Samenvatting Biologie hfdst. 11 Voeding en
vertering v5
§11.1 Je voeding
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), geeft per voedingsstof advies over de dagelijkse
consumptie = ADH.
Overschrijding ADH + matige inspanning > toename in gewicht. Te hoge BMI > obesitas.
Invloed DNA:
Eiwitten waarvoor allelen die het eetgedrag beïnvloeden coderen, leggen verbindingen
tussen zenuwcellen in de hersenen, betrokken bij het hongergevoel. Beïnvloed de dagelijkse
consumptie.
Te veel zout > hogere bloeddruk.
Tekort aan bep. vitaminen/mineralen > gebrekziekten.
- Tekort aan ijzer > te weinig aanmaak hemoglobine/vervoer O2 = bloedarmoede.
- Te weinig vitamine A > nachtblindheid.
Voedingsstoffen:
- Koolhydraten = leveren energie in de vorm van ATP. Dienen als brandstof, bouwstof
(onderdeel van receptoreiwitten) of reservestof (glycogeen).
- Vetten = dienen als brandstof, bouwstof voor membranen en hormonen en als
warmte-isolatie. Wordt onder de huid opgeslagen als reservestof.
- Eiwitten = dienen als bouwstof (spiereiwitten, Hb & antistoffen) en als brandstof.
- Water = dient als bouwstof voor je cellen, transportmiddel (bloedplasma),
oplosmiddel en warmtebuffer (houdt lichaamswarmte vast).
- Mineralen = dienen als bouwstof (kalkzout > botten & ijzerzout > Hb) en spelen een
rol bij verschillende processen in je lichaam (Na+ en K+ > werking zenuwcellen).
Spoorelementen = mineralen waarvan je maar een kleine hoeveelheid nodig hebt.
- Vitaminen = essentiële voedingsstoffen, gebruikt het lichaam in kleine
hoeveelheden. Dienen als regelstof/beschermende stof.
Voedingsvezels = onverteerbare plantaardige koolhydraatmoleculen. Functie: stimuleren
van de darmperistaltiek, samentrekking van de spieren van het darmkanaal > goede
doorstroming van de voedselresten in het darmkanaal. Nemen veel water op > toename
volume darminhoud & soepele ontlasting met structuur.
- Te weinig > verstopping (obstipatie)
Additieven = stoffen die zijn toegevoegd om het voedingsmiddel aantrekkelijker of langer
houdbaar te maken, zoals conserveringsmiddelen en kleur-, geur- en smaakstoffen. Zijn
alleen in grote hoeveelheden soms schadelijk. ADI = aanvaardbare dagelijkse inname.
Voedselallergie = een heftige reactie op een normale voedingsstof. Eten van het product >
stof histamine komt vrij in het lichaam > slijmvliezen zetten op en bloedvaten verwijden >
o.a. benauwdheid, jeuk en bultjes op de huid kunnen ontstaan.
, §11.2 Verteringsstelsel
Mechanische verkleining voedsel maakt de vertering makkelijker. Enzymen in
verteringssappen breken de voedingsstoffen af tot opneembare moleculen. Afbraak van
macromoleculen uit je voeding door enzymen = chemische vertering.
Transport voedsel:
Spieren in de wand van je maag-darmkanaal duwen voedselbrokken naar beneden en
kneden het voedsel darmperistaltiek. Lengtespieren trekken vóór de voedselbrok samen en
kringspieren erna. De voedselbrok verplaats zich en het proces herhaalt zich.
Vertering vindt plaats in verschillende organen m.b.v. diverse enzymen uit verschillende
verteringssappen.
- Zes grote speekselklieren;
- Kleinere speekselkliertjes in de wangen en het slijmvlies onder de tong.
Samenstelling speeksel:
- Amylase, enzym, breekt zetmeelmoleculen af;
- Slijm > doorslikken voedsel;
- Eiwitten met een mondbacterie- en schimmeldodende werking.
Slikreflex = tong duwt het voedsel de slokdarm in. Het strotklepje sluit de luchtpijp en de
huig de neusholte af.
Stap drie: de maag, kneedt de voedselbrokken en vermengt ze met maagsap
(maagsapklieren). Maagsap bevat drie klierproducten:
1. Zoutzuur, laat eiwitten opzwellen > bevordert contact enzymen. ‘Maagzuur’
activeert daarnaast eiwitsplitsende enzymen en dood bacteriën. pH = laag.
2. Pepsinogeen, inactief pro-enzym, hieruit ontstaat o.i. van zoutzuur het actieve
peptase (breekt eiwitten af tot polypeptiden).
3. Maagslijmvlies (slijm), bedekt de binnenkant van de maag > bescherming cellen
maagwand tegen HCl en peptase.
Bovenkant:
Kringspier sluit de maag af van de slokdarm.
Onderkant:
Kringspier sluit de maagportier af.
Voorkomt:
Teruggaan voedselbrij naar de slokdarm of instromen van de twaalfvingerige darm.
Omgeving maag te zuur > vertering koolhydraten stopt bijna volledig. Peptase breekt het
eiwit amylase af.
vertering v5
§11.1 Je voeding
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), geeft per voedingsstof advies over de dagelijkse
consumptie = ADH.
Overschrijding ADH + matige inspanning > toename in gewicht. Te hoge BMI > obesitas.
Invloed DNA:
Eiwitten waarvoor allelen die het eetgedrag beïnvloeden coderen, leggen verbindingen
tussen zenuwcellen in de hersenen, betrokken bij het hongergevoel. Beïnvloed de dagelijkse
consumptie.
Te veel zout > hogere bloeddruk.
Tekort aan bep. vitaminen/mineralen > gebrekziekten.
- Tekort aan ijzer > te weinig aanmaak hemoglobine/vervoer O2 = bloedarmoede.
- Te weinig vitamine A > nachtblindheid.
Voedingsstoffen:
- Koolhydraten = leveren energie in de vorm van ATP. Dienen als brandstof, bouwstof
(onderdeel van receptoreiwitten) of reservestof (glycogeen).
- Vetten = dienen als brandstof, bouwstof voor membranen en hormonen en als
warmte-isolatie. Wordt onder de huid opgeslagen als reservestof.
- Eiwitten = dienen als bouwstof (spiereiwitten, Hb & antistoffen) en als brandstof.
- Water = dient als bouwstof voor je cellen, transportmiddel (bloedplasma),
oplosmiddel en warmtebuffer (houdt lichaamswarmte vast).
- Mineralen = dienen als bouwstof (kalkzout > botten & ijzerzout > Hb) en spelen een
rol bij verschillende processen in je lichaam (Na+ en K+ > werking zenuwcellen).
Spoorelementen = mineralen waarvan je maar een kleine hoeveelheid nodig hebt.
- Vitaminen = essentiële voedingsstoffen, gebruikt het lichaam in kleine
hoeveelheden. Dienen als regelstof/beschermende stof.
Voedingsvezels = onverteerbare plantaardige koolhydraatmoleculen. Functie: stimuleren
van de darmperistaltiek, samentrekking van de spieren van het darmkanaal > goede
doorstroming van de voedselresten in het darmkanaal. Nemen veel water op > toename
volume darminhoud & soepele ontlasting met structuur.
- Te weinig > verstopping (obstipatie)
Additieven = stoffen die zijn toegevoegd om het voedingsmiddel aantrekkelijker of langer
houdbaar te maken, zoals conserveringsmiddelen en kleur-, geur- en smaakstoffen. Zijn
alleen in grote hoeveelheden soms schadelijk. ADI = aanvaardbare dagelijkse inname.
Voedselallergie = een heftige reactie op een normale voedingsstof. Eten van het product >
stof histamine komt vrij in het lichaam > slijmvliezen zetten op en bloedvaten verwijden >
o.a. benauwdheid, jeuk en bultjes op de huid kunnen ontstaan.
, §11.2 Verteringsstelsel
Mechanische verkleining voedsel maakt de vertering makkelijker. Enzymen in
verteringssappen breken de voedingsstoffen af tot opneembare moleculen. Afbraak van
macromoleculen uit je voeding door enzymen = chemische vertering.
Transport voedsel:
Spieren in de wand van je maag-darmkanaal duwen voedselbrokken naar beneden en
kneden het voedsel darmperistaltiek. Lengtespieren trekken vóór de voedselbrok samen en
kringspieren erna. De voedselbrok verplaats zich en het proces herhaalt zich.
Vertering vindt plaats in verschillende organen m.b.v. diverse enzymen uit verschillende
verteringssappen.
- Zes grote speekselklieren;
- Kleinere speekselkliertjes in de wangen en het slijmvlies onder de tong.
Samenstelling speeksel:
- Amylase, enzym, breekt zetmeelmoleculen af;
- Slijm > doorslikken voedsel;
- Eiwitten met een mondbacterie- en schimmeldodende werking.
Slikreflex = tong duwt het voedsel de slokdarm in. Het strotklepje sluit de luchtpijp en de
huig de neusholte af.
Stap drie: de maag, kneedt de voedselbrokken en vermengt ze met maagsap
(maagsapklieren). Maagsap bevat drie klierproducten:
1. Zoutzuur, laat eiwitten opzwellen > bevordert contact enzymen. ‘Maagzuur’
activeert daarnaast eiwitsplitsende enzymen en dood bacteriën. pH = laag.
2. Pepsinogeen, inactief pro-enzym, hieruit ontstaat o.i. van zoutzuur het actieve
peptase (breekt eiwitten af tot polypeptiden).
3. Maagslijmvlies (slijm), bedekt de binnenkant van de maag > bescherming cellen
maagwand tegen HCl en peptase.
Bovenkant:
Kringspier sluit de maag af van de slokdarm.
Onderkant:
Kringspier sluit de maagportier af.
Voorkomt:
Teruggaan voedselbrij naar de slokdarm of instromen van de twaalfvingerige darm.
Omgeving maag te zuur > vertering koolhydraten stopt bijna volledig. Peptase breekt het
eiwit amylase af.