TITEL RAPPORT: vergelijkend handschriftonderzoek naar een afscheidsbrief
Rapport nummer: 9
, In deze kritische reflectie wordt het onderzoeksrapport "Vergelijkend Handschriftonderzoek
naar een Afscheidsbrief" van het Denkbeeldig Forensisch Instituut (DFI) onder de loep
genomen. Dit rapport werd opgesteld op verzoek van de politie Gelderland-Midden. We
zullen zowel positieve als negatieve aspecten van het onderzoeksrapport bespreken.
In de eerste plaats valt op dat het rapport op het gebied van transparantie voldoet aan
de criteria van Evett. Het rapport maakt gebruik van heldere taal, waardoor geen specifieke
expertise op het vakgebied van handschriftonderzoek vereist is om het te begrijpen. Ook
hanteert het rapport een uniforme structuur. Het rapport begint met een overzicht van alle
stukken van overtuiging die in het onderzoek zijn opgenomen, weergegeven in tabel 1.
Wanneer we kijken naar het onderdeel ‘verkregen informatie’ valt op dat er bij het stuk
tekst over de agenda niet correct wordt verwezen naar het SIN-nummer uit tabel 1, wat voor
enige verwarring zou kunnen zorgen. Verder staat in tabel 1 dat er een balpen is opgenomen
als bewijsstuk, hier wordt echter niks over vermeld in de omschrijving. Het zou mogelijk
nuttig zijn geweest als vermeld werd om welk merk balpen het zou gaan. Verder valt op dat er
gesteld wordt ‘dat er geen documenten aangetroffen zijn waarvan met 100% zekerheid gezegd
kan worden dat deze door de verdachte zijn geschreven, maar dat het aannemelijk is dat de
agenda door verdachte geschreven is’ en ook dat er bij het schrijfblok ‘een vermoeden is dat
deze grotendeels of helemaal door het slachtoffer is geschreven’. Het is echter zo dat van
referentiemateriaal de herkomst bekend moet zijn (Broeders, 2016) en dat er bij
handschriftonderzoek 100% zekerheid moet zijn dat het vergelijkingshandschrift door de
persoon in kwestie is geschreven (Flight & Wiebes, 2016). In geval van dit onderzoek wordt
ervan uitgegaan dat het referentiemateriaal dat ze gebruiken afkomstig is van slachtoffer en
verdachte, dit is echter geen zekerheid. Er wordt op basis van dit onzekere referentiemateriaal
toch onderzoek gedaan waar conclusies uit worden getrokken. Het lijkt er dan ook op dat er