Staatsrecht 2017-2018
Week 6: Decentralisatie –
vraagformulier
Literatuur
- A.H.M. Dölle, ‘Dualisering van het Decentrale Bestuur; een terugblik’,
Rechtsgeleerd Magazijn Themis, nr.
3 2008, 102 - 113.
- C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, bew. door P.T.T. Bovend’Eert, J.L.W.
Broeksteeg, C.N.J.
Kortmann en B.P. Vermeulen, Deventer: Kluwer 2016, p. 533-543.
- S.A.J. Munneke, ‘Het wetsvoorstel revitalisering generiek toezicht’, Tijdschrift
voor Constitutioneel Recht,
nr. 4 2011, p. 415-424.
- Van der Pot. Handboek van het Nederlandse Staatsrecht, bew. door: D.J. Elzinga,
R. de Lange en H.G.
Hoogers, Deventer: Kluwer 2014, hoofdstuk. 39, p. 922-935 (bevoegdheid
gemeentebestuur).
Jurisprudentie
- HR 4 maart 1952, in: A.M.M.M. Bots en D.E. Bunschoten (red.), Staats- en
bestuursrecht jurisprudentie
1849-2007, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2007, ISBN 9789069168111, p. 55-56
(Emmense baliekluivers).
- ABRvS 22 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI1842, (Landsbanki).
- Rb. Amsterdam 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7934, AB
2018,35 m.nt. J.G. Brouwer en A.E. Schilder
Leerdoelen
Na het bestuderen van het onderwijsmateriaal en het volgen van deze
werkgroep kunt u:
(A) - aangeven welke bevoegdheden toekomen aan de verschillende organen van
het
provinciebestuur resp. het gemeentebestuur en volgens welke regels deze
bevoegdheden moeten
worden uitgeoefend;
(B) - aangeven welke invulling op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt
gegeven aan de
begrippen verantwoording en vertrouwen, alsmede op welke punten deze invulling
verschilt van die
op het niveau van de centrale overheid;
(C) - de positie van en de relatie tussen de verschillende organen van het
provinciebestuur resp. het
gemeentebestuur defniiren aan de hand van de begrippen monisme/dualisme;
(D) - aangeven hoe het decentralisatiebeginsel terugkomt in de mogelijkheden
gemeentebesturen
om landelijke regelgeving aan te vullen;
(E) - aangeven hoe autonome regelgevende bevoegdheid zich verhoudt tot de
beperkingen van
medebewindswetgeving;
, (F) - aangeven hoe het beginsel van de eenheidsstaat terugkomt in de
mogelijkheden van de
regering om in te grijpen bij gemeentebesturen.
Vraag 1
1a. In 2002 werd besloten het gemeentelijk bestuursmodel te
‘dualiseren’. Wat waren de belangrijkste wijzigingen en welke
redenen waren er om tot dualisering van het gemeentelijk bestel
over te gaan?
Begrip dualisering= organen zijn onafhankelijk van elkaar, opereren
zelfstandig.
Vroeger op gemeentelijk niveau: wethouders maakten deel uit van de
gemeenteraad. Dit betekent dan feitelijk dat als politieke standpunten
moesten worden genomen, dat dit in achteraf kamertjes plaatsvond
(fractievergaderingen).als er een oficiile gemeenteraadsvergadering
plaatsvond dan waren de meeste onderwerpen hamerstukken.
Toen was de vraag aan de orde: Hoe kan je gemeentelijke politiek dicht bij
de burger brengen?
College burgemeester Wethouders en gemeenteraad moesten worden
ontvlochten van elkaar. Dus de wethouder moet extern worden aangezocht
sinds 2002 en daarmee werden de twee instanties uit elkaar vervlochten: je
had dan zelfstandige gemeenteraad en zelfstandige college B&W. Er was
dus een scheiding van bevoegdheden.
Kortom: Er heeft een belangrijke verschuiving van bevoegdheden
plaatsgevonden:
Gemeenteraad algemene regels vaststellen (APV), begroting vaststellen,
controle op college B&W
Vroeger: bepaalde besluiten mochten worden genomen: bestuurlijke
activiteiten zijn dus nu weggehaald
NU is het verschil tussen deze twee instanties:
o Gemeenteraad: kaderscheppend/normerend
o College B&W: besturend
NB: Tegenwoordig staan gemeentes zeer in de schijnwerpers doordat ze
tegenwoordig veel meer taken hebben bijgekregen die vroeger
toebehoorden aan het Rijk.
1b. Vergelijk de verhouding tussen college van B en W en de
gemeenteraad met die tussen regering en parlement. Geef
gemotiveerd aan welke verhouding volgens u ‘dualistischer’ is.
Ministers worden door de Koning benoemd.
Ontslag wethouders vindt plaats door gemeenteraad.
Week 6: Decentralisatie –
vraagformulier
Literatuur
- A.H.M. Dölle, ‘Dualisering van het Decentrale Bestuur; een terugblik’,
Rechtsgeleerd Magazijn Themis, nr.
3 2008, 102 - 113.
- C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, bew. door P.T.T. Bovend’Eert, J.L.W.
Broeksteeg, C.N.J.
Kortmann en B.P. Vermeulen, Deventer: Kluwer 2016, p. 533-543.
- S.A.J. Munneke, ‘Het wetsvoorstel revitalisering generiek toezicht’, Tijdschrift
voor Constitutioneel Recht,
nr. 4 2011, p. 415-424.
- Van der Pot. Handboek van het Nederlandse Staatsrecht, bew. door: D.J. Elzinga,
R. de Lange en H.G.
Hoogers, Deventer: Kluwer 2014, hoofdstuk. 39, p. 922-935 (bevoegdheid
gemeentebestuur).
Jurisprudentie
- HR 4 maart 1952, in: A.M.M.M. Bots en D.E. Bunschoten (red.), Staats- en
bestuursrecht jurisprudentie
1849-2007, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2007, ISBN 9789069168111, p. 55-56
(Emmense baliekluivers).
- ABRvS 22 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI1842, (Landsbanki).
- Rb. Amsterdam 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7934, AB
2018,35 m.nt. J.G. Brouwer en A.E. Schilder
Leerdoelen
Na het bestuderen van het onderwijsmateriaal en het volgen van deze
werkgroep kunt u:
(A) - aangeven welke bevoegdheden toekomen aan de verschillende organen van
het
provinciebestuur resp. het gemeentebestuur en volgens welke regels deze
bevoegdheden moeten
worden uitgeoefend;
(B) - aangeven welke invulling op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt
gegeven aan de
begrippen verantwoording en vertrouwen, alsmede op welke punten deze invulling
verschilt van die
op het niveau van de centrale overheid;
(C) - de positie van en de relatie tussen de verschillende organen van het
provinciebestuur resp. het
gemeentebestuur defniiren aan de hand van de begrippen monisme/dualisme;
(D) - aangeven hoe het decentralisatiebeginsel terugkomt in de mogelijkheden
gemeentebesturen
om landelijke regelgeving aan te vullen;
(E) - aangeven hoe autonome regelgevende bevoegdheid zich verhoudt tot de
beperkingen van
medebewindswetgeving;
, (F) - aangeven hoe het beginsel van de eenheidsstaat terugkomt in de
mogelijkheden van de
regering om in te grijpen bij gemeentebesturen.
Vraag 1
1a. In 2002 werd besloten het gemeentelijk bestuursmodel te
‘dualiseren’. Wat waren de belangrijkste wijzigingen en welke
redenen waren er om tot dualisering van het gemeentelijk bestel
over te gaan?
Begrip dualisering= organen zijn onafhankelijk van elkaar, opereren
zelfstandig.
Vroeger op gemeentelijk niveau: wethouders maakten deel uit van de
gemeenteraad. Dit betekent dan feitelijk dat als politieke standpunten
moesten worden genomen, dat dit in achteraf kamertjes plaatsvond
(fractievergaderingen).als er een oficiile gemeenteraadsvergadering
plaatsvond dan waren de meeste onderwerpen hamerstukken.
Toen was de vraag aan de orde: Hoe kan je gemeentelijke politiek dicht bij
de burger brengen?
College burgemeester Wethouders en gemeenteraad moesten worden
ontvlochten van elkaar. Dus de wethouder moet extern worden aangezocht
sinds 2002 en daarmee werden de twee instanties uit elkaar vervlochten: je
had dan zelfstandige gemeenteraad en zelfstandige college B&W. Er was
dus een scheiding van bevoegdheden.
Kortom: Er heeft een belangrijke verschuiving van bevoegdheden
plaatsgevonden:
Gemeenteraad algemene regels vaststellen (APV), begroting vaststellen,
controle op college B&W
Vroeger: bepaalde besluiten mochten worden genomen: bestuurlijke
activiteiten zijn dus nu weggehaald
NU is het verschil tussen deze twee instanties:
o Gemeenteraad: kaderscheppend/normerend
o College B&W: besturend
NB: Tegenwoordig staan gemeentes zeer in de schijnwerpers doordat ze
tegenwoordig veel meer taken hebben bijgekregen die vroeger
toebehoorden aan het Rijk.
1b. Vergelijk de verhouding tussen college van B en W en de
gemeenteraad met die tussen regering en parlement. Geef
gemotiveerd aan welke verhouding volgens u ‘dualistischer’ is.
Ministers worden door de Koning benoemd.
Ontslag wethouders vindt plaats door gemeenteraad.