine omvat de
opvattingen van academici over een bepaalde rechtsregel die als hulpmiddel gebruikt kunnen
worden voor het uitleggen van de bepaling.
Besluiten van de internationale organisaties
Staten richten internationale organisaties op. De organen van deze organisaties kunnen
binden besluiten nemen die van invloed zijn op de nationale rechtsorde. De EU kan
bijvoorbeeld richtlijnen stellen voor die de lidstaten moeten omzetten in nationaal recht. De
internationale organisaties hebben vaak een rechtsprekend orgaan. De VN heeft het IGH, de
Raad van Europa heeft het EHRM en de Europese Unie heeft het Hof van Justitie.
Gewoonterecht