Hoofdstuk 20 Investeringsanalyse
Samenvattingd.d. 12-6-2019
20.1 Cashflow
Bij uitbreidingsinvesteringenvergroot een onderneming de voorraad vaste
kapitaalgoederen. De productiecapaciteit neemt daardoor toe.
Bij vervangingsinvesteringen vervangt een onderneming een versleten 0f verouderd
kapitaalgoed.
Risicoreductie is het zo klein mogelijk maken van onzekerheden.
De cashflow is het verschil tussen de geldstroom die de onderneming door de investering
ontvangt en de geldstroom die zij uitgeeft. De jaarlijkse cashflow is gelijk aan de nettowinst
(z winst na aftrek van vennootschapsbelasting)die door het project wordt gerealiseerd + de
afschrijving(skosten).Aan het begin van het project geldt: cashflow = —investeringen. In het
laatste jaar van het project geldt: cashflow = nettowinst + afschrijving(skosten) +
desinvesteringen (de restwaarde).
20.2 Terugverdientijd
Bij de methode van de terugverdientijdberekenen we hoe lang het duurt voordat een
investering is terugverdiend met behulp van de (jaarlijkse) cashflows. Bij een keuze uit
verschillende investeringsprojectenverdient het project met de kortste terugverdientijdde
voorkeur. Er wordt geen rekening gehouden met interestkosten.
20.3 Nettocontantewaardemethode
De netto-contante-waardemethode houdt wel rekening met de tijdswaarde van het geld. De
netto contante waarde is gelijk aan de contante waarde van de cashflows (inclusief een
eventuele restwaarde) verminderd met de (contante waarde van) de investeringen. Een
investeringsproject met een negatieve netto contante waarde komt niet in aanmerking. Bij
de keuze uit verschillende investeringsprojectenverdient het project met de hoogste netto
contante waarde de voorkeur.
Als de projecten een verschillend investeringsbedrag hebben, kunnen we een keuze maken
op grond van de netto contante waarde per geïnvesteerde euro.
Als de projecten een gelijke netto contante waarde hebben, dan kijken we naar de looptijd
van de projecten: het project met de kortste looptijd heeft dan de voorkeur (cashflows die
verder in de toekomst liggen, worden namelijk onzekerder).