Staatsrecht 2017-2018
Week 3: Legaliteit en wetgeving
Literatuur en jurisprudentie
Literatuur
- F.J. van Ommeren, ‘Het legaliteitsbeginsel en het materiële wetsbegrip
bij de Hoge Raad’, in: R.J.N. Schlössels e.a. (red.), De burgerlijke rechter
in het publiekrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2015, p. 451-468. (m.u.v.
paragraaf 4, p. 463-465 bovenaan).
- F.J. van Ommeren, Het legaliteitsbeginsel voor de wetgevingsambtenaar.
- P.P.T. Bovend’Eert, ‘De wetgevende macht van het parlement’, in: J.Th.J.
van den Berg, J.L.W. Broeksteeg en L.F.M. Verhey (red.), Het parlement,
Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2007, p. 91-110.
- P.P.T. Bovend’Eert en H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse Parlement,
Deventer: Kluwer 2017, p. 386-391.
- C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, bew. door P.T.T. Bovend’Eert,
J.L.W. Broeksteeg, C.N.J. Kortmann en B.P. Vermeulen, Deventer: Wolters
Kluwer 2016, p. 167-173.
Jurisprudentie
- HR 13 januari 1879, in: A.M.M.M. Bots en D.E. Bunschoten (red.), Staats-
en bestuursrecht jurisprudentie 1849-2007, Nijmegen: Ars Aequi Libri
2007, p. 21-23 (Meerenberg).
- HR 22 juni 1973, in: T. Barkhuysen, J.E.M. Polak, B.J. Schueler, R.J.G.M.
Widdershoven (red.) AB Klassiek 2009, Deventer: Kluwer 2009, p. 49-60,
m.nt. F.J. van Ommeren (Fluoridering).
Leerdoelen
Vooraf: kennis van de totstandkomingsprocedures van wetten in formele zin,
algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen wordt op
hoofdlijnen bekend verondersteld. Raadpleeg indien nodig de over dit
onderwerp voorgeschreven literatuur van Beginselen Staatsrecht.
Na het bestuderen van het onderwijsmateriaal en het volgen van deze
werkgroep:
(A) heeft u inzicht in de reikwijdte van het legaliteitsbeginsel, mede in het licht
van de historische ontwikkeling; kunt u aangeven of en waarom in een
concreet geval een wettelijke grondslag is vereist; kunt u onderscheiden
tussen het formele en het materiële legaliteitsbeginsel.
(B) kunt u ontwikkelingen op het gebied van regulering (o.a. delegatie,
gebruik van beleidsregels) duiden in het licht van het legaliteitsbeginsel;
(C) kunt u uitleggen wanneer er sprake is van een wet in materiële zin en hebt
u inzicht in de verhouding tussen het materiële wetsbegrip en het
legaliteitsbeginsel;
(D) kunt u aangeven hoe het belang van wetgeving - via het legaliteitsbeginsel
- voortvloeit uit de eisen van democratie en rechtsstaat;
(E) weet u welke problemen zich ten aanzien van de wetgevende functie
voordoen, en kunt u aangeven in hoeverre de voorgestelde oplossing(en) de
, onderlinge verhoudingen tussen de betrokken organen wijzigt/wijzigen en
bijdraagt/bijdragen aan een daadwerkelijke oplossing;
(F) kunt u onderscheiden tussen de verschillende wijzen waarop tegemoet kan
worden gekomen aan de vereisten van EU-wetgeving (versnelde
implementatie) en inzicht hebben in de wijze waarop daarbij het
legaliteitsbeginsel al dan niet in acht wordt genomen;
(G) kunt u aangeven hoe het parlement betrokken is bij de totstandkoming van
internationaal en EU-recht, hoe de verhouding tot de regering hier verschilt
van de reguliere verhouding tot de regering, welke specifeke bevoegdheden
het parlement op dit vlak heeft en waar deze zijn geregeld.
Werkgroepvragen:
Vraag 1
1a. Over de zelfstandige regelgevende bevoegdheid van de regering
is in de negentiende eeuw veel strijd geleverd. Waarom was het
Meerenbergarrest (HR 13 januari 1879) in die strijd van grote
betekenis, en is het Meerenbergarrest nog geldend recht?
Week 3: Legaliteit en wetgeving
Literatuur en jurisprudentie
Literatuur
- F.J. van Ommeren, ‘Het legaliteitsbeginsel en het materiële wetsbegrip
bij de Hoge Raad’, in: R.J.N. Schlössels e.a. (red.), De burgerlijke rechter
in het publiekrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2015, p. 451-468. (m.u.v.
paragraaf 4, p. 463-465 bovenaan).
- F.J. van Ommeren, Het legaliteitsbeginsel voor de wetgevingsambtenaar.
- P.P.T. Bovend’Eert, ‘De wetgevende macht van het parlement’, in: J.Th.J.
van den Berg, J.L.W. Broeksteeg en L.F.M. Verhey (red.), Het parlement,
Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2007, p. 91-110.
- P.P.T. Bovend’Eert en H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse Parlement,
Deventer: Kluwer 2017, p. 386-391.
- C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, bew. door P.T.T. Bovend’Eert,
J.L.W. Broeksteeg, C.N.J. Kortmann en B.P. Vermeulen, Deventer: Wolters
Kluwer 2016, p. 167-173.
Jurisprudentie
- HR 13 januari 1879, in: A.M.M.M. Bots en D.E. Bunschoten (red.), Staats-
en bestuursrecht jurisprudentie 1849-2007, Nijmegen: Ars Aequi Libri
2007, p. 21-23 (Meerenberg).
- HR 22 juni 1973, in: T. Barkhuysen, J.E.M. Polak, B.J. Schueler, R.J.G.M.
Widdershoven (red.) AB Klassiek 2009, Deventer: Kluwer 2009, p. 49-60,
m.nt. F.J. van Ommeren (Fluoridering).
Leerdoelen
Vooraf: kennis van de totstandkomingsprocedures van wetten in formele zin,
algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen wordt op
hoofdlijnen bekend verondersteld. Raadpleeg indien nodig de over dit
onderwerp voorgeschreven literatuur van Beginselen Staatsrecht.
Na het bestuderen van het onderwijsmateriaal en het volgen van deze
werkgroep:
(A) heeft u inzicht in de reikwijdte van het legaliteitsbeginsel, mede in het licht
van de historische ontwikkeling; kunt u aangeven of en waarom in een
concreet geval een wettelijke grondslag is vereist; kunt u onderscheiden
tussen het formele en het materiële legaliteitsbeginsel.
(B) kunt u ontwikkelingen op het gebied van regulering (o.a. delegatie,
gebruik van beleidsregels) duiden in het licht van het legaliteitsbeginsel;
(C) kunt u uitleggen wanneer er sprake is van een wet in materiële zin en hebt
u inzicht in de verhouding tussen het materiële wetsbegrip en het
legaliteitsbeginsel;
(D) kunt u aangeven hoe het belang van wetgeving - via het legaliteitsbeginsel
- voortvloeit uit de eisen van democratie en rechtsstaat;
(E) weet u welke problemen zich ten aanzien van de wetgevende functie
voordoen, en kunt u aangeven in hoeverre de voorgestelde oplossing(en) de
, onderlinge verhoudingen tussen de betrokken organen wijzigt/wijzigen en
bijdraagt/bijdragen aan een daadwerkelijke oplossing;
(F) kunt u onderscheiden tussen de verschillende wijzen waarop tegemoet kan
worden gekomen aan de vereisten van EU-wetgeving (versnelde
implementatie) en inzicht hebben in de wijze waarop daarbij het
legaliteitsbeginsel al dan niet in acht wordt genomen;
(G) kunt u aangeven hoe het parlement betrokken is bij de totstandkoming van
internationaal en EU-recht, hoe de verhouding tot de regering hier verschilt
van de reguliere verhouding tot de regering, welke specifeke bevoegdheden
het parlement op dit vlak heeft en waar deze zijn geregeld.
Werkgroepvragen:
Vraag 1
1a. Over de zelfstandige regelgevende bevoegdheid van de regering
is in de negentiende eeuw veel strijd geleverd. Waarom was het
Meerenbergarrest (HR 13 januari 1879) in die strijd van grote
betekenis, en is het Meerenbergarrest nog geldend recht?