Week 1: sociale consequenties van digitale media
- H1 en 2 Baym
Week 2: platformisering van de samenleving
- H4 Baym
- Introductie en H1 van Dijck
Week 3: online communicatie en identiteit
- H3 en 5 Baym
- Artikel Marwick
Week 4: personalisatie en filterbubbels
- Artikel Pariser
- Artikel Borgesius
Week 5: Big Data en AI
- Artikel Neff
- Artikel Caplan
- Artikel Courtland
Week 6: social media en wetenschapscommunicatie
- Artikel van Dijck
- Artikel Anderson
, H1: new forms of personal connection
Nieuwe digitale technologieën = nieuwe vormen van interactie
Doel communicatietechnologie = communiceren zonder fysieke aanwezigheid in dezelfde ruimte
Floating world (Gergen) = we hebben contact/verbinding met mensen online ondanks dat er nog
steeds fysiek mensen aanwezig zijn
Nieuwe media biedt ‘volume controle’ = controle die je hebt online over jezelf
Digitale communicatie geeft ons meer en nieuwe controle over hoe we interacteren met anderen
- Meer controle over sociale werelden: omdat we niet fysiek aanwezig hoeven te zijn, hebben
we meer controle over hoe we onszelf presenteren aan anderen
- Nieuwe vormen van controle: Surveillance (toezicht) en constraint (beperking)
o Surveillance: we kunnen elkaar gedrag online observeren. Dit kan invloed hebben op
hoe we ons gedragen en presenteren, wetende dat andere toezicht kunnen houden
o Constraint: we kunnen online bepaalde aspecten van communicatie beperken. Dit
geeft ons controle over de communicatie die fysiek moeilijk te bereiken zijn.
- Vermijden van bepaalde vormen van communicatie: niet fysiek aanwezig = mensen negeren
De opkomst van nieuwe digitale media heeft invloed op onze autonomie
- Autonomie door digitale media: toegang tot informatie (kennis vergaren) en zelfexpressie
- Beperkingen van autonomie door constante connectie met wereld
o Permanente beschikbaarheid: verwachting om altijd bereikbaar en verbonden te zijn,
geeft druk om constant in contact te zijn met anderen
o Sociale druk: sociale druk/verwachting om actief deel te nemen aan digitale media
Nieuwe media vervaagd de grens tussen massa- en interpersoonlijke communicatie
- Met nieuwe media kan men direct communiceren met anderen op een schaal die voorheen
niet mogelijk was. Berichten kunnen een-op-een, maar ook een-op-veel plaatsvinden.
Nieuwe media vervaagd de grens tussen privé en publiek
- Vroeger deelde je alleen persoonlijke informatie met je vrienden en familie
- Tegenwoordig heb je de mogelijkheid om je leven met de hele wereld, online, te delen
Digitale media trekt de authenticiteit van onze identiteiten, relaties en praktijken in twijfel
- Zijn mensen online echt? -> men kan zich voordoen als iemand anders (anonimiteit), of zich
voordoen alsof ze een mega leuk leven hebben door alleen de leuke dingen te laten zien.
True self = je betere zelf zijn op het internet
7 kernconcepten om digitale media te differentiëren
1. Interactiviteit: sociale, technische, tekstuele interactiviteit (mogelijkheden van medium om…)
2. Temporale structure: synchronische en a-synchronische communicatie
3. Social cues: media bevat minder cues dan F2F (fysieke context)
4. Storage: opslaan van berichten
5. Reproduceerbaarheid: kopiëren van berichten
6. Reach (partner of speed): hoe ver komen je berichten (massa communicatie)
7. Mobility: mogelijkheid te communiceren waar je ook bent
- H1 en 2 Baym
Week 2: platformisering van de samenleving
- H4 Baym
- Introductie en H1 van Dijck
Week 3: online communicatie en identiteit
- H3 en 5 Baym
- Artikel Marwick
Week 4: personalisatie en filterbubbels
- Artikel Pariser
- Artikel Borgesius
Week 5: Big Data en AI
- Artikel Neff
- Artikel Caplan
- Artikel Courtland
Week 6: social media en wetenschapscommunicatie
- Artikel van Dijck
- Artikel Anderson
, H1: new forms of personal connection
Nieuwe digitale technologieën = nieuwe vormen van interactie
Doel communicatietechnologie = communiceren zonder fysieke aanwezigheid in dezelfde ruimte
Floating world (Gergen) = we hebben contact/verbinding met mensen online ondanks dat er nog
steeds fysiek mensen aanwezig zijn
Nieuwe media biedt ‘volume controle’ = controle die je hebt online over jezelf
Digitale communicatie geeft ons meer en nieuwe controle over hoe we interacteren met anderen
- Meer controle over sociale werelden: omdat we niet fysiek aanwezig hoeven te zijn, hebben
we meer controle over hoe we onszelf presenteren aan anderen
- Nieuwe vormen van controle: Surveillance (toezicht) en constraint (beperking)
o Surveillance: we kunnen elkaar gedrag online observeren. Dit kan invloed hebben op
hoe we ons gedragen en presenteren, wetende dat andere toezicht kunnen houden
o Constraint: we kunnen online bepaalde aspecten van communicatie beperken. Dit
geeft ons controle over de communicatie die fysiek moeilijk te bereiken zijn.
- Vermijden van bepaalde vormen van communicatie: niet fysiek aanwezig = mensen negeren
De opkomst van nieuwe digitale media heeft invloed op onze autonomie
- Autonomie door digitale media: toegang tot informatie (kennis vergaren) en zelfexpressie
- Beperkingen van autonomie door constante connectie met wereld
o Permanente beschikbaarheid: verwachting om altijd bereikbaar en verbonden te zijn,
geeft druk om constant in contact te zijn met anderen
o Sociale druk: sociale druk/verwachting om actief deel te nemen aan digitale media
Nieuwe media vervaagd de grens tussen massa- en interpersoonlijke communicatie
- Met nieuwe media kan men direct communiceren met anderen op een schaal die voorheen
niet mogelijk was. Berichten kunnen een-op-een, maar ook een-op-veel plaatsvinden.
Nieuwe media vervaagd de grens tussen privé en publiek
- Vroeger deelde je alleen persoonlijke informatie met je vrienden en familie
- Tegenwoordig heb je de mogelijkheid om je leven met de hele wereld, online, te delen
Digitale media trekt de authenticiteit van onze identiteiten, relaties en praktijken in twijfel
- Zijn mensen online echt? -> men kan zich voordoen als iemand anders (anonimiteit), of zich
voordoen alsof ze een mega leuk leven hebben door alleen de leuke dingen te laten zien.
True self = je betere zelf zijn op het internet
7 kernconcepten om digitale media te differentiëren
1. Interactiviteit: sociale, technische, tekstuele interactiviteit (mogelijkheden van medium om…)
2. Temporale structure: synchronische en a-synchronische communicatie
3. Social cues: media bevat minder cues dan F2F (fysieke context)
4. Storage: opslaan van berichten
5. Reproduceerbaarheid: kopiëren van berichten
6. Reach (partner of speed): hoe ver komen je berichten (massa communicatie)
7. Mobility: mogelijkheid te communiceren waar je ook bent