Hoofdstuk 1 | het klimaatsysteem
Paragraaf 1 | de atmosfeer: een omhulsel van gas
Weer en klimaat
De toestand van de dampkring op een bepaald moment en voor een klein gebied, noem
je het weer.
Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een lange periode en voor een
groot gebied.
Het systeem aarde bestaat uit vier sferen: de atmosfeer (weer en klimaat spelen een rol),
de hydrosfeer (water op aarde), de lithosfeer (gesteente) en de biosfeer (het leven op
aarde).
Ontstaan van de atmosfeer
Meer dan 80% van de gassen die de dampkring vormen, tref je aan in de onderste 10
kilometer.
Samenstelling van de atmosfeer: stikstof, zuurstof, kleine hoeveelheden waterdamp en
koolstofdioxide.
Samenstelling en opbouw van de atmosfeer
De atmosfeer is opgebouwd uit vier lagen, gescheiden door
pauzes.
De onderste laag is de troposfeer (9-12 kilometer dik). Hierin daalt
de temperatuur met toenemende hoogte.
De laag hierboven heet de stratosfeer. Hierin zit veel ozongas dat
de schadelijke ultraviolette straling uit het zonlicht filtert.
De twee buitenste lagen zijn de mesosfeer en de thermosfeer.
Energiebalans
Er is een evenwicht tussen de hoeveelheid straling die de aarde bereikt en de
hoeveelheid straling die de atmosfeer weer verlaat. Dit heet de energiebalans of
stralingsbalans.
Ongeveer 30% van de zonne-energie wordt teruggekaatst en ruim 20% wordt
geabsorbeerd in de troposfeer.
De kortgolvige zonnestraling die het aardoppervlak bereikt, wordt omgezet in warmte en
door de aarde als langgolvige straling teruggekaatst. Door het broeikaseffect wordt de
warmte die de aarde uitstraalt als langgolvige straling teruggekaatst.
Kijk blz. 12 voor plaatjes.
, Variaties in de energiebalans
De hoeveelheid straling die een bepaald gebied op aarde ontvangt, hangt af van: de
breedteligging, het albedo en de gesteldheid van het aardoppervlak.
Door de bolling van de aarde vallen op lage breedte de zonnestralen loodrecht in.
Hierdoor is de hoeveelheid straling per oppervlakte-eenheid groter dan op hoge breedte.
Doordat deze zonnestralen ook een kortere weg door de dampkring afleggen, wordt er
minder energie door de lucht opgenomen.
De weerkaatsing van het zonlicht verschilt van gebied tot gebied.
Water wordt langzamer warm en koud dan land. Dit heeft vier oorzaken:
o het zonlicht kan dieper in het water doordringen dan in het land.
o Doordat water in beweging is, wordt de warmte beter verdeeld dan op
het land.
o het kost meer energie om water een graad in temperatuur te laten
stijgen dan land.
o Bij verdamping van water gaat energie uit het water naar de dampkring.
Albedo-effect: de mate waarin het zonlicht wordt teruggekaatst.
Paragraaf 2 | warmtetransport door de wind
Luchtdrukverschillen
Door lucht en water vindt er transport van warmte plaats van de evenaar naar de polen.
Door verschil in luchtdruk gaat lucht stromen van een hogedrukgebied of maximum naar
een lagedrukgebied of minimum. Wind is niets anders dan stromende lucht van plaatsen
waar er te veel van is naar plaatsten waar er te weinig van is. Dit noem je de
luchtcirculatie.
Paragraaf 1 | de atmosfeer: een omhulsel van gas
Weer en klimaat
De toestand van de dampkring op een bepaald moment en voor een klein gebied, noem
je het weer.
Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een lange periode en voor een
groot gebied.
Het systeem aarde bestaat uit vier sferen: de atmosfeer (weer en klimaat spelen een rol),
de hydrosfeer (water op aarde), de lithosfeer (gesteente) en de biosfeer (het leven op
aarde).
Ontstaan van de atmosfeer
Meer dan 80% van de gassen die de dampkring vormen, tref je aan in de onderste 10
kilometer.
Samenstelling van de atmosfeer: stikstof, zuurstof, kleine hoeveelheden waterdamp en
koolstofdioxide.
Samenstelling en opbouw van de atmosfeer
De atmosfeer is opgebouwd uit vier lagen, gescheiden door
pauzes.
De onderste laag is de troposfeer (9-12 kilometer dik). Hierin daalt
de temperatuur met toenemende hoogte.
De laag hierboven heet de stratosfeer. Hierin zit veel ozongas dat
de schadelijke ultraviolette straling uit het zonlicht filtert.
De twee buitenste lagen zijn de mesosfeer en de thermosfeer.
Energiebalans
Er is een evenwicht tussen de hoeveelheid straling die de aarde bereikt en de
hoeveelheid straling die de atmosfeer weer verlaat. Dit heet de energiebalans of
stralingsbalans.
Ongeveer 30% van de zonne-energie wordt teruggekaatst en ruim 20% wordt
geabsorbeerd in de troposfeer.
De kortgolvige zonnestraling die het aardoppervlak bereikt, wordt omgezet in warmte en
door de aarde als langgolvige straling teruggekaatst. Door het broeikaseffect wordt de
warmte die de aarde uitstraalt als langgolvige straling teruggekaatst.
Kijk blz. 12 voor plaatjes.
, Variaties in de energiebalans
De hoeveelheid straling die een bepaald gebied op aarde ontvangt, hangt af van: de
breedteligging, het albedo en de gesteldheid van het aardoppervlak.
Door de bolling van de aarde vallen op lage breedte de zonnestralen loodrecht in.
Hierdoor is de hoeveelheid straling per oppervlakte-eenheid groter dan op hoge breedte.
Doordat deze zonnestralen ook een kortere weg door de dampkring afleggen, wordt er
minder energie door de lucht opgenomen.
De weerkaatsing van het zonlicht verschilt van gebied tot gebied.
Water wordt langzamer warm en koud dan land. Dit heeft vier oorzaken:
o het zonlicht kan dieper in het water doordringen dan in het land.
o Doordat water in beweging is, wordt de warmte beter verdeeld dan op
het land.
o het kost meer energie om water een graad in temperatuur te laten
stijgen dan land.
o Bij verdamping van water gaat energie uit het water naar de dampkring.
Albedo-effect: de mate waarin het zonlicht wordt teruggekaatst.
Paragraaf 2 | warmtetransport door de wind
Luchtdrukverschillen
Door lucht en water vindt er transport van warmte plaats van de evenaar naar de polen.
Door verschil in luchtdruk gaat lucht stromen van een hogedrukgebied of maximum naar
een lagedrukgebied of minimum. Wind is niets anders dan stromende lucht van plaatsen
waar er te veel van is naar plaatsten waar er te weinig van is. Dit noem je de
luchtcirculatie.