Vijf belangrijke feiten op een rij betref et ontwikkel van et ASM model
1. Basisschoolkinderen zijn motorisch minder vaardig. Er is een achteruitgang in
concentratevermogen. Z翣elf 21% van de kinderen in het probleemgebied
2. Topsporters hebben in hun jeugd verschillende sporten beoefend.
3. Door aan een grotere variate aan sporten te doen kan de beschikbare trainingstjd
effectever wforden besteedm met een betere uitkomst als gevolg.
4. Er is geen noodzaak om een leerproces altjd op een expliciete wfijze te starten. Een
bewfegingsvaardigheid kan ook op een impliciete manier gelerd wforden. Methoden als
foutloos lerenm leren met analogieen en differenteel lerenm maken het mogelijk de rol van de
expliciete kennisopbouwf tot een minimum te beperken.
5. Er is een positeve relate tussen de deelname aan sporten en schoolprestates van kinderen.
Talentontwikkelingsmodellen: een beknopte istorie
We hebben drie stadia:
1. De jongere (vroeg) het kind start met toevalligheden met een bepaalde sport. Het kind
gaat mee naar trainingen of wfedstrijden en rolt zo vanzelf in de sport. Kinderen leren het
plezier beleven aan de sport.
2. De midden Trainen wfordt nu serieuzer en de rol van de ouders verandert. Z翣e bemoeien
zich minder met het trainingsproces. Het kind voelt zich meer verantwfoordelijk voor zijn
prestates en neemt die verantwfoordelijkheid ook.
3. Latere (elite-) jaren Transite naar de top en de uitgangsvormen perfectoneren. De ro van
de trainer en coach wfordt meer ondersteund analyserend en sturend.
Developmental model of sport particpaton DDMSP
Drie fase
1. Probleemfasem 6-12 jaarm sampling years
2. Specialisatefase m 13-15 jaar
3. Inversteringfase m 16 jaar en ouders
Cote heef het deliberate play ingevoerd. Spelen moet de boventoon voeren bij jonge kinderen.
Kenmerken van spelen is veel plezier en niet te strakke regelsm vaak door de kinderen zelf gemaakt.
Oefenen moeten vooral leuk zijn en moet plaatsvinden in een gestructureerde omgeving die
raakvlakken heef metm maar niet noodzakelijk identek is aan de doelsport. Dit sluit aan bij teaching
Games for Understanding.
Zeven stadie van et LTAD-model van Balyi
1. Acteve start (4-6 jaar)
2. Fundamentals (6-9 jaar) de kinderen leren de fundamentele bewfegingsvaardigheden
3. Learn to train (8-12 jaar): de jonge sporters maken kennis met oefenen en trainingssvormen.
De kinderen krijgen basistechnieken van een sport onder de knie
4. Learn to train (11-16 jaar) de periode valt samen met de pubertjd en de daarbij horende
groeispurt. In de trainingsopbouwf wfordt de duur van de training opgebouwfd. Daarnaast