Reis door de nacht is een oorlogsboek geschreven door Anne de Vries. Het verhaal begint als de
familie de Boer is net naar Drenthe verhuisd en de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Vader en
moeder de Boer raken ongerust over hun kinderen Frits, die in Scheveningen logeert, en Hanneke die
in Rotterdam logeert bij haar twee tantes, en proberen ze weer op te halen.
Maar ze merken al snel dat het oorlog is, ze worden vaak aangehouden door soldaten en zien
neergestorte vliegtuigen liggen. Toen ze eindelijk in Scheveningen waren aangekomen, werd
Rotterdam gebombardeerd. Ze haasten zich naar Rotterdam ontzettend bezorgd over Hanneke, maar
gelukkig blijkt ze ongedeerd. Maar als ze weer terug willen rijden naar Drenthe wordt hun auto
gevorderd en moeten ze helpen de gewonden te vervoeren.
Gelukkig krijgen ze naar een paar dagen de auto weer terug en kunnen ze weer naar hun huis in
Drenthe, waar vader en Jan verzeild raken in het verzetswerk. Eerst brengen ze alleen maar wat
krantje rond, maar na een tijdje gaan ze gevaarlijker werk doen en nemen ze onderduikers in huis.
Maar ze moeten heel erg oppassen, want hun buurman is een fanatieke aanhanger van de Duitsers.
Op een dag is er een vergadering in het huis van Jan, maar het gaat mis. Ze zijn verraadden door de
buurman en de Duitser doen een inval. Ze kunnen allemaal op tijd weg komen, behalve oom Gerrit
en David, een onderduiker. Ze besluiten om te schieten, maar de Duitsers waren in de meerderheid
en ze worden allebei geraakt. Gelukkig kunnen ze allebei nog net op tijd uit het huis rennen, voordat
de Duitsers een bom naar binnen konden gooien en het hele huis in de fik staken.
De familie de Boer besluit dat het een beter idee is om op verschillende adressen te gaan wonen,
maar ze blijven nog steeds door gaan met het verzetswerk, terwijl het steeds gevaarlijker wordt.