EBP verpleegplan PLP 2
Afdeling: kraamafdeling Amsterdam UMC
Praktijkopleider: .....
Werkbegeleiders: .....
....
Opleiding: Verpleegkunde – Hogeschool Inholland .
Begeleidend docent: .....
Student: .....
Datum: 13-06-2022
,Inhoudsopgave
1. Inleiding ..........................................................................................................................................3
2. Gegevensverzameling .....................................................................................................................4
2.1 Casus.........................................................................................................................................4
2.2 Gegevens bij opname/presentatie op de SEHV ..........................................................................4
2.3 Medicatie ..................................................................................................................................5
2.4 Anamnese volgens Gordon ........................................................................................................6
2.5 Complexiteit..............................................................................................................................7
3. Ziektebeeld: diabetis gravidarum ....................................................................................................7
4. Verpleegproblemen ........................................................................................................................8
4.1 Kennismaking met mevrouw op de afdeling ..............................................................................8
4.2 Verpleegkundige diagnosen ......................................................................................................8
4.3 Prioriteren verpleegkundige diagnosen (Eisenhower) ................................................................8
4.3.1 Belangrijk, urgent ...............................................................................................................9
4.3.2 Belangrijk, niet urgent ........................................................................................................9
4.3.3 Niet belangrijk, urgent ...................................................................................................... 10
4.3.4 Niet belangrijk, niet urgent ............................................................................................... 10
4.4 Verpleegkundige diagnosen in de PES-structuur met doel, interventie en evaluatie ................ 10
4.4.1 Pijn ................................................................................................................................... 10
4.4.2 Verminderde mobiliteit ....................................................................................................11
4.4.3 Vermoeidheid................................................................................................................... 11
4.4.4 Obstipatie......................................................................................................................... 12
4.4.5 Risico op diep-veneuze trombose ..................................................................................... 12
5. Wetenschappelijk perspectief ....................................................................................................... 13
5.1 Interventie: het regelmatig kauwen van kauwgom .................................................................. 13
5.2 Klinische onzekerheid.............................................................................................................. 13
5.3 Onderzoeksvraag ....................................................................................................................13
5.4 Zoekactie ................................................................................................................................ 13
5.5 Conclusie................................................................................................................................. 14
Literatuurlijst ....................................................................................................................................15
Bijlagen
Bijlage 1: complexiteitsscorelijst ................................................................................................... 17
Bijlage 2: uitwerking zoekactie ...................................................................................................... 19
Bijlage 3: Cochrane beoordelingsformulieren ................................................................................ 20
2
,1. Inleiding
Tijdens de stage op de kraamafdeling van het Amsterdam UMC, locatie AMC, heb ik patiënten
ontmoet met uiteenlopende ziektebeelden die tijdens de zwangerschap of peri-/postpartum ontstaan
zijn. Denk hierbij aan bijvoorbeeld pre-eclampsie, HELLP, of diabetes gravidarum.
Dankzij controles tijdens de zwangerschap en prenatale diagnostiek kunnen veel (potentiële)
problemen gemonitord en ondervangen worden, en krijg je als aanstaande ouder en behandelteam
een goed inzicht in de zorg die tijdens de zwangerschap en rondom de geboorte nodig is. Bij een
medische indicatie zal de zwangerschap verder in het ziekenhuis begeleid worden, en vindt de
bevalling idealiter in het ziekenhuis plaats. Volgens de wens van de aanstaande ouder(s) en naar
gelang de medische indicatie en situatie kan deze bevalling vaginaal of via sectio caesarea verlopen.
Een sectio caesarea (hierna sectio genoemd), ofwel keizersnede, is een operatieve ingreep waarbij de
baby via een snede in de buikwand geboren wordt.
Bij ongeveer de helft van de vrouwen op de afdeling is de bevalling via een sectio verlopen.
Na de bevalling blijft een kraamvrouw doorgaans twee tot drie dagen op de afdeling. Wanneer er
sprake is van een sectio wordt de dag van de operatie als dag 0 gerekend en wordt de kraamvrouw
op dag 2 ontslagen, mits zij stabiel is en er geen complicaties zijn.
In dit EBP verpleegplan is het verpleegkundig proces van mevrouw Boerop (fictieve naam)
beschreven, die middels sectio bevallen is. In het volgende hoofdstuk wordt haar casus
gepresenteerd.
3
, 2. Gegevensverzameling
In dit hoofdstuk wordt de casus van mevrouw Boerop beschreven en worden door middel van de
SBAR (Institute for Healthcare Improvement, 2022) en de gezondheidspatronen van Gordon
(Hesselink, 2013, blz. 35) gegevens verzameld en een anamnese uitgewerkt. Er wordt een overzicht
gegeven van de medicatie die mevrouw gebruikt en de complexiteit van zorg wordt bepaald.
2.1 Casus
Mevrouw Boerop is 35 jaar oud en woont in de omgeving van Naarden met haar partner, hun zoon en
haar dochter uit een vorige relatie.
Mevrouw heeft na een eerdere partus met spoedsectio wegens niet vorderende uitdrijving en een
fluxus PTSS ontwikkeld en ziet hierdoor erg op tegen de bevalling.
Tijdens de huidige zwangerschap is diabetes gravidarum ontstaan en hiervoor gebruikt mevrouw
tijdens de zwangerschap insuline aspart (NovoRapid). Aan het einde van haar zwangerschap neemt
de insulinebehoefte af en hoeft zij geen insuline meer te spuiten. Ook heeft zij episodes van minder
leven voelen.
Mevrouw wordt vervolgens opgenomen bij een zwangerschapsduur van 37+2 wegens verdenking op
placentaire insufficiëntie bij verminderde insulinebehoefte en recidiverend verminderd leven. Mevrouw
krijgt 2 dagen lang eenmaal daags een injectie betamethason om de longrijping van de baby te
bevorderen Door dit medicijn neemt haar insulinebehoefte toe en mevrouw gebruikt die twee dagen
de insuline aspart.
Twee dagen na opname bevalt zij middels een sectio van een gezonde baby, een jongetje. Door de
diabetes gravidarum en het insulinegebruik van moeder worden bij het jongetje volgens het
glucoseprotocol van het ziekenhuis 12 uur lang op verschillende tijden de glucosewaarden gemeten.
Bij mevrouw wordt 1 dag postpartum een 4-punts dagcurve bijgehouden om de glucosewaarden te
meten.
De verwachting is dat mevrouw en haar zoon op dag 2 met ontslag naar huis kunnen.
2.2 Gegevens bij opname/presentatie op de SEHV
Mevrouw meldde zich met klachten op de SEHV (Spoedeisende Eerste Hulp voor Vrouwen) van het
Amsterdam UMC, locatie AMC. Om de basisgegevens van mevrouw te verzamelen is de SBAR-
methode (Institute for Healthcare Improvement, 2022) gebruikt. Dit geeft een beeld van de situatie op
het moment van opname in het ziekenhuis.
Situation
Naam (fictief) Mw Boerop
Leeftijd 35
geslacht vrouw
Lengte en gewicht 1.79 meter / 115 kg (BMI 35 )
nationaliteit Nederlandse
Background
Allergie geen
Medicatie bij opname geen
Ziektegeschiedenis - primaire sectio
- secundaire sectio wegens niet vorderende uitdrijving, fluxus
(1200 ml)
- pre-existente hypertensie (waarvoor geen medicatie)
- diabetes gravidarum
Laatste maaltijd onbekend
Gebeurtenis mevrouw meldde zich op de SEHV wegens minder leven
voelen
4