Vaste activa= bezittingen die meer dan 1 periode worden gebruikt
- Een gebruiksduur/productiecyclus van meer dan een jaar
- Gebruikt bij de uitoefening van een bedrijf
- Niet bedoeld voor doorverkoop aan klanten (<> voorraad)
- Matchingprincipe= kosten van deze activa moeten worden toegerekend aan
hun bijdrage aan toekomstige inkomsten
- Gebruik leidt tot afschrijvingskosten uitzondering voor grond en financiële vaste
activa
Kosten van vaste activa
- Materiële vaste activa: afschrijvingen
o Fabriek, gebouw, uitrusting
- Natuurlijke hulpbronnen: uitputting
o Mijnen
- Immateriële vaste activa: afschrijvingen
o Patenten, auteursrechten, leaseholds, goodwill
Afschrijving= de periodieke toerekening van de kosten van een materieel vast actief
over de geschatte gebruiksduur van het actief
Wat moet u weten/beslissen om de kosten toe te wijzen (af te schrijven) aan
toekomstige inkomsten?
- Kostprijs: netto aankoopprijs en alle redelijke en noodzakelijke uitgaven om
activa gebruiksklaar te maken
- Restwaarde
- Afschrijvingskosten = kostprijs -/- restwaarde
- Geschatte gebruiksduur: totaal aantal service-eenheden dat wordt verwacht
van een langetermijnactief, gemeten in jaren, mijlen, eenheden of soortgelijke
maatstaven)
Afschrijvingsmethodes: berekening van afschrijvingskosten
- Lineaire methode
o (Aankoopprijs – Geschatte restwaarde) / economische
levensduur
- Production methode
o (Aankoopprijs–Geschatte restwaarde) * (Gebruik (t) / Geschat
totaal verbruik)
o t = huidige accounting periode
- Double declining balance method
o (2 * (1 / econ levensduur)) * Boekwaarde (t)
o t = start van het boekjaar
Matching principe
- Uitgaven moeten worden toegerekend aan de periode waarin ze worden
gebruikt om inkomsten te genereren
- Verwachte toekomstige verliezen die voortvloeien uit lopende verkopen moeten
dus worden verantwoord als lopende kosten
, Balans
Bezittingen
- Vaste activa
o Vaste activa: aankoopprijs
o Gecumuleerde afschrijvingen
- Vlottende activa
o Debiteuren: nominaal
o Voorziening oninbaarheid
Contra account= een rekening dat een negatieve correctie vormt op een andere
rekening
- Gezamenlijk vormen deze 2 rekeningen de boekwaarde
- Boekwaarde= vaste activa – gecumuleerde afschrijvingen
Afschrijving oninbare debiteuren
- Het geschatte oninbare bedrag van uitstaande vorderingen
- Afschrijvingskosten: het bedrag dat in die periode oninbaar geschat wordt
o Net sales method: per maand
o Age-ing method: einde boekjaar
- Afschrijvingskosten oninbare debiteuren
- @ Afschrijving oninbare debiteuren
Omloopsnelheid debiteuren= verkopen op rekening/gemiddeld netto debiteuren
Matching = uitgaven moeten worden toegewezen aan de periode waarin ze
worden gebruikt om inkomsten te genereren
Voorzieningen = verwachte toekomstige verliezen die voortvloeien uit lopende
verkopen moeten worden verantwoord als lopende kosten
Lease= contractvorm waarbij een partij, tegen betaling, het recht van gebruik krijgt
over een bepaalde bezitting
Volledig eigendom
- Juridisch eigendom= feitelijke eigendomssituatie in geval van faillissement
- Economisch eigendom= gebruiksrecht en waarde veranderingen
Contractpartijen
- Lessee= gebruiker van de bezitting
- Lessor= juridisch eigenaar’
Operational lease= lessee zal niet de eigenaar (juridisch en economisch) worden
aan het einde van de leaseperiode
- Geen verandering in eigendom
Financial lease= lessee zal juridisch eigenaar worden aan het einde van het contract
en economisch eigenaar aan het begin van het contract
Waardering: contante waarde van alle leasetermijnen aan het begin van het
leasecontract