Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Handboek Psychodiagnostiek - Tak et al.

Beoordeling
4.0
(2)
Verkocht
6
Pagina's
47
Geüpload op
26-05-2018
Geschreven in
2017/2018

Uitgebreide samenvatting van het boek Handboek Psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen en adolescenten - Tak et al. De samenvatting is inclusief figuren en tabellen die in het boek staan.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

1
Handboek Psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen en
adolescenten - Tak et al.

Deel 1: Professionele, Theoretische en Methodische Aspecten van Psychodiagnostiek

1. De plaats van diagnostiek binnen het hulpverleningsproces

2. Plaatsbepaling van psychodiagnostisch onderzoek
2.2 Diagnostiek: Het betrouwbaar en valide in beeld brengen van de werkelijkheid
Professioneel handelen vereist dat beslissingen worden genomen op basis van betrouwbare en
valide informatie over de werkelijkheid. Psychodiagnostiek is er om deze informatie te krijgen, om
na te gaan of de hypothesen kloppen en om ze te toetsen. Dit moet aan twee eisen voldoen:
• Betrouwbaarheid. Zo afhankelijk mogelijk van het onderzoek.
• Validiteit. Daadwerkelijk betrekking hebbend op dat wat moet worden beschreven of getoetst.

Diagnostisch onderzoek volgt de empirische cyclus:
1. Observatie: het verzamelen en groeperen van gegevens.
2. Inductie: het formuleren van hypothesen op basis van waarnemingen.
3. a. Deductie: het afleiden van toetsbare voorspellingen uit deze hypothesen.
3. b. Operationalisering: bij iedere voorspelling worden nu adequate onderzoeksmiddelen gezocht
om de voorspellingen toetsbaar te maken.
4. Toetsing: nagaan of de voorspellingen uitkomen door nieuwe gegevens te verzamelen.
5. Evaluatie: het terugkoppelen van de uitkomsten van het onderzoek naar de hypothesen:
kunnen zij de toetsing doorstaan of worden ze verworpen?
De onderzoeker redeneert hier strikt logisch van de ene stap naar de andere. Feedback wordt
teruggekoppeld, na de evaluatie kunnen weer nieuwe hypothesen worden opgesteld en kan de
hele cyclus weer opnieuw worden gevolgd. Doordat het op een bepaalde volgorde gebeurt, maakt
dit het controleerbaar en herhaalbaar.

2.3 Het verband tussen de diagnostische vraagstelling en het hulpverleningsproces
Op het begin van het hulpverleningsproces wordt er een verkennend onderzoek, een
screeningsonderzoek, gedaan. Er is sprake van ‘beschrijvende’ diagnostiek die de situatie in
kaart brengt. Er wordt een lijst gebruikt met te onderzoeken aandachtspunten, die een
zoekschema (heuristiek) wordt genoemd. Dit heeft als functie de blik van de onderzoeker op het
hele systeem van de hulpvrager gericht te houden. Er is ook sprake van ‘onderkennende’
diagnostiek waarbij door middel van gesprekken en observaties wordt nagegaan of bepaalde
problemen aanwezig zijn.
Bij gericht onderzoek worden uitgebreidere instrumenten gebruikt waarbij vaak ook meerdere
disciplines betrokken zijn. Het primaire doel van onderzoek in deze fase is het toetsen van
hypothesen om vermoedens van problemen definitief te bevestigen of te ontkrachten of om
uiteindelijke veronderstellingen over causale verbanden te kunnen bevestigen of te ontkrachten.
De interventie wordt later uitgevoerd en getoetst, onderzoek dat tijdens deze fase gebeurd wordt
monitoring genoemd. De evaluatie die hierna komt is de laatste fase van de monitoring, dit is dan
‘evaluatieve diagnostiek’. Er worden vaker protocollen opgesteld om de effecten te meten van de
hulpverlening, dit heet routine outcome monitoring (ROM) genoemd.

, 2
2.4 Hulpverlening: een probleemoplossingsproces
De hulpverlener moet naast het kiezen van oplossingen voor het probleem ook keuzes maken
waarbij psychodiagnostisch onderzoek op zich niet kan helpen. De wet schrijft bepaalde dingen
voor en bepaalt de financiering van de zorg. Ook moet de hulpverlener zich aanpassen aan het
beeld van de instelling waarvoor hij werkt, moet er rekening gehouden worden met de grenzen van
de relatie tussen hulpverlener en hulpvrager en met de morele, beroepsethische en persoonlijke
waarden waar rekening mee gehouden moet worden.
Doordat dit proces heel erg complex was, was er een discussie over hoe dit het best beschreven
kon worden. Van Stien kwam met een eenvoudige oplossing: hij stelde voor het
hulpverleningsproces te beschrijven als een probleemoplossingsproces: planmatige stappen om
het probleem van de hulpvrager op te lossen. Dit was de regulatieve cyclus. Dit is een proces dat
zes fasen doorloopt: probleemherkenning, probleemdefiniëring, het bedenken en afwegen van
handelingsmogelijkheden, planning van de interventie, uitvoering van de interventie en evaluatie
van de effecten daarvan. Deze fasen worden hieronder besproken:
• Probleemherkenning. Hierin vindt de eerste oriëntatie op de hulpvraag plaats. Er wordt
onderzocht wat de precieze vraag is, wie hem stelt, wie betrokken zijn en welke
verantwoordelijkheden zij hebben. Er wordt een screeningsonderzoek uitgevoerd, zelfs de
geschiedenis van het probleem en de voorgaande hulpverlening/diagnostiek worden in kaart
gebracht.
Voordat er naar de tweede fase wordt gegaan, moet de hulpverlener vaststellen of hij de
aangewezen persoon is om hiermee verder te gaan. Hier wordt er gekeken naar juridische
aspecten, een voorlopige beoordeling van de aard & ernst van de situatie en de veiligheid van
het betrokken kind.
• Probleemdefiniëring. Het doel van deze fase is het beantwoorden van de vraag wat de oorzaak
is van het probleem: het formuleren van een (ontstaans)theorie (probleemdefinitie). De
hulpverlener formuleert het verband tussen de aspecten. Hierna kiest hij zijn doelen op grond
van een analyse, die als herstel van de zelfregulatie en empowerment een rol spelen. De
effectiviteit van de hulpverlening wordt vergroot als de probleemdefiniëring van de hulpvrager en
-verlener op elkaar aansluiten. Deze fase kan kort of lang zijn, hij is lang als er nog verder
onderzoek moet worden gedaan naar de problemen, en de beste manier om deze te definiëren.
• Handelingsmogelijkheden. Hier worden de doelen geconcretiseerd tot een bepaalde aanpak.
Hij bestaat uit twee stappen: eerst wordt bedacht welke opties er allemaal zijn (brainstorming),
in de tweede fase (de ‘kosten-batenanalyse’) worden de alternatieven afgewogen door te kijken
welke interventies het beste aansluiten bij de probleemdefinitie, de normen, waarden en
motivatie van de hulpvrager.
Op grond van het onderzoek en de wetenschappelijke kennis wordt besloten welk concreet
behandelplan het meest haalbaar en meest effectief zal zijn. Samen met de ontstaanstheorie
vormt de behandelingstheorie (die wordt gecompleteerd door de gekozen interventie) de theorie
van het individuele geval.
• Planning van de interventie. Er moeten nu concrete afspraken worden gemaakt wie wat gaat
doen, waar, wanneer, waarmee, wie het coördineert en welke criteria er worden gehanteerd.
Door structurering en explicitering wordt de effectiviteit van de gekozen interventie vergroot.
• Uitvoering van de interventie. De monitoring moet twee aspecten van het proces bewaken.
Ten eerste of de interventie wordt uitgevoerd zoals deze is gepland (treatment integrity/
implementation fidelity). Ten tweede wordt aan de hand van de criteria onderzocht of de
interventie het gewenste & verwachtte effect heeft. Het monitoren kan bijdragen aan een
effectieve behandeling.
• Evaluatie van de effecten. Het doel van de evaluatie is te besluiten of de interventie voldoende
heeft gewerkt, afgesloten kan worden of dient te worden voortgezet, of in het uiterste geval een
andere interventie moet worden toegepast. De vooraf vastgestelde beoordelingscriteria spelen
een rol, maar ook het perspectief van de hulpvrager is essentieel.
Deze cyclus wordt niet gezien als een alternatief voor de empirische cyclus, maar als een kader
waarbinnen psychodiagnostisch onderzoek een effectieve en efficiënte plaats kan innemen.

,3

, 4
3. De professionele relatie tussen hulpvrager en hulpverlener
3.1 Afstand en nabijheid: een dilemma
Doordat de relatie hulpvrager-hulpverlener gepland, doelgericht, betaald en tijdelijk is, is er ook
een mate van zakelijkheid. De hulpverlener heeft regels waar hij zich aan moet houden, als er
meningsverschillen zijn die onbespreekbaar zijn kan de hulpvrager gebruik maken van klachtrecht.
De hulpvrager heeft dus consumentenrechten.
De vraag om hulp vraagt van de hulpverlener aan de ene kant betrokkenheid en
inlevingsvermogen (empathie), en aan de andere kant een onderzoekende en kritische houding
waar er sprake is van distantie. De hulpverlener zoekt hierom naar een ‘maximale nabijheid met
behoud van distantie’:
• Distantie: een onderzoekende houding en uitstellen van een oordeel.
De hulpverlener heeft zelf ook gevoelens, als hij voldoende distantie houdt, heeft hij meer ruimte
om weloverwogen en objectief te reageren. Hij moet zich afstemmen op de hulpvrager en de
situatie. Het uitstellen van een oordeel ligt in de aard van de professionele hulpverleningssituatie
besloten: een onderzoekende, reflectieve houding is vereist. Hierdoor kan de hulpverlener zich
inleven in de hulpvrager.
• Nabijheid: persoonlijke presentie en veiligheid.
Nabijheid is nodig voor het subjectiveren. De hulpvrager wil ook gehoord en begrepen worden,
en wil worden gerespecteerd. Het zoeken naar een aansluiting op de belevingswereld van de
hulpvrager is hiervoor essentieel. De subjectieve inleving is noodzakelijk voor een goede
werkrelatie. Echtheid en persoonlijke presentie van de hulpverlener zijn niet zonder risico’s, de
hulpverlener die te weinig distantie houdt kan zelf emotioneel uitgeput raken (compassion
fatigue).

3.2 Omgang met culturele diversiteit
De wijze waarop de hulpvrager zijn problemen presenteert en hierover praat, de betekenis hiervan
en de verwachtingen worden gekleurd door de cultuur van de hulpvrager. De DSM-5 spreekt over
cultuur als een systeem van kennis, concepten, regels en praktijken die worden geleerd en
overgedragen van de ene generatie op de andere. Hierbij horen taal, religie, familiestructuren,
levensfasen, rituelen, gewoonten, morele & juridische opvattingen. Hieronder wordt besproken wat
er van belang is om als hulpverlener ‘intercultureel competent’ te werken:
• Cultuur en attitude.
Sensitiviteit voor culturele verschillen is van belang, zelfs binnen de eigen cultuur zijn
subculturen met onderling belangrijke verschillen. Het gaat bij interculturele contacten dus niet
om fundamenteel andere communicatieve vaardigheden, maar om graduele verschillen. Er is
een open, onderzoekende opstelling van belang. Er is altijd de ‘gouden regel’ als moreel
referentiepunt: behandel een ander zoals je zelf ook behandeld zou willen worden.
• Cultuur en kennis.
Ook kennis helpt om misinterpretaties van het gedrag en de belevingswereld van de ander te
voorkomen. In een collectivistische cultuur gaat loyaliteit aan de groep voor alles, afwijken van
de norm geeft in zo’n cultuur grote stress.
Voor de communicatie is het onderscheid van belang tussen ‘laagcontext’- en ‘hoogcontext’-
culturen. In een laagcontext-cultuur doet de context van mededelingen er niet zo toe: de
boodschap is expliciet, gestructureerd en de letterlijke betekenis is van belang. Er is eerst
aandacht voor de kern, daarna voor de bijzaken. Ook is er een grote persoonlijke ruimte, vele
individualisme en een monochrome tijdsopvatting (tijd is geld) In een hoogcontext-cultuur zijn
uitspraken vaak figuurlijk bedoeld, de betekenis hangt sterk samen met de context. Een goed
gesprek is belangrijker dan op tijd komen voor je volgende afspraak, je raakt elkaar makkelijker
aan en er is veel aandacht voor de juiste vorm. Er wordt veel en snel informatie verspreid via het
sociale netwerk.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1-3, h6-14
Geüpload op
26 mei 2018
Aantal pagina's
47
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

7 jaar geleden

4.0

2 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
puckvandenberk Radboud Universiteit Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
92
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
75
Documenten
7
Laatst verkocht
4 jaar geleden

3.7

22 beoordelingen

5
3
4
13
3
3
2
2
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen