faculteit rechtsgeleerdheid handelsrecht en
arbeidsrecht
Tentamen Handelsrecht
9 juli 2015
Instructie
- Motiveer steeds uw antwoord; verwijs waar mogelijk naar de wet; schrijf s.v.p. in
volzinnen.
- De ruimte onder iedere vraag is voldoende voor het van u verwachte antwoord.
- De tussen haakjes geplaatste getallen bij de vragen geven het aantal voor die
vraag te behalen punten aan. Bij 55 punten of meer heeft u een voldoende.
- Mobiele telefoons dienen te zijn uitgeschakeld en in uw tas te zijn opgeborgen.
- U mag tijdens het tentamen uitsluitend gebruik maken van wetteksten- en
jurisprudentiebundels.
- De standaardantwoorden worden op NESTOR geplaatst; ook vindt u daar
informatie over het ophalen van het tentamen en de nabespreking.
Oproepnummer................………Studentnummer......................………………
Achternaam................................................…………………………………………
Voornamen.....................................................………………………………………
Adres.....................................................………………………………………………
Postcode+Woonplaats...............................................………….……………………
Handtekening
Dit tentamen bestaat inclusief voorblad uit--- bladzijden.
-1-
, Casus I
B en T zijn bestuurders van BV Tulip die zich toelegt op de productie van bloembollen. Op 3 maart
2015 wordt BV Tulip op verzoek van een aantal schuldeisers failliet verklaard. Y wordt tot curator
benoemd. Curator Y stelt het volgende vast:
- doordat B en T ernstig verwijtbaar tekort zijn geschoten in de vervulling van hun taak, heeft BV
Tulip schade geleden van € 50.000;
- het boedeltekort bedraagt € 90.000;
- de jaarrekening over het boekjaar 2013 is niet bij het handelsregister gedeponeerd;
- de AV van BV Tulip heeft op 15 februari 2015 de bestuurders gedechargeerd ter zake van hun
taakvervulling.
Vraag 1 (12 punten):
Geef drie redenen, en werk deze uit, waarom het voor curator Y aantrekkelijker kan zijn om een
aansprakelijkheidsvordering tegen de bestuurders in te stellen op grond van art. 2:248 BW in plaats
van op grond van art. 2:9 BW.
Casus II
A, B en C vormen het bestuur van Stichting S. Op grond van de bij het handelsregister gedeponeerde
statuten zijn A en B gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd tot een bedrag van € 2.000. In de
statuten is verder niets geregeld aangaande de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
A en B kopen op enig moment namens de stichting op een beurs kantoorinventaris voor een bedrag
van € 8.000. Deze aankoop valt binnen de doelomschrijving van de stichting.
Vraag 2 (6 punten):
Kan de stichting onder de overeenkomst tot aanschaf van de kantoorinventaris uitkomen?
Vervolg casus II
C koopt namens de stichting een espressomachine voor € 600. Deze aankoop valt eveneens binnen
de doelomschrijving van de stichting.
Vraag 3 (4 punten):
Kan de stichting onder de overeenkomst tot aanschaf van de espressomachine uitkomen?
Casus III
K, L en M zijn aandeelhouders van BV B. K en L houden ieder 20% van de aandelen, terwijl M 60%
van de aandelen in handen heeft. Alle aandelen hebben dezelfde nominale waarde. M is tevens enig
bestuurder van BV B.
De verhoudingen tussen K en L enerzijds en M anderzijds zijn in de loop van 2015 ernstig verstoord
geraakt. Redenen hiervoor zijn dat K en L in de AV’s niet volledig worden geïnformeerd over de gang
van zaken in BV B en dat in de laatste AV tegen de zin van K en L is besloten dividend uit te keren en
het salaris van bestuurder M te verhogen, hoewel BV B in financieel zwaar weer verkeert.
K en L wensen dat M opstapt als bestuurder en dat M zijn aandelen aan hen overdraagt. M is echter
niet van plan aan deze wens tegemoet te komen. K en L vragen zich af of Boek 2 BW een
mogelijkheid biedt dat hun wens ingewilligd wordt.
Vraag 4 (8 punten):
Hoe luidt uw gemotiveerde advies?
-2-
arbeidsrecht
Tentamen Handelsrecht
9 juli 2015
Instructie
- Motiveer steeds uw antwoord; verwijs waar mogelijk naar de wet; schrijf s.v.p. in
volzinnen.
- De ruimte onder iedere vraag is voldoende voor het van u verwachte antwoord.
- De tussen haakjes geplaatste getallen bij de vragen geven het aantal voor die
vraag te behalen punten aan. Bij 55 punten of meer heeft u een voldoende.
- Mobiele telefoons dienen te zijn uitgeschakeld en in uw tas te zijn opgeborgen.
- U mag tijdens het tentamen uitsluitend gebruik maken van wetteksten- en
jurisprudentiebundels.
- De standaardantwoorden worden op NESTOR geplaatst; ook vindt u daar
informatie over het ophalen van het tentamen en de nabespreking.
Oproepnummer................………Studentnummer......................………………
Achternaam................................................…………………………………………
Voornamen.....................................................………………………………………
Adres.....................................................………………………………………………
Postcode+Woonplaats...............................................………….……………………
Handtekening
Dit tentamen bestaat inclusief voorblad uit--- bladzijden.
-1-
, Casus I
B en T zijn bestuurders van BV Tulip die zich toelegt op de productie van bloembollen. Op 3 maart
2015 wordt BV Tulip op verzoek van een aantal schuldeisers failliet verklaard. Y wordt tot curator
benoemd. Curator Y stelt het volgende vast:
- doordat B en T ernstig verwijtbaar tekort zijn geschoten in de vervulling van hun taak, heeft BV
Tulip schade geleden van € 50.000;
- het boedeltekort bedraagt € 90.000;
- de jaarrekening over het boekjaar 2013 is niet bij het handelsregister gedeponeerd;
- de AV van BV Tulip heeft op 15 februari 2015 de bestuurders gedechargeerd ter zake van hun
taakvervulling.
Vraag 1 (12 punten):
Geef drie redenen, en werk deze uit, waarom het voor curator Y aantrekkelijker kan zijn om een
aansprakelijkheidsvordering tegen de bestuurders in te stellen op grond van art. 2:248 BW in plaats
van op grond van art. 2:9 BW.
Casus II
A, B en C vormen het bestuur van Stichting S. Op grond van de bij het handelsregister gedeponeerde
statuten zijn A en B gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd tot een bedrag van € 2.000. In de
statuten is verder niets geregeld aangaande de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
A en B kopen op enig moment namens de stichting op een beurs kantoorinventaris voor een bedrag
van € 8.000. Deze aankoop valt binnen de doelomschrijving van de stichting.
Vraag 2 (6 punten):
Kan de stichting onder de overeenkomst tot aanschaf van de kantoorinventaris uitkomen?
Vervolg casus II
C koopt namens de stichting een espressomachine voor € 600. Deze aankoop valt eveneens binnen
de doelomschrijving van de stichting.
Vraag 3 (4 punten):
Kan de stichting onder de overeenkomst tot aanschaf van de espressomachine uitkomen?
Casus III
K, L en M zijn aandeelhouders van BV B. K en L houden ieder 20% van de aandelen, terwijl M 60%
van de aandelen in handen heeft. Alle aandelen hebben dezelfde nominale waarde. M is tevens enig
bestuurder van BV B.
De verhoudingen tussen K en L enerzijds en M anderzijds zijn in de loop van 2015 ernstig verstoord
geraakt. Redenen hiervoor zijn dat K en L in de AV’s niet volledig worden geïnformeerd over de gang
van zaken in BV B en dat in de laatste AV tegen de zin van K en L is besloten dividend uit te keren en
het salaris van bestuurder M te verhogen, hoewel BV B in financieel zwaar weer verkeert.
K en L wensen dat M opstapt als bestuurder en dat M zijn aandelen aan hen overdraagt. M is echter
niet van plan aan deze wens tegemoet te komen. K en L vragen zich af of Boek 2 BW een
mogelijkheid biedt dat hun wens ingewilligd wordt.
Vraag 4 (8 punten):
Hoe luidt uw gemotiveerde advies?
-2-