Leerdoelen:
- Je kunt enkele relevante Human Resource Management (HRM) instrumenten
benoemen.
- Je hebt kennis van de wijze waarop organisa�es deze instrumenten kunnen inzeten.
- Je bent bekend met enkele belangrijke begrippen en modellen ten aanzien van
organisa�ecultuur.
- Je hebt kennis van en inzicht in verschillende typologieën van organisa�ecultuur
- Je hebt kennis van aspecten die invloed uitoefenen op organisa�ecultuur.
7.1 Inleiding
Het begint bij de overtuiging van het topmanagement, het realiseren van de strategie is
a�ankelijk van de kwaliteiten en mo�va�e van de mensen
(werknemers)
Belangrijkste aspecten van HRM:
• onderkenning door het topmanagement van het belang
van de menselijke factor;
• het HRM-beleid moet afgestemd zijn op de strategie van
de organisa�e;
• het idee dat mensen geen kostenposten vormen maar
juist baten zijn;
• de overtuiging dat menselijke kwaliteiten beter benut
kunnen worden;
• de overtuiging dat het realiseren van de strategie van een organisa�e valt of staat
met de rela�e die gelegd wordt met de kwaliteiten en de mo�va�e van de mensen;
• de noodzaak op een professionele en planma�ge wijze systemen en instrumenten toe
te passen, gericht op benu�ng van menselijke kwaliteiten in het kader van het
realiseren van organisa�edoelen.
, HRM proces bestaat uit:
1. Instroom
2. Doorstroom
3. Uitstroom
In de a�eelding zie je de onderdelen waar HRM allemaal uit bestaat en mee bezig is.
7.2 Instroom
1. Proces instroom: de onboarding, het inwerken van de medewerker bestaat uit 5 C.
De 5 C’s van succesvolle onbaording:
1. Compliance.
Wat zijn de basisregels waar iedereen zich aan moet houden? Dit zijn de wetelijke regels,
maar ook regels van de organisa�e op het gebied van veiligheid en vertrouwelijkheid,
omgangsvormen, an�-pestbeleid, regelingen over ziekmeldingen enzovoort.
2. Clarifica�on.
Wat is de rol van de nieuwe medewerker? Wat wordt er van hem of haar verwacht? Welke
persoonlijke doelen moeten worden behaald? Wat mag je van de organisa�e verwachten?
3. Culture
Nieuwe werknemers worden vanaf de eerste dag ondergedompeld in de organisa�ecultuur.
Iedereen moet bekend zijn met de missie, visie en waarden van de organisa�e.
4. Connec�on.
Elke organisa�e kent zijn groepen, subgroepen en netwerken. Het is belangrijk dat nieuwe
werknemers de sociale structuur van de organisa�e kennen en begrijpen. Organisa�es zeten
ook vaak een ‘buddy-system’ op waarbij een collega wordt toegewezen aan een nieuwe
medewerker om hem/haar te helpen.
5. Check back.
Het vragen van een reac�e op de onboarding en de inwerkperiode. Het is belangrijk dat
leidinggevenden heel regelma�g een check back doen met nieuwe medewerkers. Het is
bekend dat met name millennials en de nieuwe Genera�e Z dagelijks terugkoppeling wil
horen over hoe ze dingen doen en waarin ze zich kunnen verbeteren (Weidema, 2017).