Hoofdstuk 7
Paragraaf 1 en 2
Dikke binding: binding naar voren
Stippelbinding: binding naar achteren
Naamgeving:
1. Kies karakteristieke groep met voorkeur (Binas 66D), levert achtervoegsel, en krijgt zo laag mogelijk
plaatsnummer.
2. Bepaal hoofdketen, levert stamnaam
3. Dubbele/drievoudige bindingen aanwezig? Dit verandertstamnaam
4. Bepaal substituenten/zijgroepen, levert voorvoegsels
5. Plaats voorvoegsels alfabetisch. Di, tri etc hierbij niet van belang
6. Geef de plaatsnummers, tussen cijfers en letters een streepje, tussen cijfers een komma
Wanneer geen karakteristieke groep die een achtervoegsel kan leveren, hoe dan plaatsnummers bepalen?
1b C-atoom waar dubbele binding/drievoudige binding begint krijgt zo laag mogelijk plaatsnummer. Dan verder met
stap 2 en volgende
1c Wanneer 1a en 1b niet optreedt dan geldt dat C-atomen met zijgroepen (inclusief methyl etc) krijgen gezamenlijk
laagste nummering, zo klein mogelijk getal. Dan verder met stap 2, 4, 5 en 6
Paragraaf 3
Isomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule en een verschillende structuurformule, dit noemen we nu
structuurisomeren. De volgorde waarin de atomen gebonden zijn is verschillend.
Enkele bindingen kunnen draaien, dubbele bindingen niet. Stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere
structuurformule met een dubbele binding hebben een ander kookpunt, smeltpunt enz.
Cis-trans-isomerie:
Bij cis-trans-isomerie is er een ruimtelijk verschil: stereoisomeren. Ruimtelijk is er een verschil door een starre
structuur. Beide c-atomen van een C=C hebben twee verschillende groepen.
cis: aan dezelfde kant
trans: tegenover
Bovenste cis. Onderste trans.
Cis-trans-isomerie vindt ook plaats bij een ringverbinding.
Paragraaf 1 en 2
Dikke binding: binding naar voren
Stippelbinding: binding naar achteren
Naamgeving:
1. Kies karakteristieke groep met voorkeur (Binas 66D), levert achtervoegsel, en krijgt zo laag mogelijk
plaatsnummer.
2. Bepaal hoofdketen, levert stamnaam
3. Dubbele/drievoudige bindingen aanwezig? Dit verandertstamnaam
4. Bepaal substituenten/zijgroepen, levert voorvoegsels
5. Plaats voorvoegsels alfabetisch. Di, tri etc hierbij niet van belang
6. Geef de plaatsnummers, tussen cijfers en letters een streepje, tussen cijfers een komma
Wanneer geen karakteristieke groep die een achtervoegsel kan leveren, hoe dan plaatsnummers bepalen?
1b C-atoom waar dubbele binding/drievoudige binding begint krijgt zo laag mogelijk plaatsnummer. Dan verder met
stap 2 en volgende
1c Wanneer 1a en 1b niet optreedt dan geldt dat C-atomen met zijgroepen (inclusief methyl etc) krijgen gezamenlijk
laagste nummering, zo klein mogelijk getal. Dan verder met stap 2, 4, 5 en 6
Paragraaf 3
Isomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule en een verschillende structuurformule, dit noemen we nu
structuurisomeren. De volgorde waarin de atomen gebonden zijn is verschillend.
Enkele bindingen kunnen draaien, dubbele bindingen niet. Stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere
structuurformule met een dubbele binding hebben een ander kookpunt, smeltpunt enz.
Cis-trans-isomerie:
Bij cis-trans-isomerie is er een ruimtelijk verschil: stereoisomeren. Ruimtelijk is er een verschil door een starre
structuur. Beide c-atomen van een C=C hebben twee verschillende groepen.
cis: aan dezelfde kant
trans: tegenover
Bovenste cis. Onderste trans.
Cis-trans-isomerie vindt ook plaats bij een ringverbinding.