Economische Geografie
Samenvatting
Wat is economie?
- Verdeling en besteding van schaarse goederen
- Optimale inzet van productiefactoren, wat leidt tot winstmaximalisatie
o Winstmaximalisatie is veelal aangeduid in geld, maar kan ook zijn:
Maximale werkgelegenheid
Maximale milieuwinst
Maximale duurzaamheid
Maximale voedselproductie
Waarom is het ene land welvarender dan het andere?
- Klimaat, opleidingsniveau, geografische ligging
- Concurrentie en samenwerking (= agglomeratievoordelen)
o Dit leidt tot innovatie en economische ontwikkeling
Site (kenmerken) en Situation (omstandigheden)
- Space: ruimte, de omgeving
- Place: locatie
De relatie tussen afstand en economische groei
- Geografische afstand
- Culturele afstand
- Administratieve afstand
- Economische afstand
De invloed van het internet:
- Geografische afstand wordt steeds minder belangrijk
1
,De 4 sectoren van de economie
Primaire sector
- Grondstoffen leveren
o Bijvoorbeeld: mijnwerkers
Secundaire sector
- Grondstoffen bewerken
o Bijvoorbeeld: fabrieksmedewerkers
Tertiaire sector
- Distributie en verkoop (commerciële diensten)
o Bijvoorbeeld: autodealer
Quartaire sector
- Kennis en informatie (niet-commerciële diensten)
o Bijvoorbeeld: politieagent
Locatiekeuze primaire sector
Klassieke theorie: Johann Heinrich von Thünen (1783-1850)
- Concentrisch model voor optimaal landgebruik
o Op basis van wat hij zag
Uitgangspunten
- Minimale kosten benadering
- Markt met volledige mededingen, volkomen concurrentie en volledige informatie
- Prijs van het eindproduct is een gegeven
- Rationeel handelende mens streeft naar winstmaximalisatie (Homo Economicus)
- Isotrope ruimte (economic rent is gelijk)
o Ruimte- en productiekosten zijn overal hetzelfde
- Boer kiest op zijn locatie voor het optimale gewas
Transportkosten zijn doorslaggevend (economic rent)
- Eén afzetmarkt: dichtstbijzijnde
- Eén soort transport
- Transportkosten nemen lineair toe met de afstand
- Transportkosten verschillen per product:
o Zware producten kosten meer per km
o Bederfelijke goederen moeten snel op de plaats van bestemming zijn
Model von Thünen
Hoe dichterbij de markt, hoe hoger de grondprijzen
- Dicht bij de marktplaats: hoge opbrengst,
bederfelijke goederen, hoge transportkosten
(groente en fruit)
- Ver weg van de marktplaats: lage opbrengst,
houdbare goederen, lage transportkosten
(tarwe en rogge)
Formule von Thünen
W = VM – (P + T)
- Winst (W)
- Vaste Marktprijs (VM)
- Productiekosten (P)
- Transportkosten (T)
2
, Latere aanpassing von Thünen
In werkelijkheid:
- Is de wereld geen isotrope ruimte
- Zijn transportkosten niet-lineair
- Zijn er zowel vaste als variabele kosten
- Zijn er verschillende transportwijze
- Zijn er verschillende manieren om transportkosten te verrekenen (wie betaald?)
Von Thünen grondprijzen tegenwoordig
- Huurprijs per m2
- Waarde vastgoed
o Economic rent (betere grond, centrale ligging)
o Location rent (afstand, bereikbaarheid, concurrentie)
Locatietheorie industrie
Alfred Weber (1868 – 1958)
- Industriële revolutie sterke industrialisatie van Duitsland
- Concentratie van industrie bij vindplaatsen van grondstoffen (en dus niet bij de markt zoals
bij von Thünen)
Uitgangspunten en veronderstellingen (deductief)
Fabrieken streven naar zo laag mogelijke transportkosten
- Transportkosten voor aanvoer van grondstoffen en afvoer van eindproducten
- Transportkosten worden bepaald door vervoerde gewicht en de afgelegde afstand
- Transportkosten nemen lineair toe met de afstand
Ruimte is isotroop (zie ook von Thünen)
- Industriële grondstoffen komen niet overal in dezelfde mate voor
- Productiefactor arbeid is overal onbeperkt beschikbaar
- Er zijn wel ruimtelijke verschillen in arbeidskosten
- Eindproducten worden aangeboden in één stad (de markt)
Verschil tussen inductief en deductief
- Inductief: redeneren door een nieuwe theorie proberen te creëren (d.m.v. bijv. data)
- Deductief: redeneren vanuit een bestaande theorie (bijv. von Thünen)
Weber: industrie bij grondstoffen
Twee soorten: ubiquitäten & lokalosiertes material
- Ubiquitäten komt overal voor vestiging bij afzetmarkt
o Zoals: water, wind, internet
- Lokalisiertes material komt op enkele plekken voor dichtbij vindplaats
o Zoals: mijnen met kool of ijzer
3
Samenvatting
Wat is economie?
- Verdeling en besteding van schaarse goederen
- Optimale inzet van productiefactoren, wat leidt tot winstmaximalisatie
o Winstmaximalisatie is veelal aangeduid in geld, maar kan ook zijn:
Maximale werkgelegenheid
Maximale milieuwinst
Maximale duurzaamheid
Maximale voedselproductie
Waarom is het ene land welvarender dan het andere?
- Klimaat, opleidingsniveau, geografische ligging
- Concurrentie en samenwerking (= agglomeratievoordelen)
o Dit leidt tot innovatie en economische ontwikkeling
Site (kenmerken) en Situation (omstandigheden)
- Space: ruimte, de omgeving
- Place: locatie
De relatie tussen afstand en economische groei
- Geografische afstand
- Culturele afstand
- Administratieve afstand
- Economische afstand
De invloed van het internet:
- Geografische afstand wordt steeds minder belangrijk
1
,De 4 sectoren van de economie
Primaire sector
- Grondstoffen leveren
o Bijvoorbeeld: mijnwerkers
Secundaire sector
- Grondstoffen bewerken
o Bijvoorbeeld: fabrieksmedewerkers
Tertiaire sector
- Distributie en verkoop (commerciële diensten)
o Bijvoorbeeld: autodealer
Quartaire sector
- Kennis en informatie (niet-commerciële diensten)
o Bijvoorbeeld: politieagent
Locatiekeuze primaire sector
Klassieke theorie: Johann Heinrich von Thünen (1783-1850)
- Concentrisch model voor optimaal landgebruik
o Op basis van wat hij zag
Uitgangspunten
- Minimale kosten benadering
- Markt met volledige mededingen, volkomen concurrentie en volledige informatie
- Prijs van het eindproduct is een gegeven
- Rationeel handelende mens streeft naar winstmaximalisatie (Homo Economicus)
- Isotrope ruimte (economic rent is gelijk)
o Ruimte- en productiekosten zijn overal hetzelfde
- Boer kiest op zijn locatie voor het optimale gewas
Transportkosten zijn doorslaggevend (economic rent)
- Eén afzetmarkt: dichtstbijzijnde
- Eén soort transport
- Transportkosten nemen lineair toe met de afstand
- Transportkosten verschillen per product:
o Zware producten kosten meer per km
o Bederfelijke goederen moeten snel op de plaats van bestemming zijn
Model von Thünen
Hoe dichterbij de markt, hoe hoger de grondprijzen
- Dicht bij de marktplaats: hoge opbrengst,
bederfelijke goederen, hoge transportkosten
(groente en fruit)
- Ver weg van de marktplaats: lage opbrengst,
houdbare goederen, lage transportkosten
(tarwe en rogge)
Formule von Thünen
W = VM – (P + T)
- Winst (W)
- Vaste Marktprijs (VM)
- Productiekosten (P)
- Transportkosten (T)
2
, Latere aanpassing von Thünen
In werkelijkheid:
- Is de wereld geen isotrope ruimte
- Zijn transportkosten niet-lineair
- Zijn er zowel vaste als variabele kosten
- Zijn er verschillende transportwijze
- Zijn er verschillende manieren om transportkosten te verrekenen (wie betaald?)
Von Thünen grondprijzen tegenwoordig
- Huurprijs per m2
- Waarde vastgoed
o Economic rent (betere grond, centrale ligging)
o Location rent (afstand, bereikbaarheid, concurrentie)
Locatietheorie industrie
Alfred Weber (1868 – 1958)
- Industriële revolutie sterke industrialisatie van Duitsland
- Concentratie van industrie bij vindplaatsen van grondstoffen (en dus niet bij de markt zoals
bij von Thünen)
Uitgangspunten en veronderstellingen (deductief)
Fabrieken streven naar zo laag mogelijke transportkosten
- Transportkosten voor aanvoer van grondstoffen en afvoer van eindproducten
- Transportkosten worden bepaald door vervoerde gewicht en de afgelegde afstand
- Transportkosten nemen lineair toe met de afstand
Ruimte is isotroop (zie ook von Thünen)
- Industriële grondstoffen komen niet overal in dezelfde mate voor
- Productiefactor arbeid is overal onbeperkt beschikbaar
- Er zijn wel ruimtelijke verschillen in arbeidskosten
- Eindproducten worden aangeboden in één stad (de markt)
Verschil tussen inductief en deductief
- Inductief: redeneren door een nieuwe theorie proberen te creëren (d.m.v. bijv. data)
- Deductief: redeneren vanuit een bestaande theorie (bijv. von Thünen)
Weber: industrie bij grondstoffen
Twee soorten: ubiquitäten & lokalosiertes material
- Ubiquitäten komt overal voor vestiging bij afzetmarkt
o Zoals: water, wind, internet
- Lokalisiertes material komt op enkele plekken voor dichtbij vindplaats
o Zoals: mijnen met kool of ijzer
3