Richtlijn Ziekte van Parkinson Domenica Krens
Richtlijn Ziekte van Parkinson
Jaar 2 kwartaal 3
Studiejaar 2017/2018
Samenvatting Praktijkrichtlijn ziekte van Parkinson
Domenica Krens
De ziekte van Parkinson is een progressieve, neurodegeneratie aandoening. De ziekte van Parkinson
brengt voor de meeste patiënten ernstige beperkingen met zich mee, maar de snelheid waarmee
patiënten achteruitgaan en de gevolgen van de ziekte voor het dagelijks functioneren, variëren sterk
van patiënt tot patiënt.
De ziekte van Parkinson is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende neurodegeneratieve
aandoening. Het komt 1,5 keer zo vaak voor bij mannen dan bij vrouwen. Het komt het meest voor
bij mensen boven de 60 jaar.
De diagnose ‘ziekte van Parkinson’ wordt gesteld op grond van klinische criteria:
- Aanwezigheid van bradykinesie: traagheid van bewegen
- Afname van de snelheid van bewegen
- Afname van de bewegingsuitslag bij herhaalde bewegingen
Bijkomende symptomen die wijze op de ziekte van Parkinson:
- Rigiditeit: stijfheid
- Rusttremor
- Houdingsinstabiliteit
Door onbekende redenen sterven bij de ziekte van Parkinson dopamine producerende cellen in de
substantia nigra af. Hierdoor ontstaan stoornissen in de motorische en niet-motorische functies. Dit
kan leiden tot beperkingen in activiteiten en afname van kwaliteit van leven.
Stoornissen die in het vroege stadium optreden:
- Stoornissen in motorische functies:
o Bradykinesie: het maken van tragere en kleinere bewegingen
o Rigiditeit: stijfheid
o Afname van dynamische balans
- Stoornissen in niet-motorische functies:
o Reukstoornissen
o Remslaap-gedragsstoornis
o Constipatie
o Depressie
o Mentale stoornissen: met name geheugen, reactietijd en executieve functies.
1
, Richtlijn Ziekte van Parkinson Domenica Krens
Stoornissen die in het gevorderde stadium optreden:
- Stoornissen in motorische functies:
o Flexiehouding ten gevolge van de rigiditeit, met uiteindelijk uitval van de
houdingsreflexen en achteruitgang van de evenwichtsreacties
o Axiale rigiditeit (antecollis en scoliose)
o Rusttremor
- Stoornissen in niet-motorische functies:
o Dementie
o Urine – incontinentie
o Seksuele stoornissen
Stoornissen in niet-motorische functies kunnen ruim 10 jaar eerder optreden dan de stoornissen in
motorische functies.
Bij executieve functiestoornissen heeft een patiënt problemen met:
- De interne aansturing van de aandacht (tegenover sturing van de aandacht door middel van
externe cues) een voorwaarde voor het uitvoeren van niet-routinematige taken.
- Het wijzigen van mentale sets: de aandacht van de ene naar de andere prikkel verplaatsen
- Plannen: het vaststellen en ordenen van de stappen die nodig zijn om een doel te bereiken
- Conflictoplossing: het onderdrukken van overheersende reacties op prikkels
- De concentratie
- Het vasthouden en gebruiken van opgeslagen informatie
- Het uitvoeren van dubbeltaken
- Besluit nemen: het afwegen van de voor- en nadelen van verschillende opties
- Sociale interacties: het begrijpen van de intenties, verlangens en humor van andere
patiënten.
Executieve functies zijn cruciaal voor het uitoefenen van doelgericht gedrag, en dus voor het
dagelijks functioneren.
Executieve functiestoornissen brengen zowel motorische als niet-motorische symptomen met zich
mee.
- Motorische uitingen van executieve functiestoornissen zijn:
o Loopproblemen
o Vallen (met name tijdens dubbeltaken)
- Niet-motorische uitingen van executieve functiestoornissen zijn:
o Apathie
o Visuele hallucinaties
o Persoonlijkheidsveranderingen, zoals minder spontaan worden en minder aandacht
voor zelfzorg
o Pijn
o Angst
2
Richtlijn Ziekte van Parkinson
Jaar 2 kwartaal 3
Studiejaar 2017/2018
Samenvatting Praktijkrichtlijn ziekte van Parkinson
Domenica Krens
De ziekte van Parkinson is een progressieve, neurodegeneratie aandoening. De ziekte van Parkinson
brengt voor de meeste patiënten ernstige beperkingen met zich mee, maar de snelheid waarmee
patiënten achteruitgaan en de gevolgen van de ziekte voor het dagelijks functioneren, variëren sterk
van patiënt tot patiënt.
De ziekte van Parkinson is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende neurodegeneratieve
aandoening. Het komt 1,5 keer zo vaak voor bij mannen dan bij vrouwen. Het komt het meest voor
bij mensen boven de 60 jaar.
De diagnose ‘ziekte van Parkinson’ wordt gesteld op grond van klinische criteria:
- Aanwezigheid van bradykinesie: traagheid van bewegen
- Afname van de snelheid van bewegen
- Afname van de bewegingsuitslag bij herhaalde bewegingen
Bijkomende symptomen die wijze op de ziekte van Parkinson:
- Rigiditeit: stijfheid
- Rusttremor
- Houdingsinstabiliteit
Door onbekende redenen sterven bij de ziekte van Parkinson dopamine producerende cellen in de
substantia nigra af. Hierdoor ontstaan stoornissen in de motorische en niet-motorische functies. Dit
kan leiden tot beperkingen in activiteiten en afname van kwaliteit van leven.
Stoornissen die in het vroege stadium optreden:
- Stoornissen in motorische functies:
o Bradykinesie: het maken van tragere en kleinere bewegingen
o Rigiditeit: stijfheid
o Afname van dynamische balans
- Stoornissen in niet-motorische functies:
o Reukstoornissen
o Remslaap-gedragsstoornis
o Constipatie
o Depressie
o Mentale stoornissen: met name geheugen, reactietijd en executieve functies.
1
, Richtlijn Ziekte van Parkinson Domenica Krens
Stoornissen die in het gevorderde stadium optreden:
- Stoornissen in motorische functies:
o Flexiehouding ten gevolge van de rigiditeit, met uiteindelijk uitval van de
houdingsreflexen en achteruitgang van de evenwichtsreacties
o Axiale rigiditeit (antecollis en scoliose)
o Rusttremor
- Stoornissen in niet-motorische functies:
o Dementie
o Urine – incontinentie
o Seksuele stoornissen
Stoornissen in niet-motorische functies kunnen ruim 10 jaar eerder optreden dan de stoornissen in
motorische functies.
Bij executieve functiestoornissen heeft een patiënt problemen met:
- De interne aansturing van de aandacht (tegenover sturing van de aandacht door middel van
externe cues) een voorwaarde voor het uitvoeren van niet-routinematige taken.
- Het wijzigen van mentale sets: de aandacht van de ene naar de andere prikkel verplaatsen
- Plannen: het vaststellen en ordenen van de stappen die nodig zijn om een doel te bereiken
- Conflictoplossing: het onderdrukken van overheersende reacties op prikkels
- De concentratie
- Het vasthouden en gebruiken van opgeslagen informatie
- Het uitvoeren van dubbeltaken
- Besluit nemen: het afwegen van de voor- en nadelen van verschillende opties
- Sociale interacties: het begrijpen van de intenties, verlangens en humor van andere
patiënten.
Executieve functies zijn cruciaal voor het uitoefenen van doelgericht gedrag, en dus voor het
dagelijks functioneren.
Executieve functiestoornissen brengen zowel motorische als niet-motorische symptomen met zich
mee.
- Motorische uitingen van executieve functiestoornissen zijn:
o Loopproblemen
o Vallen (met name tijdens dubbeltaken)
- Niet-motorische uitingen van executieve functiestoornissen zijn:
o Apathie
o Visuele hallucinaties
o Persoonlijkheidsveranderingen, zoals minder spontaan worden en minder aandacht
voor zelfzorg
o Pijn
o Angst
2