1.1 Ontwikkeling van de zwangerschap 1.2
Het begin: eicel en zaadcel
Zaadcel bevrucht eicel => zygote
Eicel = oocyt
Vorming van eicellen = oögenese
Zaadcel = spermatocyt
Vorming van zaadcellen = spermatogenese
Oögenese
Een oocyt heeft 23 chromosomen. ögonia vermeerderen door mitotische delingen tijdens de
ontwikkeling van de ovaria van de foetus. Elke maand 1 eicel
Spermatogenese
Een spermatocyt heeft 23 chromosomen. Is het proces waarbij stamcellen worden omgevormd tot
spermatiden. Productie ong. 8 -10 wk Miljoenen per dag
,Deze vormen samen een zygote. Een zygote heeft 46 chromosomen.
Meiose
,Meiose wordt ook wel de reductiedeling genoemd. Dit is zo, omdat tijdens de meiose de hoeveelheid
chromosomen in de cellen gehalveerd wordt. Een cel die de meiose ondergaat, verandert van een 2n
cel in een n cel. Voor de mens geldt dan dat een cel met 46 chromosomen verandert in een aantal
cellen met 23 chromosomen. Meiotische delingen vinden alleen maar plaats in
de geslachtsorganen. Bij de man in de teelballen en bij de vrouw in de eierstokken. In de rest van het
lichaam vindt er nergens meiose plaats.
Als je de mitose begrijpt, is de meiose niet veel moeilijker om te begrijpen. Hieronder staat een
afbeelding met de belangrijkste verschillen tussen de mitose en de meiose. Het verschil zit in de
rangschikking van de homologe chromosomen in de metafase van zowel de mitose als de meiose. In
deze fase kunnen de homologe chromosomen elkaar opzoeken in het equatoriale vlak en echt
koppels vormen, of de homologe chromosomen kunnen elkaar niet opzoeken in het equatoriale vlak
en gewoon een willekeurige plaats innemen. In de mitose liggen de homologe chromosomen niet
paarsgewijs. In de meiose liggen de homologe chromosomen wel paarsgewijs. De plek in het
equatoriale vlak bepaalt hoe de chromosomen verdeeld worden over de dochtercellen.
Morula = klompje cellen
Blastula = holte gevormd
Nidatie = innesteling
, 1. Voeding eerst uit dooierzak
2. AD 8 wk neemt placenta dat over
3. Dan ook hormonale verandering, vaak misselijk