PECS02
Geologie en bodemvorming
Les 1: Geologie
Geologie = wetenschap die de structuur en de processen van de aarde bestudeert.
Geomorfologie = een deel van de geologie, die landschapsvormen bestudeert (aan het
aardoppervlak) en probeert die te verklaren.
Bodem = de bovenste laag ‘grond’/verweerd materiaal waar bodemvormende processen
hebben plaatsgevonden
Schaalniveaus:
Geografisch schaalniveau Ecosysteem op (ongeveer) vergelijkbaar
schaalniveau
Mondiaal/globaal biosfeer
Continentaal Biogeographic realms
Fuviaal
Regionaal landschap → vooral hiermee bezig
Lokaal biotoop
Zeer lokaal Micro-biotoop
Landschap: een gebied dat duidelijk is te onderscheiden van andere gebieden op basis van
samenspel van biotische en abiotische factoren
Voorbeelden landschappen in Nederland:
- Zeeklei (oude en jonge zeeklei ontging droogmakerij)
- Rivierklei (stroomrug en kom ontginning)
- Zand (kampontginning heideontginning duinlandschap)
- Löss (löss ontginning)
- Veen (hoog en laagveenontginning)
,Waarom geologie?
- Afzettingen bepalen gedeeltelijk de manier van bodemvorming
- Kwartairgeologie is bepalend voor verdeling bodemtypen in Nederland
- Daarnaast is geologie zeer bepalend voor de hydrologie, de landschapsvormen en
het reliëf
- Voornamelijk kwartair (en klein stuk tertair)
Tertiair: 65 tot 2,6 miljoen jaar geleden
Temperatuur gaat in het tertiair van tropisch naar gematigd
Nederland ligt lang onder zeeniveau maar komt aan het eind boven water.
,Door een recentelijke verschuiving van de tijdsbegrenzing tussen het tertiair en het
pleistoceen, vallen deze afzettingen tegenwoordig in het vroeg-pleistoceen
Kwartiair: 2,6 miljoen jaar gelden tot nu
Pleistoceen: 2,6 miljoen jaargeleden - 10.000 jaar geleden
Holoceen: 10.000 jaar geleden tot nu
, Vanaf Tiglien begint de zeespiegel te dalen en de Noordzee zich terug te trekken.
- Rivierafzettingen worden dominant
- Deltavorming van de belangrijkste grote rivieren:
Rijn
Maas
Noord-duitse rivieren (eridanos)
Dikte van de kwartaire afzettingen in Nederland
Stijging van Rijns massief en daling van Noordzeebekken.
Verweringsproducten afgevoerd door rivieren: zand, klei en grind.
Pleistoceen:
- Nederland grote zandbank in zee met rivierafzettingen (300-400 meter dik)
- Grof en slecht gesorteerd
- Schelp Houdende en zandige klei
Afzetting van verwering:
- Arm wit zand van noord-duits granietgebergte
- Vruchtbaar bruin zand (ijzer) van zuidelijk vulkanisch gebergte
Rivierafzettingen: Maas en Rijn zorgen voor bruin zand, eridanos voor wit zand.
Afzettingen zorgen er mede voor dat Nederland boven water komt.
Vegetatie:
- Arme witte zanden: leemarm, voedselarm, ijzerarm, kalkarm: berk, grove den, heide
- Rijke bruine zanden: lemig, voedselrijker, ijzerrijk, kalkrijk: eiken, beuken
Kalkrijke duinen: parnassia, duizendguldenkruid (renodunaal district)
Van origine kalkrijk (kalkgehalte 8-10%)
- Schelpfragmenten
- Stukjes kalksteen uit achterland
Geologie en bodemvorming
Les 1: Geologie
Geologie = wetenschap die de structuur en de processen van de aarde bestudeert.
Geomorfologie = een deel van de geologie, die landschapsvormen bestudeert (aan het
aardoppervlak) en probeert die te verklaren.
Bodem = de bovenste laag ‘grond’/verweerd materiaal waar bodemvormende processen
hebben plaatsgevonden
Schaalniveaus:
Geografisch schaalniveau Ecosysteem op (ongeveer) vergelijkbaar
schaalniveau
Mondiaal/globaal biosfeer
Continentaal Biogeographic realms
Fuviaal
Regionaal landschap → vooral hiermee bezig
Lokaal biotoop
Zeer lokaal Micro-biotoop
Landschap: een gebied dat duidelijk is te onderscheiden van andere gebieden op basis van
samenspel van biotische en abiotische factoren
Voorbeelden landschappen in Nederland:
- Zeeklei (oude en jonge zeeklei ontging droogmakerij)
- Rivierklei (stroomrug en kom ontginning)
- Zand (kampontginning heideontginning duinlandschap)
- Löss (löss ontginning)
- Veen (hoog en laagveenontginning)
,Waarom geologie?
- Afzettingen bepalen gedeeltelijk de manier van bodemvorming
- Kwartairgeologie is bepalend voor verdeling bodemtypen in Nederland
- Daarnaast is geologie zeer bepalend voor de hydrologie, de landschapsvormen en
het reliëf
- Voornamelijk kwartair (en klein stuk tertair)
Tertiair: 65 tot 2,6 miljoen jaar geleden
Temperatuur gaat in het tertiair van tropisch naar gematigd
Nederland ligt lang onder zeeniveau maar komt aan het eind boven water.
,Door een recentelijke verschuiving van de tijdsbegrenzing tussen het tertiair en het
pleistoceen, vallen deze afzettingen tegenwoordig in het vroeg-pleistoceen
Kwartiair: 2,6 miljoen jaar gelden tot nu
Pleistoceen: 2,6 miljoen jaargeleden - 10.000 jaar geleden
Holoceen: 10.000 jaar geleden tot nu
, Vanaf Tiglien begint de zeespiegel te dalen en de Noordzee zich terug te trekken.
- Rivierafzettingen worden dominant
- Deltavorming van de belangrijkste grote rivieren:
Rijn
Maas
Noord-duitse rivieren (eridanos)
Dikte van de kwartaire afzettingen in Nederland
Stijging van Rijns massief en daling van Noordzeebekken.
Verweringsproducten afgevoerd door rivieren: zand, klei en grind.
Pleistoceen:
- Nederland grote zandbank in zee met rivierafzettingen (300-400 meter dik)
- Grof en slecht gesorteerd
- Schelp Houdende en zandige klei
Afzetting van verwering:
- Arm wit zand van noord-duits granietgebergte
- Vruchtbaar bruin zand (ijzer) van zuidelijk vulkanisch gebergte
Rivierafzettingen: Maas en Rijn zorgen voor bruin zand, eridanos voor wit zand.
Afzettingen zorgen er mede voor dat Nederland boven water komt.
Vegetatie:
- Arme witte zanden: leemarm, voedselarm, ijzerarm, kalkarm: berk, grove den, heide
- Rijke bruine zanden: lemig, voedselrijker, ijzerrijk, kalkrijk: eiken, beuken
Kalkrijke duinen: parnassia, duizendguldenkruid (renodunaal district)
Van origine kalkrijk (kalkgehalte 8-10%)
- Schelpfragmenten
- Stukjes kalksteen uit achterland