Aardrijkskunde
Boek: Geowijzer
Hoofdstuk 6 bevolking en ruimtelijke inrichtng
6.1 bevolkingsaantallen
In 1830 werd in Nederland de eerste volkstelling gehouden. In ons land woonden toen 2,6
miljoen inwoners. In 185 jaar is de bevolking met ruim 14 miljoen mensen gegroeid. Het
tempo van bevolkingstoename is niet altjd gelijk geweest.
Demografe (afgeleid uit het rrieks demos (volk) en graph (beschrijven)) de wetenschap
die zich bezighoudt met het bestuderen van de veranderingen in de omvang, samenstelling
en de ruimtelijke verdeling van de bevolking. Demografen bestuderen de ontwikkeling van
de bevolking door te kijken naar geboorte, sterfe, migrate.
Veranderingen in geboorte- en sterfecijfers hebben biologische, sociaaleconomische en
biologisch-medische oorzaken. reboorte wordt ook beïnvloed door de emancipate en
leefijd van de vrouw.
Demografen werken samen met geografen ontwikkeling bevolking is van invloed op
inrichtng land.
Aantal mensen in een land verandert door natuurlijke factoren (geboorte en sterfe) en door
sociale factoren (immigrate en emigrate),
reboorteoverschot meer mensen geboren dan sterven.
Sterfeoverschot meer mensen sterven dan geboren.
Jarenlang geboorteoverschot = bevolkingsgroei.
Sterfe en geboorte natuurlijke bevolkingsgroei.
reboortecijfer aantal levendgeborenen per 1000 inwoners per jaar. Hoogte
geboortecijfer is afankelijk van de emancipate vrouw, individualisering en de
ontkerkelijking.
Sterfecijfer aantal sterfgevallen per 1000 inwoners per jaar. Worden beïnvloed door
leefijdsopbouw, maatschappelijke en medische factoren.
Zuigelingensterfe leefijdsspecifek sterfecijfer. Aantal kinderen per 1000
levendgeborenen dat in een kalenderjaar overlijdt voordat de leefijd van 1 jaar bereikt is.
Migrate verandering van woonplaats van mensen.
Binnenlandse migrate binnen een land verhuizen.
Buitenlandse migrate migrate waarbij een landgrens wordt overschreden.
Emigrate verlaten van een land.
Immigrate binnenkomen van een land.
Vestging en vertrek zorgen voor een vestgingsoverschot of een vertrekoverschot. Samen
zijn ze verantwoordelijk voor de sociale bevolkingsgroei. Vestging en vertrek bij elkaar
opgeteld vormen het migratesaldo.
De ontwikkeling (veranderingen) van de geboorte- en sterfecijfers van West-Europese
landen worden weergegeven in een model demografsch transitemodel. transite is
overgang. Het model toont in 4 fasen de overgang van hoge geboorte- en sterfecijfer naar
lage.
Het demografsch transitemodel wordt tegenwoordig ook toegepast op
ontwikkelingslanden.
In westerse landen is er door de gestegen levensverwachtng intussen sprake van enorme
vergrijzing. Daardoor stjgen de sterfecijfers.
Boek: Geowijzer
Hoofdstuk 6 bevolking en ruimtelijke inrichtng
6.1 bevolkingsaantallen
In 1830 werd in Nederland de eerste volkstelling gehouden. In ons land woonden toen 2,6
miljoen inwoners. In 185 jaar is de bevolking met ruim 14 miljoen mensen gegroeid. Het
tempo van bevolkingstoename is niet altjd gelijk geweest.
Demografe (afgeleid uit het rrieks demos (volk) en graph (beschrijven)) de wetenschap
die zich bezighoudt met het bestuderen van de veranderingen in de omvang, samenstelling
en de ruimtelijke verdeling van de bevolking. Demografen bestuderen de ontwikkeling van
de bevolking door te kijken naar geboorte, sterfe, migrate.
Veranderingen in geboorte- en sterfecijfers hebben biologische, sociaaleconomische en
biologisch-medische oorzaken. reboorte wordt ook beïnvloed door de emancipate en
leefijd van de vrouw.
Demografen werken samen met geografen ontwikkeling bevolking is van invloed op
inrichtng land.
Aantal mensen in een land verandert door natuurlijke factoren (geboorte en sterfe) en door
sociale factoren (immigrate en emigrate),
reboorteoverschot meer mensen geboren dan sterven.
Sterfeoverschot meer mensen sterven dan geboren.
Jarenlang geboorteoverschot = bevolkingsgroei.
Sterfe en geboorte natuurlijke bevolkingsgroei.
reboortecijfer aantal levendgeborenen per 1000 inwoners per jaar. Hoogte
geboortecijfer is afankelijk van de emancipate vrouw, individualisering en de
ontkerkelijking.
Sterfecijfer aantal sterfgevallen per 1000 inwoners per jaar. Worden beïnvloed door
leefijdsopbouw, maatschappelijke en medische factoren.
Zuigelingensterfe leefijdsspecifek sterfecijfer. Aantal kinderen per 1000
levendgeborenen dat in een kalenderjaar overlijdt voordat de leefijd van 1 jaar bereikt is.
Migrate verandering van woonplaats van mensen.
Binnenlandse migrate binnen een land verhuizen.
Buitenlandse migrate migrate waarbij een landgrens wordt overschreden.
Emigrate verlaten van een land.
Immigrate binnenkomen van een land.
Vestging en vertrek zorgen voor een vestgingsoverschot of een vertrekoverschot. Samen
zijn ze verantwoordelijk voor de sociale bevolkingsgroei. Vestging en vertrek bij elkaar
opgeteld vormen het migratesaldo.
De ontwikkeling (veranderingen) van de geboorte- en sterfecijfers van West-Europese
landen worden weergegeven in een model demografsch transitemodel. transite is
overgang. Het model toont in 4 fasen de overgang van hoge geboorte- en sterfecijfer naar
lage.
Het demografsch transitemodel wordt tegenwoordig ook toegepast op
ontwikkelingslanden.
In westerse landen is er door de gestegen levensverwachtng intussen sprake van enorme
vergrijzing. Daardoor stjgen de sterfecijfers.