Inhoud
1. Problemen, politiek en politicologie...............................................................................................1
2. Modellen, politiek proces en besluitvorming..................................................................................3
3. Bestuur, overheid en markt............................................................................................................6
4. Globalisering, internationale betrekkingen en Europese integratie..............................................10
5. Politieke opvattingen, ideologieën en stromingen........................................................................16
6. Politieke partijen en belangengroepen.........................................................................................19
7. Politieke participatie, stemmen en lobbyen..................................................................................21
8. Macht, invloed en legitimiteit (8.3)...............................................................................................24
9. Democratie, coalitievorming en politieke vernieuwing.................................................................26
1. Problemen, politiek en politicologie
3 vormen sturing in de maatschappij:
o Staat: dienen algemeen belang
o Middenveld: richt zich op doelstellingen die niet op winst gericht zijn
o Markt: producten en diensten op commerciële basis leveren
Wat is politiek:
o Een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zich (Van Deth en Vis)
o Een situatie waarbij de overheid betrokken is:
Besluitvorming
Onderwijsfinanciering
Rechtshandhaving
o Of zou moeten zijn:
Lachgas gebruik
Wat is een probleem:
o Een ongewenste situatie
o Mensen denken de situatie te kunnen veranderen
Wat is een politiek probleem:
o Een ongewenste situatie en veranderbaar beschouwde situatie, waarbij de overheid
betrokken is of zou moeten zijn (Van Deth en Vis)
Verdelingsvraagstuk:
o Laswell:
Wie krijgt wat, wanneer en hoe
o Laswell en Kaplan:
Het vormen en verdelen van de macht
o Easton
De gezaghebbende toedeling van waarden voor de samenleving
Politiek is volgens Taylor: het oplossen van collectieve vraaggoederen:
, Uitsluitbaar Niet uitsluitbaar
Rivaliserend (deelbaar) Private goederen Common goods
Niet rivaliserend Club goods Public goods
(ondeelbaar)
Ondeelbaar: het goed vermindert niet bij gebruik van ander
Niet uitsluitbaar: niemand kan van het gebruik worden uitgesloten
Free-riden: door het ondeelbare en niet-uitsluitbare karakter van publieke goederen hebben
individuen geen prikkel om bij te dragen aan de totstandkoming van instandhouding ervan
3 manieren om collectieve actieproblemen op te lossen:
o Overheidsingrijpen:
Fysieke
Juridische en handhaving
Financieel-economische
Communicatieve of informatieve
o Verleiding om free-riden te verkleinen
Kosten-baten analyse
o Moraal, normen, waarden en tradities
Kenmerken van de politiek:
o Publiek vs privaat: publieke en private taken
o Democratie vs leiding: macht bij burger of staat
o Vrijheid vs gelijkheid: hoe moeten middelen verdeeld worden
o Eenheid vs verscheidenheid: staat individuele vrijheid voorop of eenheid
o Idealisme vs realisme: streven naar het goede of staan idealen voorop of
haalbaarheid
o Doelmatigheid vs aanvaardbaarheid: moet beleid doelmatig en rationeel zijn of is
draagvlak belangrijk
o Orde vs verandering: moet de samenleving zich houden aan de orde of is verandering
beter
Definities van politiek:
o De overheid (Van Deth en Vis)
o Conflict en samenwerking (Laver)
o Verdeling van het geld (Laswell)
o Verdeling van de macht (Kaplan)
o Toedeling van waarden (Easton)
o Collectieve-actieproblemen (Taylor)
Politicologie:
, 2. Modellen, politiek proces en besluitvorming
Politieksysteemmodel Beleidsprocesmodel Barrièremodel
Kernbegrip Stabiliteit Beleidsonderdelen Conflict
Kenmerk Steun is nodig voor Praktische indeling van Het politieke proces is
een stabiel politiek het beleidsproces een opeenvolging van
systeem barrières
Kritiek Onhandige begrippen, Geen theorie van het Beleidsevaluatie
weinig aandacht voor hele politieke proces ontbreekt, weinig
conflict aandacht voor
stabiliteit
Het politieksysteemmodel:
het model is van het gehele politieke proces. Het komt van de algemene theorie over politiek.
Het is een hulpmiddel begrijpen van de totstandkoming van een beleid
Het illustreert beleid als niet op zichzelf staand maar resultante van werking omgeving
Laat zien dat beleid dynamisch is en niet statisch
Laat de relatie van beleid en politiek zien
Non-decision: niet alles komt op tafel
Karakterisering handelen en actoren
Er zijn 4 kernelementen:
1. Invoer (input): wensen overtreffen mogelijkheden
Eisen (demands)
Steun
2. Conversie
3. Uitvoer (output)
Gezaghebbend: wet, maatregel
Niet-gezaghebbend: interview, artikel
Gewenste/ ongewenste effecten
4. Terugkoppeling
Invoer:
Politieke actoren: deelnemers aan het politieke proces (de omgeving), zij presenteren de wensen en
steun aan de politiek. Deze wensen komen van burgers die politieke problemen erkennen.
Poortwachters: zij houden sommige wensen tegen
en laten anderen toe in het besluitvormingsproces.
Poortwachters zijn politici, media, ambtenaren,
belangengroepen. Zij kennen prioriteiten toe aan
politieke problemen.
Indikking: dit zorgt ervoor dat er
compromisformulering ontstaan (er vallen dus
wensen af), poortwachters selecteren en vatten dingen samen aan het begin van het proces.
Diffuse steun: loyaliteit aan het systeem. Dat uit zich bijvoorbeeld: