Week 2 – Jurisprudentie Winst uit Onderneming
1. NTFR-B 2011/1 Vermogensetikettering en
keuzevrijheid
De vrijheid van handelen bestaat indien en voor zover een ondernemer een (wezenlijk)
keuze uit reëel aanwezige alternateven kan makenn n het algemeen is het al dan niet
behoren van enige vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen afankelijk
van de wil van de belastnggliihtge zoals die in zijn boekhouding (bijvn in zijn aangife)
tot uitng is gekomen, ‘tenzij daardoor de grenzen der redelijkheid zouden zijn te buiten
gegaan’n
Bij keuzevermogen heef de ondernemer de keuze om een zodanige gand, als het
tenminste bouwkundig sglitsbaar en daarmee zelfstandig rendabel te maken is, geheel
tot zijn grivé – dan wel tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, mits hij daarbij de
redelijkheid in aiht neemtn
Wanneer sgrake is van een sglitsbaar gand, dienen de delen afzonderlijk geetkeeeerd
te wordenn Tnanvn het deel van het sglitsbare, maar juridisih niet-gesglitste gand,
waarvan vaststaat dat het niet in de onderneming wordt gebruikt en daaraan ook niet
dienstbaar is, heef de H geoordeeld dat sgrake is van keuzevermogenn
H bij de beantwoording of een gand deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen
in het algemeen is de wil van de belastnggliihtge zoals die in zijn boekhouding of og
andere wijze tot uitng is gekomen beslissend, tenzij daardoor de grenzen der
redelijkheid zouden zijn te buiten gegaann Een belastnggliihtge oversihrijdt die
grenzen, door een gedeelte van een juridisih niet in aggartementsreihten gesglitst
gand tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, indien:
- dat gedeelte zelfstandig rendabel is te maken, en
- vast staat dat het door de belastnggliihtge uitsluitend ter voorziening in zijn
woonbehoefe zal worden gebruikt; en
- dat het niet og enigerlei wijze dienstbaar zal zijn aan de ondernemingn
De uitgangsgunten laten toe het onderhavige gand te etkeeeren overeenkomstg het
gesglitst gebruik (de bestemming), dnwnzn dat de etkeeering de bestemming van de
versihillende gedeelten volgt, tenzij één van de beide gedeelten zo overheersend is dat
het overheersende gedeelte vergliiht grivé – dan wel vergliiht ondernemingsvermogen
vormtn
ndien een investering heef glaatsgevonden in samenhang met de investering in het
voor ondernemingsdoeleinden aan te wenden gedeelte van het gand aan het
,(verhuurde) woongedeelte van dergelijke ganden kleef niet een zodanig grivéasgeit,
dat zij tot het grivévermogen moeten worden gerekendn
Wanneer een ondernemer het gebruik tnbnvn de onderneming van een tot zijn
ondernemingsvermogen behorend gebouw beëindigd, en het gebouw geheel of
nagenoeg geheel bestemt tot verhuur, staat het hem vrij dit gebouw ook in de
volgende jaren tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. ieruit volgt, dat het
gebruik van een gand tnbnvn een onderneming gevolgd door verhuur ervan, niet leidt tot
vergliihte overgang van het gand naar het grivévermogenn Ook hier begerkt de H de
vrijheid om het gand tot het ondernemingsvermogen te rekenen uitdrukkelijk tot de
situate dat het gand geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor de verhuurn
De slotsom is dat het woongedeelte van een woon/winkelgand, anders dan het voor
verhuur bestemde woongedeelte, naar zijn aard in fsiale zin alleen tot het
grivévermogen van de ondernemer kan behoren (en niet tot het keuzevermogen),
indien:
- dat gedeelte een zodanig zelfstandig geheel vormt, dat het zelfstandig rendabel
te maken is, en;
- vast staat dat het niet alleen een grivébestemming heef gekregen in die zin dat
het voornemen bestaat het binnen afzienbare tjd voor grivédoeleinden aan te
wenden, maar daadwerkelijk en wel uitsluitend wordt gebruikt dan zal worden
gebruikt om te voorzien in de woonbehoefe van de belastnggliihtge; en
- dat het niet og één of andere manier (anders dan iniidenteel) dienstbaar zal zijn
aan de ondernemingn
,2. NTFR-B 2012/13 Vermogensetikettering
2.1 Ondernemingsvermogen of privévermogen
Bij vermogensetkeeering bestaat het leerstuk uit twee uitgangsguntenn De eerste is dat
de wil van de tot het vermogen gerechtgde leidend is: in griniige is hij het die beslist
of een vermogensbestanddeel tot zijn ondernemingsvermogen moet worden gerekend
of nietn De tweede hoofdgedaihte is dat reiht gedaan moet worden aan de functe, de
bestemming dan wel de aard van het desbetrefende vermogensbestanddeeln Ook de
mate waarin het vermogensbestanddeel dienstbaar is aan de onderneming, is een
faitor waarmee rekening moet worden gehoudenn
Deze twee uitgangsgunten werken zo og elkaar in dat kan worden gezegd dat de
ondernemer in beginsel vrij is in zijn keuze, mits de functe, de bestemming dan wel de
aard van het vermogensbestanddeel ziih daar niet tegen verzetn
De wil van de gereihtgde dient ziihtbaar te zijn, dnwnzn tot uitdrukking te zijn gekomen
in zijn boekhouding of og andere wijzen Uit de reihtsgraak volgt dat het al dan niet
ognemen van een vermogensbestanddeel og de ondernemingsbalans het belangrijkste
iriterium isn Daarnaast sgeelt de grenzen van de redelijkheid een roln
Een uitsluitend als woonhuis gebruikte woning kan binnen de grenzen der redelijkheid
tot het ondernemingsvermogen worden gerekend, indien de bewoning ervan mede
dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefeningn De omstandigheid dat een dergelijke woning is
gelegen og het iomglex van de onderneming vormt een duidelijke – maar niet zonder
meer beslissende – aanwijzing dat zulks het geval is, aldus de Hn
2.2 Etiketteringsfouten
Als de keuze eenmaal is gemaakt en onherroegelijke gevolgen heef gehad, kan daarog
sleihts worden teruggekomen als ziih bijzondere omstandigheden hebben voorgedaann
Dat ligt anders als sgrake is van een fout en een vermogensbestanddeel tot de
verkeerde iategorie is gerekendn De H leert dat ook een etkeeeringsfout kan worden
hersteld met toegassing van de foutenleern et verlangen om een fout te herstellen
ontstaat bijna als de onderneming wordt gestaakt, in dat kader kan aan het liiht komen
dat een vermogensbestanddeel, waarin een stlle reserve sihuilt, ten onreihte tot het
ondernemingsvermogen is gerekendn Het herstel van een dergelijke fout dient plaats te
vinden in het jaar waarin de fout is ontdekt.
, Betref het evenwel een vermogensbestanddeel dat og enig moment had moeten
overgaan naar het grivévermogen, dan wordt een (eventueel) stlle reserve belast in het
jaar dat de fout wordt ontdekt en hersteld, en wel door het vermogensbestanddeel over
te brengen naar het grivévermogen tegen de waarde og dat momentn
3.1 Ondernemingsvermogen of privévermogen
Chirurg arrest: de H besliste dat een tweede woning (een aggartement) van een
ihirurg die dienstbaar is aan de onderneming, keuzevermogen vormtn Een uitsluitend als
tweede woonhuis gebruikte woning kan tot de sfeer van het keuzevermogen behoren,
indien ‘de bewoning ervan mede dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefening’n
Belanghebbende heef het aggartement dus binnen de grenzen van de redelijkheid tot
zijn ondernemingsvermogen kunnen rekenenn
1. NTFR-B 2011/1 Vermogensetikettering en
keuzevrijheid
De vrijheid van handelen bestaat indien en voor zover een ondernemer een (wezenlijk)
keuze uit reëel aanwezige alternateven kan makenn n het algemeen is het al dan niet
behoren van enige vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen afankelijk
van de wil van de belastnggliihtge zoals die in zijn boekhouding (bijvn in zijn aangife)
tot uitng is gekomen, ‘tenzij daardoor de grenzen der redelijkheid zouden zijn te buiten
gegaan’n
Bij keuzevermogen heef de ondernemer de keuze om een zodanige gand, als het
tenminste bouwkundig sglitsbaar en daarmee zelfstandig rendabel te maken is, geheel
tot zijn grivé – dan wel tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, mits hij daarbij de
redelijkheid in aiht neemtn
Wanneer sgrake is van een sglitsbaar gand, dienen de delen afzonderlijk geetkeeeerd
te wordenn Tnanvn het deel van het sglitsbare, maar juridisih niet-gesglitste gand,
waarvan vaststaat dat het niet in de onderneming wordt gebruikt en daaraan ook niet
dienstbaar is, heef de H geoordeeld dat sgrake is van keuzevermogenn
H bij de beantwoording of een gand deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen
in het algemeen is de wil van de belastnggliihtge zoals die in zijn boekhouding of og
andere wijze tot uitng is gekomen beslissend, tenzij daardoor de grenzen der
redelijkheid zouden zijn te buiten gegaann Een belastnggliihtge oversihrijdt die
grenzen, door een gedeelte van een juridisih niet in aggartementsreihten gesglitst
gand tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, indien:
- dat gedeelte zelfstandig rendabel is te maken, en
- vast staat dat het door de belastnggliihtge uitsluitend ter voorziening in zijn
woonbehoefe zal worden gebruikt; en
- dat het niet og enigerlei wijze dienstbaar zal zijn aan de ondernemingn
De uitgangsgunten laten toe het onderhavige gand te etkeeeren overeenkomstg het
gesglitst gebruik (de bestemming), dnwnzn dat de etkeeering de bestemming van de
versihillende gedeelten volgt, tenzij één van de beide gedeelten zo overheersend is dat
het overheersende gedeelte vergliiht grivé – dan wel vergliiht ondernemingsvermogen
vormtn
ndien een investering heef glaatsgevonden in samenhang met de investering in het
voor ondernemingsdoeleinden aan te wenden gedeelte van het gand aan het
,(verhuurde) woongedeelte van dergelijke ganden kleef niet een zodanig grivéasgeit,
dat zij tot het grivévermogen moeten worden gerekendn
Wanneer een ondernemer het gebruik tnbnvn de onderneming van een tot zijn
ondernemingsvermogen behorend gebouw beëindigd, en het gebouw geheel of
nagenoeg geheel bestemt tot verhuur, staat het hem vrij dit gebouw ook in de
volgende jaren tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. ieruit volgt, dat het
gebruik van een gand tnbnvn een onderneming gevolgd door verhuur ervan, niet leidt tot
vergliihte overgang van het gand naar het grivévermogenn Ook hier begerkt de H de
vrijheid om het gand tot het ondernemingsvermogen te rekenen uitdrukkelijk tot de
situate dat het gand geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor de verhuurn
De slotsom is dat het woongedeelte van een woon/winkelgand, anders dan het voor
verhuur bestemde woongedeelte, naar zijn aard in fsiale zin alleen tot het
grivévermogen van de ondernemer kan behoren (en niet tot het keuzevermogen),
indien:
- dat gedeelte een zodanig zelfstandig geheel vormt, dat het zelfstandig rendabel
te maken is, en;
- vast staat dat het niet alleen een grivébestemming heef gekregen in die zin dat
het voornemen bestaat het binnen afzienbare tjd voor grivédoeleinden aan te
wenden, maar daadwerkelijk en wel uitsluitend wordt gebruikt dan zal worden
gebruikt om te voorzien in de woonbehoefe van de belastnggliihtge; en
- dat het niet og één of andere manier (anders dan iniidenteel) dienstbaar zal zijn
aan de ondernemingn
,2. NTFR-B 2012/13 Vermogensetikettering
2.1 Ondernemingsvermogen of privévermogen
Bij vermogensetkeeering bestaat het leerstuk uit twee uitgangsguntenn De eerste is dat
de wil van de tot het vermogen gerechtgde leidend is: in griniige is hij het die beslist
of een vermogensbestanddeel tot zijn ondernemingsvermogen moet worden gerekend
of nietn De tweede hoofdgedaihte is dat reiht gedaan moet worden aan de functe, de
bestemming dan wel de aard van het desbetrefende vermogensbestanddeeln Ook de
mate waarin het vermogensbestanddeel dienstbaar is aan de onderneming, is een
faitor waarmee rekening moet worden gehoudenn
Deze twee uitgangsgunten werken zo og elkaar in dat kan worden gezegd dat de
ondernemer in beginsel vrij is in zijn keuze, mits de functe, de bestemming dan wel de
aard van het vermogensbestanddeel ziih daar niet tegen verzetn
De wil van de gereihtgde dient ziihtbaar te zijn, dnwnzn tot uitdrukking te zijn gekomen
in zijn boekhouding of og andere wijzen Uit de reihtsgraak volgt dat het al dan niet
ognemen van een vermogensbestanddeel og de ondernemingsbalans het belangrijkste
iriterium isn Daarnaast sgeelt de grenzen van de redelijkheid een roln
Een uitsluitend als woonhuis gebruikte woning kan binnen de grenzen der redelijkheid
tot het ondernemingsvermogen worden gerekend, indien de bewoning ervan mede
dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefeningn De omstandigheid dat een dergelijke woning is
gelegen og het iomglex van de onderneming vormt een duidelijke – maar niet zonder
meer beslissende – aanwijzing dat zulks het geval is, aldus de Hn
2.2 Etiketteringsfouten
Als de keuze eenmaal is gemaakt en onherroegelijke gevolgen heef gehad, kan daarog
sleihts worden teruggekomen als ziih bijzondere omstandigheden hebben voorgedaann
Dat ligt anders als sgrake is van een fout en een vermogensbestanddeel tot de
verkeerde iategorie is gerekendn De H leert dat ook een etkeeeringsfout kan worden
hersteld met toegassing van de foutenleern et verlangen om een fout te herstellen
ontstaat bijna als de onderneming wordt gestaakt, in dat kader kan aan het liiht komen
dat een vermogensbestanddeel, waarin een stlle reserve sihuilt, ten onreihte tot het
ondernemingsvermogen is gerekendn Het herstel van een dergelijke fout dient plaats te
vinden in het jaar waarin de fout is ontdekt.
, Betref het evenwel een vermogensbestanddeel dat og enig moment had moeten
overgaan naar het grivévermogen, dan wordt een (eventueel) stlle reserve belast in het
jaar dat de fout wordt ontdekt en hersteld, en wel door het vermogensbestanddeel over
te brengen naar het grivévermogen tegen de waarde og dat momentn
3.1 Ondernemingsvermogen of privévermogen
Chirurg arrest: de H besliste dat een tweede woning (een aggartement) van een
ihirurg die dienstbaar is aan de onderneming, keuzevermogen vormtn Een uitsluitend als
tweede woonhuis gebruikte woning kan tot de sfeer van het keuzevermogen behoren,
indien ‘de bewoning ervan mede dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefening’n
Belanghebbende heef het aggartement dus binnen de grenzen van de redelijkheid tot
zijn ondernemingsvermogen kunnen rekenenn