Literatuurgeschiedenis
Hoofdstuk 1: Mittelalter und Renaissance
Deze tijd was erg gevaarlijk, want er heersten ziekten, honger en dood. Het christelijk geloof gaf een antwoord op
alles wat je jezelf niet kon uitleggen. De monniken konden als eerste schrijven, zij schreven vooral oude Germaanse
heldenliederen en toverspreuken en de eerste Duitse vertalingen van christelijke teksten. Toen mensen
belangstelling kregen voor de Griekse en Romeinse kust brak de renaissance (wedergeboorte) aan.
Das mysteriöse Mittelalter (0-500)
De enige overgebleven tekst is de Merseburg-spreuken. Het zijn de enige overgebleven teksten in het Oudhoogduits
waarin de voorchristelijke religie in terugkomt. De spreuken zorgden voor genezing.
Frühes Mittelalter (500-1000)
Germaanse heldenliederen zijn ontstaan door volksverhuizingen. Ze werden meestal mondeling doorgegeven. Het
volk zijn de Germanen, zij hebben hun eigen taal en religie. In de middeleeuwse samenleving is er een duidelijke
hiërarchie: de standensamenleving.
Geboorte bepaalde in welke stand je zat. Alleen edelen kunnen monniken, priesters of bisschoppen worden.
Geestelijken hebben speciale bevoegdheden. Zij hadden veel invloed uit op het volk, want zij konden lezen en
schrijven.
De vroege middeleeuwen werden gekenmerkt door kerstening. De paus en de kerk speelden een belangrijke rol. De
levensomstandigheden zijn onzeker en er is oorlog. De kerk heeft regels wat zorgt voor duidelijkheid, ook beloofden
ze een leven in het paradijs. Het leven na de dood was belangrijk. De kerstening voor niet-gelovige mensen is wreed.
Zendelingen gingen mensen bekeren. Karel de Grote heeft veel mensen bekeerd, omdat hij dan de macht zou krijgen
en door de paus tot keizer zou worden gekroond.
Het Oudhoogduits bestaat uit verschillende dialecten. Vroegmiddeleeuwse poëzie werd in vers geschreven, hierdoor
kon je het onthouden en makkelijker mondeling doorgeven.
Hohes Mittelalter (1000-1300)
De hoge middeleeuwen is de tijd van de ridders. Het wordt de hoge middeleeuwen genoemd, omdat veel literaire
werken zijn geschreven van hoge kwaliteit. De taal van deze periode is Middelhoogduits. Poëzie werd geschreven in
versvorm.
Ridders zijn in dienst van de koning, maar ook de kerk. Ze voeren niet alleen kruistochten, maar helpen ook de
armen en kwetsbaren, ook dienen ze adellijke vrouwen.
De ridderlijke literatuur werd ook wel hoofse literatuur genoemd, in deze werken staat de ridder ideaal. Ridderlijke
zangers brengen deze werken over. Er zijn twee vormen: ridderroman en minnezang
In de ridderlijke literatuur staat het levenspad centraal. Wat de ridder moet doen, wat hij doormaakt, verschillende
culturen die die ontmoet. Voor ridders in de hoofse literatuur was het hoogste doel om als ridder toegelaten te
worden tot het hof van koning Arthur.
Spätes Mittelalter (1300-1500)
In de tweede helft van de 14e eeuw verliezen ridders hun belang. Door financiële verplichtingen hebben prinsen niet
meer zoveel ridders in dienst. Het is goedkoper om af en toe een leger beroepsmilitairen te betalen. Ook werd
buskruit uitgevonden voor munitie. Ridders dragen enorme bepantsering tegen de vuurwapens. Ze kunnen zich
hierdoor bijna niet bewegen en worden door hun paard voorgetrokken en gedood. Veel ridders proberen een plaats
in het leger te bemachtigen.
Burgers in steden werden rijker door handel en zijn geïnteresseerd in literatuur. Literatuur is niet langer gericht op
de adel en geestelijken. Volkslied en volksboek en drama zijn nieuwe vormen van literatuur. Onderwerpen gaan niet
meer over ridders, maar over liefde, dood en vriendschap.
Hoofdstuk 1: Mittelalter und Renaissance
Deze tijd was erg gevaarlijk, want er heersten ziekten, honger en dood. Het christelijk geloof gaf een antwoord op
alles wat je jezelf niet kon uitleggen. De monniken konden als eerste schrijven, zij schreven vooral oude Germaanse
heldenliederen en toverspreuken en de eerste Duitse vertalingen van christelijke teksten. Toen mensen
belangstelling kregen voor de Griekse en Romeinse kust brak de renaissance (wedergeboorte) aan.
Das mysteriöse Mittelalter (0-500)
De enige overgebleven tekst is de Merseburg-spreuken. Het zijn de enige overgebleven teksten in het Oudhoogduits
waarin de voorchristelijke religie in terugkomt. De spreuken zorgden voor genezing.
Frühes Mittelalter (500-1000)
Germaanse heldenliederen zijn ontstaan door volksverhuizingen. Ze werden meestal mondeling doorgegeven. Het
volk zijn de Germanen, zij hebben hun eigen taal en religie. In de middeleeuwse samenleving is er een duidelijke
hiërarchie: de standensamenleving.
Geboorte bepaalde in welke stand je zat. Alleen edelen kunnen monniken, priesters of bisschoppen worden.
Geestelijken hebben speciale bevoegdheden. Zij hadden veel invloed uit op het volk, want zij konden lezen en
schrijven.
De vroege middeleeuwen werden gekenmerkt door kerstening. De paus en de kerk speelden een belangrijke rol. De
levensomstandigheden zijn onzeker en er is oorlog. De kerk heeft regels wat zorgt voor duidelijkheid, ook beloofden
ze een leven in het paradijs. Het leven na de dood was belangrijk. De kerstening voor niet-gelovige mensen is wreed.
Zendelingen gingen mensen bekeren. Karel de Grote heeft veel mensen bekeerd, omdat hij dan de macht zou krijgen
en door de paus tot keizer zou worden gekroond.
Het Oudhoogduits bestaat uit verschillende dialecten. Vroegmiddeleeuwse poëzie werd in vers geschreven, hierdoor
kon je het onthouden en makkelijker mondeling doorgeven.
Hohes Mittelalter (1000-1300)
De hoge middeleeuwen is de tijd van de ridders. Het wordt de hoge middeleeuwen genoemd, omdat veel literaire
werken zijn geschreven van hoge kwaliteit. De taal van deze periode is Middelhoogduits. Poëzie werd geschreven in
versvorm.
Ridders zijn in dienst van de koning, maar ook de kerk. Ze voeren niet alleen kruistochten, maar helpen ook de
armen en kwetsbaren, ook dienen ze adellijke vrouwen.
De ridderlijke literatuur werd ook wel hoofse literatuur genoemd, in deze werken staat de ridder ideaal. Ridderlijke
zangers brengen deze werken over. Er zijn twee vormen: ridderroman en minnezang
In de ridderlijke literatuur staat het levenspad centraal. Wat de ridder moet doen, wat hij doormaakt, verschillende
culturen die die ontmoet. Voor ridders in de hoofse literatuur was het hoogste doel om als ridder toegelaten te
worden tot het hof van koning Arthur.
Spätes Mittelalter (1300-1500)
In de tweede helft van de 14e eeuw verliezen ridders hun belang. Door financiële verplichtingen hebben prinsen niet
meer zoveel ridders in dienst. Het is goedkoper om af en toe een leger beroepsmilitairen te betalen. Ook werd
buskruit uitgevonden voor munitie. Ridders dragen enorme bepantsering tegen de vuurwapens. Ze kunnen zich
hierdoor bijna niet bewegen en worden door hun paard voorgetrokken en gedood. Veel ridders proberen een plaats
in het leger te bemachtigen.
Burgers in steden werden rijker door handel en zijn geïnteresseerd in literatuur. Literatuur is niet langer gericht op
de adel en geestelijken. Volkslied en volksboek en drama zijn nieuwe vormen van literatuur. Onderwerpen gaan niet
meer over ridders, maar over liefde, dood en vriendschap.