SAMENVATTING ASSISTEREN BIJ OPERATIES EN
ANESTHESIE.
HOOFDSTUK 1
Voor de opname
Anesthesie nodig om:
- Pijn te bestrijden
- Angst weg te nemen
- Stress te verminderen
- Het werk te kunnen doen
- Anesthesie is maatwerk!
Algehele anesthesie
Narcose: kunstmatige opgewekte slaap of bewusteloosheid.
Algehele anesthesie is een combinatie van:
- Verlies van bewustzijn – hypnose / narcose (mentaal blok)
- Verlies van pijngewaarwording – analgesie (sensibel blok)
- Spierverslapping – spierrelaxatie (motorisch blok)
- Geheugenverlies – amnesie
Lokale anesthesie: plaatselijke verdoving, deel van het lichaam ongevoelig en soms ook
motorisch uitgeschakeld.
Sedatie: verminderd bewustzijn
Instructies voor de eigenaar
Vasten (nuchter houden):
- Braken
- Verslikpneumonie
- Ademhaling
- Oplopen (gasvorming)
Vogels en knaagdieren NOOIT laten vasten!
Uitlaten (hond)
Ontwormen – ontvlooien
RUST!
,Injectie en gasanesthesie
Injectie – en gasanesthesie
Goede anesthesie:
- Slaap
- Analgesie
- Spierrelaxatie
- Autonome reflexen stabiel (bijv. ademhaling, pols, bloeddruk)
- Meestal combinatie van stoffen:
o Dosis kan lager
o Versterken elkaars gunstige effecten
Fases algehele anesthesie
1. Premedicatie (sedatie)
2. Inductie (in slaap brengen)
3. Onderhouds-anesthesie (in slaap houden)
4. Uitleiden/ recovery (wakker worden)
Soms combinatie van fasen.
Doel: beperken van hoeveelheid van de gebruikte middelen. Rustig narcoseverloop.
Premedicatie
Premedicatie: het toedienen van farmaca voorafgaand aan de algehele narcose
SC of IM ½ tot ¼ uur voor inductie, of IV 1 minuut van tevoren.
Doel:
- Gewillig gedrag bewerkstelligen
- Stress en pijn
- Dosis inductie middelen verlagen
- Inductie/ onderhoud en recovery mogelijk maken
- Invloed op resp. en circ. Apparaat minimaal
Meest gebruikte premedicatie middelen:
- Alfa 2- agonisten
- Minor tranquilizers
- Major tranquilizers
- Opiaten
o Extra: Parasympathicolytica (anti-cholinerg): atropine
, Alfa 2 agonisten
Seda start – Seda stop
Werking: remmen het sympathische zenuwstelsel doordat er geen noradrenaline
(neurotransmitter) vrijkomt
- Sedatie: ++
- Analgesie: ++
- Spierrelaxatie: ++
- Antagonist: JA (atipamezole)
Bijwerkingen
- Circulatie: vaatvernauwing, reflex bradycardie
- Respiratie: onregelmatig adempatroon
- Overig: braken! (kat!!)
Voorbeelden: (me- )detomidine, xylazine
Minor tranquilizers – benzodiazepines
Werking: stimuleren GABA systeem (neurotransmitter). Remmende werking centraal
zenuwstelsel.
- Sedatie: +
- Analgesie: -
- Spierrelaxatie: ++
- Antagonist: Nee
Bijwerkingen:
- Circulatie: geen
- Respiratie: soms kortdurend apneu
- Overig: opwinding (!) en desoriëntatie
Voorbeelden: diazepam, zolazepam, midazolam
ANESTHESIE.
HOOFDSTUK 1
Voor de opname
Anesthesie nodig om:
- Pijn te bestrijden
- Angst weg te nemen
- Stress te verminderen
- Het werk te kunnen doen
- Anesthesie is maatwerk!
Algehele anesthesie
Narcose: kunstmatige opgewekte slaap of bewusteloosheid.
Algehele anesthesie is een combinatie van:
- Verlies van bewustzijn – hypnose / narcose (mentaal blok)
- Verlies van pijngewaarwording – analgesie (sensibel blok)
- Spierverslapping – spierrelaxatie (motorisch blok)
- Geheugenverlies – amnesie
Lokale anesthesie: plaatselijke verdoving, deel van het lichaam ongevoelig en soms ook
motorisch uitgeschakeld.
Sedatie: verminderd bewustzijn
Instructies voor de eigenaar
Vasten (nuchter houden):
- Braken
- Verslikpneumonie
- Ademhaling
- Oplopen (gasvorming)
Vogels en knaagdieren NOOIT laten vasten!
Uitlaten (hond)
Ontwormen – ontvlooien
RUST!
,Injectie en gasanesthesie
Injectie – en gasanesthesie
Goede anesthesie:
- Slaap
- Analgesie
- Spierrelaxatie
- Autonome reflexen stabiel (bijv. ademhaling, pols, bloeddruk)
- Meestal combinatie van stoffen:
o Dosis kan lager
o Versterken elkaars gunstige effecten
Fases algehele anesthesie
1. Premedicatie (sedatie)
2. Inductie (in slaap brengen)
3. Onderhouds-anesthesie (in slaap houden)
4. Uitleiden/ recovery (wakker worden)
Soms combinatie van fasen.
Doel: beperken van hoeveelheid van de gebruikte middelen. Rustig narcoseverloop.
Premedicatie
Premedicatie: het toedienen van farmaca voorafgaand aan de algehele narcose
SC of IM ½ tot ¼ uur voor inductie, of IV 1 minuut van tevoren.
Doel:
- Gewillig gedrag bewerkstelligen
- Stress en pijn
- Dosis inductie middelen verlagen
- Inductie/ onderhoud en recovery mogelijk maken
- Invloed op resp. en circ. Apparaat minimaal
Meest gebruikte premedicatie middelen:
- Alfa 2- agonisten
- Minor tranquilizers
- Major tranquilizers
- Opiaten
o Extra: Parasympathicolytica (anti-cholinerg): atropine
, Alfa 2 agonisten
Seda start – Seda stop
Werking: remmen het sympathische zenuwstelsel doordat er geen noradrenaline
(neurotransmitter) vrijkomt
- Sedatie: ++
- Analgesie: ++
- Spierrelaxatie: ++
- Antagonist: JA (atipamezole)
Bijwerkingen
- Circulatie: vaatvernauwing, reflex bradycardie
- Respiratie: onregelmatig adempatroon
- Overig: braken! (kat!!)
Voorbeelden: (me- )detomidine, xylazine
Minor tranquilizers – benzodiazepines
Werking: stimuleren GABA systeem (neurotransmitter). Remmende werking centraal
zenuwstelsel.
- Sedatie: +
- Analgesie: -
- Spierrelaxatie: ++
- Antagonist: Nee
Bijwerkingen:
- Circulatie: geen
- Respiratie: soms kortdurend apneu
- Overig: opwinding (!) en desoriëntatie
Voorbeelden: diazepam, zolazepam, midazolam