Psychopathologie aantekeningen
Thema 4: autismespectrumstoornis
Leerdoel 1: Je beschikt over basiskennis over ASS waaronder
oorzaken, kenmerken, gevolgen, comorbiditeit, prevalentie en
begeleidingsmogelijkheden.
Vanaf 6 maanden ontstaat gedeelde aandacht. De baby kijkt naar waar de
opvoeder kijkt. Hij volgt zijn ogen.
Er zijn 3 vormen van gedeelde aandacht:
1. Vanaf 6 maanden -> Het reageren op de gedeelde aandacht.
2. Vanaf 1 jaar -> Het reageren op anderen en zelf een interactie beginnen.
3. Kinderen gaan een volwassene nodig hebben om iets voor elkaar te
krijgen.
Vanaf 6 maanden kan een baby emoties uiten en herkennen.
Vanaf 1 jaar kan een kind zijn gedrag afstemmen op de emoties van de verzorger.
Vanaf 3 jaar kan een kind beginnen te praten over emoties. Ook kan een kind dan
het verschil weten tussen de werkelijkheid en een toneelstuk.
Vanaf 4 jaar begrijpen kinderen dat verwachtingen van hunzelf en anderen
kunnen verschillen.
10 veel voorkomende kenmerken van ASS:
1. Sociaal contact en sociale wederkerigheid
- Niet reageren op hun naam.
- Anderen niet aankijken.
- Aanraking niet prettig vinden.
- Laat glimlachen of zelfs niet.
- Kan zich moeilijk in een ander verplaatsen.
2. Communicatie en taal
- Nemen woorden vaak letterlijk op.
- Vormen van zinnen is anders.
- Stemvolume en intonatie is lastig.
3. Verbeeldingsvermogen
- Kan geen symbolisch spel spelen, een slipper blijft een slipper.
4. Structuur, behoefte aan hetzelfde en verzet tegen verandering.
5. Zintuigelijke sensaties
- Overgevoelig voor prikkels buiten het eigen lichaam.
- Ondergevoelig voor prikkels binnen het eigen lichaam.
6. Herkennen van emoties
7. Goed in details
8. Angst
- Angst kan bijvoorbeeld niet aanwezig zijn op momenten waar het wel moet
zijn en andersom.
9. Extreme feitenkennis en andere vaardigheden
Thema 4: autismespectrumstoornis
Leerdoel 1: Je beschikt over basiskennis over ASS waaronder
oorzaken, kenmerken, gevolgen, comorbiditeit, prevalentie en
begeleidingsmogelijkheden.
Vanaf 6 maanden ontstaat gedeelde aandacht. De baby kijkt naar waar de
opvoeder kijkt. Hij volgt zijn ogen.
Er zijn 3 vormen van gedeelde aandacht:
1. Vanaf 6 maanden -> Het reageren op de gedeelde aandacht.
2. Vanaf 1 jaar -> Het reageren op anderen en zelf een interactie beginnen.
3. Kinderen gaan een volwassene nodig hebben om iets voor elkaar te
krijgen.
Vanaf 6 maanden kan een baby emoties uiten en herkennen.
Vanaf 1 jaar kan een kind zijn gedrag afstemmen op de emoties van de verzorger.
Vanaf 3 jaar kan een kind beginnen te praten over emoties. Ook kan een kind dan
het verschil weten tussen de werkelijkheid en een toneelstuk.
Vanaf 4 jaar begrijpen kinderen dat verwachtingen van hunzelf en anderen
kunnen verschillen.
10 veel voorkomende kenmerken van ASS:
1. Sociaal contact en sociale wederkerigheid
- Niet reageren op hun naam.
- Anderen niet aankijken.
- Aanraking niet prettig vinden.
- Laat glimlachen of zelfs niet.
- Kan zich moeilijk in een ander verplaatsen.
2. Communicatie en taal
- Nemen woorden vaak letterlijk op.
- Vormen van zinnen is anders.
- Stemvolume en intonatie is lastig.
3. Verbeeldingsvermogen
- Kan geen symbolisch spel spelen, een slipper blijft een slipper.
4. Structuur, behoefte aan hetzelfde en verzet tegen verandering.
5. Zintuigelijke sensaties
- Overgevoelig voor prikkels buiten het eigen lichaam.
- Ondergevoelig voor prikkels binnen het eigen lichaam.
6. Herkennen van emoties
7. Goed in details
8. Angst
- Angst kan bijvoorbeeld niet aanwezig zijn op momenten waar het wel moet
zijn en andersom.
9. Extreme feitenkennis en andere vaardigheden