Nederlands samenvatting basis
1 onderwerp, hoofdgedachte en tekstdoel
onderwerp en hoofdgedachte
het onderwerp van de tekst is een woord dat, of een woordgroep die aangeeft
waarover de tekst gaat
de hoofdgedachte is een mededelende zin, die het belangrijkste weergeeft wat
in de tekst over het onderwerp gezegd wordt.
Tekstdoelen
Een schrijver wil met zijn tekst iets bereiken bij het publiek, er zijn 5 tekstdoelen:
- amuseren: publiek vermaken met iets wat leuk, spannend of ontroerend is
- informeren: publiek uitleggen hoe iets in elkaar zit, hoe iets is
- opiniëren: publiek zelf een mening laten vormen
- overtuigen: publiek een mening laten overnemen
- activeren: publiek aanzetten iets te gaan doen
vaak geeft de hoofdgedachte aanwijzingen over het tekstdoel:
- de hoofdgedachte is een constatering: het tekstdoel informeren of opiniëren
- de hoofdgedachte is een mening: het tekstdoel is overtuigen of activeren
er zijn 2 soorten titels:
- informerende titel: geeft aan waarover een tekst gaat
- motiverende titel: maakt de lezer nieuwsgierig naar de tekst
2 inleiding en slot
Inleiding: de aandacht trekken
De inleiding van een tekst heeft 2 functies:
- de aandacht van het publiek trekken
- het onderwerp van de tekst introduceren
manieren om de inleiding aantrekkelijk te maken:
- naar een actuele gebeurtenis verwijzen
- kort de voorgeschiedenis bespreken
- een aantrekkelijk voorbeeld geven, een bijzonder voorbeeld is een anekdote
- het belang voor het publiek aangeven
klassieke manier eerste zin van de inleiding:
- intrigerende vraag: dames en heren, ik wil beginnen met een vraag
- schokkende of opvallende cijfers
- paradox – schijnbare tegenstelling
- prikkelend citaat
- suggestieve of raadselachtige opsomming
inleiding: het onderwerp van de tekst introduceren
een onderwerp kan op de volgende manieren geïntroduceerd worden:
- worden een of meer vragen gesteld
- wordt een mening (standpunt) geformuleerd
- wordt een probleem geschetst
, slot
- het slot bevat meestal de hoofdgedachte (conclusie) van een tekst
- vaak begint het slot met een signaal: kortom, met al, we hebben dus gezien, ik
rond nu af met
het slot bevat (een combinatie van):
- hoofdgedachte
- samenvatting in enkele zinnen
- afweging
- aansporing of aanbeveling
- toekomstverwachting
de manier waarop een tekst wordt afgerond, wordt onder meer bepaald door het doel
van de tekst en door de inleiding.
Manieren om het slot aantrekkelijk te eindigen:
- aansluiting bij het begin. In het slot wordt teruggekomen op de inleiding
- een uitsmijter – pakkende zin
3 middenstuk
deelonderwerpen
het onderwerp van een tekst wordt in het middenstuk uitgewerkt in
deelonderwerpen:
vragen uit de inleiding worden beantwoord
standpunt wordt beargumenteerd
worden oplossingen en/of verklaringen gegeven voor het probleem
een deelonderwerp kan worden aangekondigd door:
structurerende (eerste) zin
een (informatief) tussenkopje
tekststructuren
de structuur van een tekst hangt vaak samen met het tekstdoel en de
deelonderwerpen, we onderscheiden de volgende tekststructuren:
1. argumentatiestructuur
inleiding: stelling, standpunt (eventueel als vraag)
middenstuk: argumenten voor de stelling & tegenargumenten
slot: herhaling stelling (of beantwoording vraag)
2. aspectenstructuur
inleiding: aankondiging onderwerp
middenstuk: diverse aspecten van het onderwerp
slot: samenvatting (maar niet altijd)
3. probleem-oplossingsstructuur
inleiding: probleem
middenstuk: gevolg, oorzaak & oplossing
slot: de beste oplossing
4. verklaringsstructuur
inleiding: bepaald verschijnsel
middenstuk: kenmerken/voorbeelden, verklaring, oorzaak & reden
slot: samenvatting of conclusie
1 onderwerp, hoofdgedachte en tekstdoel
onderwerp en hoofdgedachte
het onderwerp van de tekst is een woord dat, of een woordgroep die aangeeft
waarover de tekst gaat
de hoofdgedachte is een mededelende zin, die het belangrijkste weergeeft wat
in de tekst over het onderwerp gezegd wordt.
Tekstdoelen
Een schrijver wil met zijn tekst iets bereiken bij het publiek, er zijn 5 tekstdoelen:
- amuseren: publiek vermaken met iets wat leuk, spannend of ontroerend is
- informeren: publiek uitleggen hoe iets in elkaar zit, hoe iets is
- opiniëren: publiek zelf een mening laten vormen
- overtuigen: publiek een mening laten overnemen
- activeren: publiek aanzetten iets te gaan doen
vaak geeft de hoofdgedachte aanwijzingen over het tekstdoel:
- de hoofdgedachte is een constatering: het tekstdoel informeren of opiniëren
- de hoofdgedachte is een mening: het tekstdoel is overtuigen of activeren
er zijn 2 soorten titels:
- informerende titel: geeft aan waarover een tekst gaat
- motiverende titel: maakt de lezer nieuwsgierig naar de tekst
2 inleiding en slot
Inleiding: de aandacht trekken
De inleiding van een tekst heeft 2 functies:
- de aandacht van het publiek trekken
- het onderwerp van de tekst introduceren
manieren om de inleiding aantrekkelijk te maken:
- naar een actuele gebeurtenis verwijzen
- kort de voorgeschiedenis bespreken
- een aantrekkelijk voorbeeld geven, een bijzonder voorbeeld is een anekdote
- het belang voor het publiek aangeven
klassieke manier eerste zin van de inleiding:
- intrigerende vraag: dames en heren, ik wil beginnen met een vraag
- schokkende of opvallende cijfers
- paradox – schijnbare tegenstelling
- prikkelend citaat
- suggestieve of raadselachtige opsomming
inleiding: het onderwerp van de tekst introduceren
een onderwerp kan op de volgende manieren geïntroduceerd worden:
- worden een of meer vragen gesteld
- wordt een mening (standpunt) geformuleerd
- wordt een probleem geschetst
, slot
- het slot bevat meestal de hoofdgedachte (conclusie) van een tekst
- vaak begint het slot met een signaal: kortom, met al, we hebben dus gezien, ik
rond nu af met
het slot bevat (een combinatie van):
- hoofdgedachte
- samenvatting in enkele zinnen
- afweging
- aansporing of aanbeveling
- toekomstverwachting
de manier waarop een tekst wordt afgerond, wordt onder meer bepaald door het doel
van de tekst en door de inleiding.
Manieren om het slot aantrekkelijk te eindigen:
- aansluiting bij het begin. In het slot wordt teruggekomen op de inleiding
- een uitsmijter – pakkende zin
3 middenstuk
deelonderwerpen
het onderwerp van een tekst wordt in het middenstuk uitgewerkt in
deelonderwerpen:
vragen uit de inleiding worden beantwoord
standpunt wordt beargumenteerd
worden oplossingen en/of verklaringen gegeven voor het probleem
een deelonderwerp kan worden aangekondigd door:
structurerende (eerste) zin
een (informatief) tussenkopje
tekststructuren
de structuur van een tekst hangt vaak samen met het tekstdoel en de
deelonderwerpen, we onderscheiden de volgende tekststructuren:
1. argumentatiestructuur
inleiding: stelling, standpunt (eventueel als vraag)
middenstuk: argumenten voor de stelling & tegenargumenten
slot: herhaling stelling (of beantwoording vraag)
2. aspectenstructuur
inleiding: aankondiging onderwerp
middenstuk: diverse aspecten van het onderwerp
slot: samenvatting (maar niet altijd)
3. probleem-oplossingsstructuur
inleiding: probleem
middenstuk: gevolg, oorzaak & oplossing
slot: de beste oplossing
4. verklaringsstructuur
inleiding: bepaald verschijnsel
middenstuk: kenmerken/voorbeelden, verklaring, oorzaak & reden
slot: samenvatting of conclusie