H8 Evoluti
8.1 Oorsprong van hit livin
Het eerste boek van het oude testament heet Genesis. Hierin staat beschreven hoe God de
mens en de planten- en diersoorten schiep in 6 dagen. Tot de 19e eeuw bleef dit denkbeeld
geaccepteerd binnen de westerse samenleving.
Giorgis Cuviir
De Fransman Cuvier ontdekte dat fossielen niet lijken op de levende
organismen in het gebied, waar de fossielen zijn gevonden. Om zijn vondst
in te in te passen in het kader van het scheppingsverhaal, kwam hij met de
catastrofetheorie. Door een catastrofe verdwenen alle levende
organismen uit het getrofen gebied. Door een nieuwe schepping
ontstonden nieuwe soorten. Op deze manier vind je volgens Cuvier na elke
catastrofe andere fossielen.
Fossiilin = restanten van vroeger levende organismen.
Catastrofithiorii = een poging om natuurverschijnselen te verklaren uit
opgetreden catastrofe.
Jian-Baptsti di Lamarck
Lamarck kwam in 1809 als eerst met een evolutetheorie. Lamarck
bestudeerde ook fossielen. Hij ontdekte dat er overeenkomsten waren in
lichaamsbouw. Hij stelde dat organismen tjdens hun leven nieuwe
eigenschappen verwerven als aanpassing aan hun omgeving.
Evolutithiorii = verklaart hoe soorten veranderen en nieuwe soorten
ontstaan.
Charlis Darwin
Tijdens Darwins reis bestudeerde hij veel dieren en planten. Darwin veronderstelde dat de
leefomgeving een selectedruk uitoefent op de overlevingskansen van alle individuen. Het
individu past zich niet aan, zoals Lamarck’s theorie, maar leef langer en plant zich meer
voort.
Grigor Mindil
Mendel gaf inzicht in het overerven van eigenschappen. Recombinate van allelen en
mutates in het DNA leden tot variates in de erfelijke eigenschappen.
^ deze ontdekkingen vullen de evolutetheorie (Darwin) aan en zijn verwerkt tot het
neodarwinistscheetheorie.
Niodarwinistschi thiorii = de evolute berust op het voorkomen van erfelijke variates,
, ontstaan door mutates en recombinate van genen. Op deze variate werkt vervolgens de
natuurlijke selecte.
Verschil van de neodarwinistsche theorie en darwinistsche theorie?
Neodarwinistsche theorie is de darwinistsche theorie gecombineerd met de
erfelijkheidsleer van Gregor Mendel en de populategenetca. De combinate van mutate en
natuurlijke selecte zijn de drijvende kracht achter de evolute.
8.2 Ontstaan van niiuwi soortin
Natuurlijki silicti = twee processen die Darwin heef samengevat met de begrippen:
- ‘Struggli for lifi’= In elke omgeving voeren organiseren een dagelijkse strijd met
soortgenoten om te overleven. De omgeving oefent een silictidruk uit op de
overlevingskansen van individuen.
- ‘Survival of thi fiist’= Individuen met eigenschappen die gunstg zijn bij die
selectedruk, hebben betere kansen in de strijd om het bestaan. ‘Fitest’ zijn die
individuen in een populate die de meeste nakomelingen krijgen. Darwin
merkte op dat variate in eigenschappen tussen soortgenoten een
belangrijke voorwaarde is bij dit proces van natuurlijke selecte.
Allopatrischi soortvorming = volgens Mayr kunnen door barrières in een aantal
stappen nieuwe soorten ontstaan ← splitst populates in tweeën
Sympatrischi soortvorming= ook zonder barrière kunnen nieuwe soorten
evolueren.
Siksuili silicti= bijvoorbeeld dat vrouwen kiezen selectef een mannetje met
een bepaalde kleur.
Kunstmatgi silicti= het fokken van dieren of kweken van planten met gewenste
eigenschappen
Wanneer is een mutate erfelijk?
Als de mutate is ontstaan in een geslachtscel.
8.3 Ein populati vol allilin
Eigenschappen van individuen kunnen veranderen door mutates in het DNA. Hierdoor
ontstaan nieuwe allelen. De frequente waarin allelen in een populate voorkomen, de
allilfriquinti, zal veranderen wanneer de nieuwe allelen een succes blijken te zijn.
Populatiginitca= bestudeert de genetsche samenstelling van populates. Door
immigranten is de genetsche diversiteit in de West Europese landen toegenomen. De
gininpool = de erfelijke samenstelling van de populate, is verrijkt met nieuwe allelen die
bij de oorspronkelijke bewoners niet of nauwelijks voorkwamen.
Gini Flow = de migrate van allelen van de ene populates naar een andere.
8.1 Oorsprong van hit livin
Het eerste boek van het oude testament heet Genesis. Hierin staat beschreven hoe God de
mens en de planten- en diersoorten schiep in 6 dagen. Tot de 19e eeuw bleef dit denkbeeld
geaccepteerd binnen de westerse samenleving.
Giorgis Cuviir
De Fransman Cuvier ontdekte dat fossielen niet lijken op de levende
organismen in het gebied, waar de fossielen zijn gevonden. Om zijn vondst
in te in te passen in het kader van het scheppingsverhaal, kwam hij met de
catastrofetheorie. Door een catastrofe verdwenen alle levende
organismen uit het getrofen gebied. Door een nieuwe schepping
ontstonden nieuwe soorten. Op deze manier vind je volgens Cuvier na elke
catastrofe andere fossielen.
Fossiilin = restanten van vroeger levende organismen.
Catastrofithiorii = een poging om natuurverschijnselen te verklaren uit
opgetreden catastrofe.
Jian-Baptsti di Lamarck
Lamarck kwam in 1809 als eerst met een evolutetheorie. Lamarck
bestudeerde ook fossielen. Hij ontdekte dat er overeenkomsten waren in
lichaamsbouw. Hij stelde dat organismen tjdens hun leven nieuwe
eigenschappen verwerven als aanpassing aan hun omgeving.
Evolutithiorii = verklaart hoe soorten veranderen en nieuwe soorten
ontstaan.
Charlis Darwin
Tijdens Darwins reis bestudeerde hij veel dieren en planten. Darwin veronderstelde dat de
leefomgeving een selectedruk uitoefent op de overlevingskansen van alle individuen. Het
individu past zich niet aan, zoals Lamarck’s theorie, maar leef langer en plant zich meer
voort.
Grigor Mindil
Mendel gaf inzicht in het overerven van eigenschappen. Recombinate van allelen en
mutates in het DNA leden tot variates in de erfelijke eigenschappen.
^ deze ontdekkingen vullen de evolutetheorie (Darwin) aan en zijn verwerkt tot het
neodarwinistscheetheorie.
Niodarwinistschi thiorii = de evolute berust op het voorkomen van erfelijke variates,
, ontstaan door mutates en recombinate van genen. Op deze variate werkt vervolgens de
natuurlijke selecte.
Verschil van de neodarwinistsche theorie en darwinistsche theorie?
Neodarwinistsche theorie is de darwinistsche theorie gecombineerd met de
erfelijkheidsleer van Gregor Mendel en de populategenetca. De combinate van mutate en
natuurlijke selecte zijn de drijvende kracht achter de evolute.
8.2 Ontstaan van niiuwi soortin
Natuurlijki silicti = twee processen die Darwin heef samengevat met de begrippen:
- ‘Struggli for lifi’= In elke omgeving voeren organiseren een dagelijkse strijd met
soortgenoten om te overleven. De omgeving oefent een silictidruk uit op de
overlevingskansen van individuen.
- ‘Survival of thi fiist’= Individuen met eigenschappen die gunstg zijn bij die
selectedruk, hebben betere kansen in de strijd om het bestaan. ‘Fitest’ zijn die
individuen in een populate die de meeste nakomelingen krijgen. Darwin
merkte op dat variate in eigenschappen tussen soortgenoten een
belangrijke voorwaarde is bij dit proces van natuurlijke selecte.
Allopatrischi soortvorming = volgens Mayr kunnen door barrières in een aantal
stappen nieuwe soorten ontstaan ← splitst populates in tweeën
Sympatrischi soortvorming= ook zonder barrière kunnen nieuwe soorten
evolueren.
Siksuili silicti= bijvoorbeeld dat vrouwen kiezen selectef een mannetje met
een bepaalde kleur.
Kunstmatgi silicti= het fokken van dieren of kweken van planten met gewenste
eigenschappen
Wanneer is een mutate erfelijk?
Als de mutate is ontstaan in een geslachtscel.
8.3 Ein populati vol allilin
Eigenschappen van individuen kunnen veranderen door mutates in het DNA. Hierdoor
ontstaan nieuwe allelen. De frequente waarin allelen in een populate voorkomen, de
allilfriquinti, zal veranderen wanneer de nieuwe allelen een succes blijken te zijn.
Populatiginitca= bestudeert de genetsche samenstelling van populates. Door
immigranten is de genetsche diversiteit in de West Europese landen toegenomen. De
gininpool = de erfelijke samenstelling van de populate, is verrijkt met nieuwe allelen die
bij de oorspronkelijke bewoners niet of nauwelijks voorkwamen.
Gini Flow = de migrate van allelen van de ene populates naar een andere.