Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Verplichte jurisprudentie Burgerlijk Procesrecht 1

Beoordeling
3.0
(2)
Verkocht
1
Pagina's
16
Geüpload op
07-06-2018
Geschreven in
2017/2018

Uitwerking van alle verplichte jurisprudentie Burgerlijk Procesrecht 1

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Verplichte jurisprudentie BPR 1
Inhoudsopgave
College 1a..........................................................................................................................................2
College 1b..........................................................................................................................................2
College 2a..........................................................................................................................................4
College 2b..........................................................................................................................................5
College 3a..........................................................................................................................................6
College 3b..........................................................................................................................................6
College 4a..........................................................................................................................................7
College 4b..........................................................................................................................................9
College 5a........................................................................................................................................10
College 5b........................................................................................................................................11
College 6a........................................................................................................................................12
College 6b........................................................................................................................................13
College 7a........................................................................................................................................14
College 7b........................................................................................................................................15

,College 1a
Regiopolitie/Hovax
Iemand wil namens Regiopolite een huurovereenkomst aangaan met Hovax van een pand. Deze
persoon blijkt niet bevoegd te zijn en de huurovereenkomst gaat niet door. Hovax vordert schade,
omdat zij van mening is dat de overeenkomst reeds tot stand is gekomen, omdat Regiopolite de
schijn van bevoegdheid heef bevestgd. De rechter heef de wetelijke schadevergoedingsplicht
verminderd omdat sprake was van eigen schuld. Dit werd niet door partjen gevorderd, maar door de
rechter ambtshalve aangevoerd.
In cassate wordt de vraag gesteld of de rechter ambtshalve een schadevergoeding mag verminderen
op grond van eigen schuld. HR: in beginsel is het juist dat de rechter een wetelijke plicht tot
schadevergoeding niet ambtshalve mag verminderen op de grond dat naar zijn oordeel sprake is van
eigen schuld van de benadeelde aan zijn schade, ook al wordt die vergoedingsplicht van rechtswege
verminderd. Het beginsel van hoor en wederhoor brengt met zich mee dat de rechter pas tot
vermindering mag overgaan indien de aansprakelijk gestelde persoon voldoende gemotveerd
beroep op eigen schuld van de benadeelde aan zijn schade heef gedaan.
Toch oordeelt de HR dat in sommige gevallen wel ambtshalve beoordeeld mag worden of sprake is
van eigen schuld. In casu lag het zozeer voor de hand dat de Regiopolite een beroep zou willen doen
op de eigen schuld van Hovax aan haar schade, dat het de rechtbank vrijstond deze vraag ambtshalve
aan de orde te stellen.


Schook/Vergeer (26)
In casu is de rechter op zaterdagmiddag langs het desbetrefende bedrijfspand gefetst om te kijken
of het echt om een openbare ruimte ging. Dit is in strijd met de goede procesorde.
HR: Het aan het oordeel ten grondslag leggen van niet van algemene bekendheid zijnde gegevens,
verkregen – zoals de rechtbank vermeldt – door een niet-ofcicle bezichtging, verdraagt zich niet
met de wetelijke regeling der gerechtelijke plaatsopneming, welke de nodige waarborgen biedt voor
controle en bespreekbaarheid door partjen.

College 1b
Dombo/Nederland (19)
Van Reijendam (directeur van Dombo B.V.) en Van Workum (directeur van een fliaal van de bank)
hebben een mondelinge overeenkomst over een verhoging van het krediet van Dombo. Uiteindelijk
leidt dit tot een geschil, omdat Van Reijendam en Van Workum tegenstrijdige verklaringen leveren
over de omvang van het geschil. Omdat in die tjd een partjgetuige niet is toegestaan, mag Van
Reijendam als enig aandeelhouder niet getuigen (men ziet hem feitelijk als ‘Dombo B.V.’). Van
Workum, slechts directeur van een fliaal met beperkte zeggenschap binnen de bank, is geen
partjgetuige en mag wel getuigen. De zaak valt of staat met de verklaringen van deze getuigen
omdat er sprake was van een mondelinge overeenkomst. Dombo B.V. stapt naar het EHRM omdat
sprake is van een schending van art. 6 EVRM, betrefende de ‘equality of arms’. Het EHRM oordeelt
als volgt:
“Onder equality of arms wordt verstaan dat elke partj een redelijke kans krijgt om zijn zaak naar
voren te brengen en bewijzen in te dienen, onder omstandigheden die hem niet substanteel
benadelen ten opzichte van de wederpartj. Het is aan de natonale rechtstaat om te garanderen dat
dit beginsel van hoor en wederhoor correct wordt toegepast.”

, Airey/Ierland (2)
Speelt 1979 in Ierland. De man van Airey verlaat de echtelijke woning en Airey verzoekt bij het High
Court om ophefng van de plicht tot samenwonen (een soort scheiding van tafel en bed). Airey kon
de kosten van een advocaat niet betalen en in die tjd was er ook nog geen rechtsbijstand voor
minderdraagkrachtgen. Ze mocht wel zelf een procedure starten, dus zonder
procesvertegenwoordiging, maar dat was voor haar onmogelijk omdat het een lastge procedure
was. Airey ging naar het EHRM en zei dat er sprake was van een schending van art. 6 EVRM
strekkende het recht op een eerlijk proces. De volgende overwegingen zijn belangrijk:
“Het EHRM volgt de Golder-zaak, waarin is bepaald dat een recht tot toegang tot de rechter niet
inhoudt dat er een theoretsche mogelijkheid is, maar dat dit ook een praktsche en efecteve
mogelijkheid is. Gegeven het feit dat een verzoek om ophefng van de samenleving in Ierland een
juridisch ingewikkelde procedure, is de toegang tot de rechter voor Airey niet praktsch en efectef
wanneer zij zelf een dergelijk verzoek moet indienen. Deze visie wordt ondersteund door het feit dat
in de jaren ’70 alle verzoeken tot ophefng van samenwoning zijn ingediend door partjen bijgestaan
door een advocaat.”
“Het EHRM biedt geen juridische ondersteuning voor partjen, maar om te voldoen aan de
bepalingen van art. 6 EVRM moet de staat soms juridische ondersteuning door een advocaat bieden
aan minderdraagkrachtgen. Dat betekent niet dat zij aan iedereen grats juridische ondersteuning
moeten bieden: het is ook mogelijk de procedure zo in te richten dat het wel te doen is voor een
individu om in persoon een verzoek in te dienen. Het is aan de staat om te kiezen op welke wijze zij
hieraan invulling geven.”


Capuano/Italië (3)
Capuano stapte met een relatef eenvoudige zaak naar de rechter in Italic. Ze wilde niet dat haar
verhuurder over haar terras naar het strand moest. Door omstandigheden (de dood van haar
advocaat, het wachten op deskundigenberichten en een overplaatsing van de rechter), duurde de
zaak meer dan ten jaar. Capuano stapte naar het EHRM omdat ze vond dat art. 6 EVRM, betrefende
de redelijke termijn, was overtreden. Ze stelde de staat aansprakelijk voor deze overschrijding.
Het EHRM overwoog als volgt: “Het is niet zomaar vast te stellen wat de gemiddelde duur van een
procedure is. Onder andere het gedrag van partjen en de omvang en complexiteit van de procedure
hebben hier invloed op. Ongeacht het feit dat partjen het verloop van de procedure bepalen, ligt er
een verantwoordelijkheid bij de rechter om ervoor te zorgen dat de procedure niet onredelijk lang
duurt.”


Eisers/Gemeente De Bilt
De Hoge Raad geef in deze zaak een beslissing over de mogelijkheid tot het verkrijgen van
schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een civiele procedure omtrent
onteigening.
In eerste instante had de rechtbank het verzoek tot schadevergoeding afgewezen, omdat niet was
gesteld welke schade was geleden. De Hoge Raad achte dit onjuist, omdat het uitgangspunt moet
zijn dat het uitblijven van een rechterlijke beslissing binnen redelijke termijn steeds leidt tot spanning
en frustrate, en dus tot immatericle schade die voor vergoeding in aanmerking komt. Het bestaan
van de schade hoef dus niet te worden gesteld.
De aanspraak wegens termijnoverschrijding kan in deze procedure niet worden beslist, er moet een
aparte procedure worden gestart tegen de Staat, omdat de schade niet samenhangt met de
handelswijze van de Gemeente (tegenpartj in de onteigeningszaak) maar met de handelswijze van
de rechtbank. Dit is een afwijkende redenering in vergelijking met het bestuursrecht.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 juni 2018
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

7 jaar geleden

Prima omschrijving, niet meer up-to-date voor 2018/2019

3.0

2 beoordelingen

5
0
4
0
3
2
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
mam95 Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
617
Lid sinds
13 jaar
Aantal volgers
437
Documenten
34
Laatst verkocht
3 maanden geleden

4.0

187 beoordelingen

5
53
4
91
3
33
2
8
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen