Tot ca. 3000 v. C.
Prehistorie → protohistorie
Inhoud
1. Jager-Verzamelaars ......................................................................................................................... 2
Periodes: .............................................................................................................................................. 2
Paleolithicum ....................................................................................................................................... 2
Mesolithicum ....................................................................................................................................... 2
Neolithicum ......................................................................................................................................... 3
Bronstijd .............................................................................................................................................. 3
Cognitieve revolutie ............................................................................................................................ 3
Jager-verzamelaars .............................................................................................................................. 5
Vuur ..................................................................................................................................................... 5
2. Boeren (landbouwrevolutie) ............................................................................................................ 7
Het oerboek ......................................................................................................................................... 8
3. Ontstaan eerste steden (rond 4000 v. C.) ......................................................................................... 9
Opkomst der steden ........................................................................................................................... 10
4. Egypte ca. 3050-1000 v. C. ............................................................................................................... 11
5. Hettieten ca. 1750 – 1200 v. C. ..................................................................................................... 12
Genesis en de Gilgamesj-epos ............................................................................................................... 13
1
, 1. Jager-Verzamelaars
Periodes:
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Drie perioden: Vroeg Paleolithicum (2.5 miljoen – 300 duizend jaar geleden). Eerder
houttijd/huidtijd.
Midden Paleolithicum (300 duizend tot 200 duizend jaar geleden) Neanderthalers
0-------------------komen in Europa.
Laat Paleolithicum (200 duizend – 12 duizend jaar geleden) Homo Sapiens naar
Europa en gaan concurreren met de neanderthalers.
Mesolithicum (ca. 10.500 v. C. – ca. 5300 v. C.)
Neolithicum (Ca. 5300 v. C. – c. 2200 v. C)
Paleolithicum
(leven van de natuur; jager-verzamelaars)
Drie perioden: vroeg paleolithicum: 2.5 miljoen – 300 duizend jaar geleden. Vuistbijlen (ook wel
houttijd en/of huidtijd).
Midden paleolithicum. Neanderthalers komen in Europa
Laat Paleolithicum. Immigratie Homo Sapiens naar Europa en gaat concurreren met de neanderthalers.
Hierbij passen twee theorieën: de kruisingstheorie en de vervangingstheorie. Tussen de sapiens en
de neanderthalers werd gekruist (van wie wij nu nakomelingen zijn) of de genetische kloof zou te
groot zijn geweest waardoor sapiens en neanderthalers zich niet hebben voortgeplant en door sapiens
haar betere sociale vaardigheden hebben sapiens de neanderthalers weggeconcurreerd (al het eten
weggeroofd). Maar de unieke taal(vaardigheden) van sapiens is ook belangrijk geweest voor hun
overheersing op de andere menssoorten.
De sapiens waren gedurende het verleden eigenlijk niet belangwekkend – dat veranderde pas zo’n
70.000 jaar geleden met de cognitieve revolutie, waarschijnlijk veroorzaakt door genetische mutaties
die de innerlijke configuratie van de sapienshersenen hebben verandert. Onze taal uniek, want: we
kunnen collectief nadenken over iets dat niet bestaat (en goed roddelen).
De zondvloed: wij sapiens zijn de grootste seriemoordenaar uit de geschiedenis: we hebben hele
ecosystemen verwoest, zoals in Australië. Met de komst van de sapiens in Australië stierven de grote
dieren langzaam uit, door:
- Langzame voortplanting
- Langzame aanpassing aan de sapiens
- Sapiens beschikte tot vuur (zie voordelen vuur; met name overheersing van andere primaten)
- Klimaatverandering (in combinatie met eerder genoemde oorzaken).
Mesolithicum
(ontwikkeling van jager-verzamelaars naar boeren)
Tijd na de laatste grote ijstijd (Weichsel ijstijd)
10.500 v. C. Noord-Europa werd toendra.
- rendieren en rendierjagers (Hamburgercultuur; speer en werpspeer)
2