GGZ2025 – NEUROPSYCHOLOGICAL DISORDERS
Isabel Weijtens
FHML | MAASTRICHT UNIVERSITY
,Inhoud
Task 1 – Organization of the brain .......................................................................................................... 2
Task 2 – Asymmetrie ............................................................................................................................. 10
Task 3 – Ontwikkeling & hersenbeschadiging ....................................................................................... 16
Task 4 - Taal ........................................................................................................................................... 22
Task 5 – Geheugen ................................................................................................................................ 27
Task 6 – Aandacht.................................................................................................................................. 35
Task 7 – Parkinson’s disease, Tourette syndrome & Deep brain stimulation ....................................... 40
Task 8 – Epilepsy.................................................................................................................................... 45
1
,Task 1 – Organization of the brain
Terminologie in het brein
Ipsilateral: Structuren die in dezelfde hersenhelft liggen.
Contralateral: Structuren die in de tegenovergestelde hersenhelft liggen.
Bilateral: Structuren die in beide hersenhelften liggen.
Proximal: Structuren die dicht bij elkaar liggen.
Distal: Structuren die ver van elkaar liggen.
Afferent: Elke beweging naar een breinstructuur (afferent = arrive)
Efferent: Elke beweging van een breinstructuur weg (efferent = exit)
Globale organisatie brein
Brainstem: begint waar de spinal cord de schedel binnenkomt
en gaat verder naar de lage gebieden van de forebrain. Het
bestaat uit drie gebieden.
1.Hindbrain:
• Cerebellum: steekt boven de brainstem uit en het
oppervlak is sterk gerimpeld in smalle folia. Op de basis
vh cerebellum zitten verschillende nuclei die connecties
sturen naar anderen hersengebieden. Het bevat 4x meer
neuronen dan de cerebral cortex, maar ze zitten compacter
verpakt. Het cerebellum speelt een rol in motor coördinatie en
motor leren en misschien in het coördineren van andere
mentale processen.
• Reticular formation: de functie is om het slaap- waak ritme te
controleren en om het algemene level van arousal te
handhaven.
• Pons (hoge) en medulla (lage delen van de brainstem)
controleren vitale lichaamsbewegingen.
2
, 2.Midbrain
• Tectum: ontvangt veel sensorische informatie van de ogen en de oren. Gedragingen zoals het
lokaliseren van objecten en oriënteren op deze
objecten door visuele en auditieve input:
o Superior colliculus: projecties van de ogen
o Inferior colliculus: projecties van de oren
• Tegmentum: gerelateerd aan motor functies en
speelt een rol in beloning.
o Red nucleus: controleert bewegingen van
ledematen.
o Substantia nigra: maakt contact met het
forebrain en is belangrijk voor belonend
gedrag, zoals het benaderen van gewilde
objecten.
o Periacqueductal gray matter: bevat circuits voor het controleren van soort typische
gedragingen en het moduleren van pijn reacties.
• Diencephalon
o Hypothalamus: neemt deel uit van bijna alle aspecten van motivationeel gedrag (eten,
seksueel gedrag, slapen, temp. Regulatie, emoties en beweging). Het verbind het
interacteert met de hypofyse om veel endocriene functies te controleren.
o Epithalamus: collectie van nuclei op het posterior deel van de diecephalon. Het geeft het
hormoon melatonine af, wat het dagritme en het ritme van de seizoenen beïnvloed.
o Thalamus: verbindt veel hersengebieden.
3.Forebrain
• Basal ganglia: collectie van nuclei dat een circuit vormen met de cortex. Inclusief de putamen,
globus pallidus en de caudate nucleus. De caudate nucleus ontvangt projecties van alle gebieden
van de cortex en stuurt zijn eigen projecties door de putamen en de globus pallidus naar de
thalamus en vanuit daar naar de corticale gebieden.
De basale ganglia heeft ook wederkerige verbindingen met de midbrain en wordt geassocieerd
met beweging en leren. Bestaat uit: caudate nucleus, putamen, globus pallidus, thalamus,
substantia nigra en nucleus accumbus.
o Beweging: de basale ganglia speelt een rol in het controleren en coördineren van
bewegingspatronen, maar niet in het activeren van spieren.
o Leren: vooral geassocieerd met associatief en stimulus-respons leren. Bijv. het leren van
relaties tussen stimuli en consequenties.
• Limbic system: speelt een rol in zelf regulerend gedrag inclusief emoties, persoonlijke
herinneringen, ruimtelijke gedrag en sociaal gedrag.
o Amygdala: speelt een rol in emotie.
o Hippocampus: heel een rol in persoonlijke herinnering en ruimtelijke navigatie.
o Cingulate cortex: betrokken in seksueel gedrag en andere sociale interacties.
o Olfactory bulb: reuk
o Bestaat ook nog uit: fornix, corpus mammelare en hypothalamus.
3