Samenvatting Nederlands schrijven
2 uiteenzetting
Uitzetting = een informatieve en objectieve tekst
Tekstdoel: informeren. Je geeft daarom veel feiten en daarnaast leg je veel uit.
Bij de uitleg gebruik je voorbeelden.
Als er meningen in de uitzetting staan: geef je die objectief weer. Je noemt ze
om aan te geven hoe iemand anders over het onderwerp denkt. Jouw mening is
niet van belang.
Hoofdgedachte: een constatering
Je kunt voor een uitzetting de volgende tekststructuren gebruiken:
1. vraag-antwoordstructuur
inleiding: vraag
middenstuk: antwoorden
slot: samenvatting of conclusie
2. verklaringsstructuur
inleiding: bepaald verschijnsel
middenstuk: kenmerken/voorbeelden, verklaring, oorzaak & reden
slot: samenvatting of conclusie
3. verleden-heden(-toekomst)structuur
inleiding: introductie onderwerp
middenstuk: situatie vroeger & -nu
slot: conclusie of voorspelling over de situatie in de toekomst
4. aspectenstructuur
inleiding: aankondiging onderwerp
middenstuk: diverse aspecten van het onderwerp
slot: samenvatting (maar niet altijd)
5. probleem-oplossingsstructuur
inleiding: probleem
middenstuk: gevolg, oorzaak & oplossing
slot: de beste oplossing
3 betoog
Betoog = tekst waarmee je als schrijver de lezers wilt overtuigen van jouw
standpunt.
Een betoog bevat:
standpunt (de mening) van de schrijver over een bepaalde kwestie
feitelijke en/of waarderende argumenten voor dat standpunt
feiten en/of voorbeelden die de waarderende argumenten ondersteunen
eventueel tegenargumenten en de weerlegging daarvan
je betoog is overtuigend als je argumentatie goed is, let daarbij op de volgende
punten:
feitelijke argumenten moeten waar zijn
waarderende argumenten moeten waar zijn: ze moeten door iedereen gedeeld
worden, of ze moeten ondersteund worden met feiten, cijfer of voorbeelden
argumenten moeten relevant zijn; drogredenen zijn nier relevant
2 uiteenzetting
Uitzetting = een informatieve en objectieve tekst
Tekstdoel: informeren. Je geeft daarom veel feiten en daarnaast leg je veel uit.
Bij de uitleg gebruik je voorbeelden.
Als er meningen in de uitzetting staan: geef je die objectief weer. Je noemt ze
om aan te geven hoe iemand anders over het onderwerp denkt. Jouw mening is
niet van belang.
Hoofdgedachte: een constatering
Je kunt voor een uitzetting de volgende tekststructuren gebruiken:
1. vraag-antwoordstructuur
inleiding: vraag
middenstuk: antwoorden
slot: samenvatting of conclusie
2. verklaringsstructuur
inleiding: bepaald verschijnsel
middenstuk: kenmerken/voorbeelden, verklaring, oorzaak & reden
slot: samenvatting of conclusie
3. verleden-heden(-toekomst)structuur
inleiding: introductie onderwerp
middenstuk: situatie vroeger & -nu
slot: conclusie of voorspelling over de situatie in de toekomst
4. aspectenstructuur
inleiding: aankondiging onderwerp
middenstuk: diverse aspecten van het onderwerp
slot: samenvatting (maar niet altijd)
5. probleem-oplossingsstructuur
inleiding: probleem
middenstuk: gevolg, oorzaak & oplossing
slot: de beste oplossing
3 betoog
Betoog = tekst waarmee je als schrijver de lezers wilt overtuigen van jouw
standpunt.
Een betoog bevat:
standpunt (de mening) van de schrijver over een bepaalde kwestie
feitelijke en/of waarderende argumenten voor dat standpunt
feiten en/of voorbeelden die de waarderende argumenten ondersteunen
eventueel tegenargumenten en de weerlegging daarvan
je betoog is overtuigend als je argumentatie goed is, let daarbij op de volgende
punten:
feitelijke argumenten moeten waar zijn
waarderende argumenten moeten waar zijn: ze moeten door iedereen gedeeld
worden, of ze moeten ondersteund worden met feiten, cijfer of voorbeelden
argumenten moeten relevant zijn; drogredenen zijn nier relevant