1
Koffiedrinken is van oorsprong geen onderdeel van de Nederlandse cultuur, maar is overgenomen
van Zuid-Amerikaanse volken. Waarvan is hier sprake?
A. universaliteit
B. diffusie
C. enculturatie
D. socialisatie
2
Stelling I:
Cultuur is een samenhangend geheel van aspecten.
Stelling II:
Cultuur is aangeboren.
A. Beide stellingen zijn juist.
B. Stelling I is juist en stelling II is onjuist.
C. Stelling I is onjuist en stelling II is juist.
D. Beide stellingen zijn onjuist.
3
Binnen een cultuur zorgt bepaald gedrag ervoor dat mensen in die cultuur in hun behoeften
kunnen voorzien. Daarnaast kent cultuur nog drie andere functies. Welke zijn dit?
A. richtinggevende functie, veranderlijke functie, aangeleerde functie
B. ordenende functie, richtinggevende functie, betekenisgevende functie
C. ordenende functie, aangeleerde functie, richtinggevende functie
D. betekenisgevende functie, veranderlijke functie, ordende functie
4
Amerikaanse (en in toenemende mate ook Europese) vrouwen doen er steeds meer aan om er
jong uit te blijven zien. Dit gedrag is het gevolg van:
A. de betekenisgevende functie van cultuur
B. de ordenende functie van cultuur
C. geen van de genoemde mogelijkheden
D. de richtinggevende functie van cultuur
5
Stelling:
De centrale waarden van Rokeach zijn niet universeel.
A. Juist
B. Onjuist
6
Stelling:
Waarden zijn centrale, blijvende ideeën die gedrag en oordelen van mensen sturen.
A. Juist
B. Onjuist