Anatomie van het oog
Uitwendige structuren
Het oog bestaat uit verschillende onderdelen:
- De oogleden komen samen bij de mediale en laterale ooghoek (cantus)
- De binnenkant van de oogleden is bekleed met oogwit (sclera) of bindvlies. Bindvlies wordt
ook wel conjunctiva genoemd. Het scheidt een vochtige substantie af, welke zorgt voor
traanfilm.
- Ontsteking van het bindvlies wordt conjunctivitis genoemd.
- Het traanapparaat bestaat uit de traanklier en een aantal kanalen. Traanklieren bevinden
zich boven het oog aan de laterale zijde. En geven een zoutoplossing af, die tranen heten.
Via de traan kanaaltjes komen tranen terecht in de traanzak. De traanzak voert het
traanvocht via de traanbuis af naar de neusholte.
- Tranen bevatten slijm, antistoffen, elektrolyten en lysozym . Lysozym is een enzym dat
bacteriën vernietigt. Zo reinigen en beschermen ze het oogoppervlak. Ook voeden ze het
hoornvlies (cornea), dat geen bloedvaten heeft.
- In de oogkas (orbita) zit de oogbol vast aan 6 spieren.
, Inwendige structuren (oogbol)
De wand van de oogbol bestaat van buiten naar binnen uit 3 lagen:
1. Oogwit (sclera)
a. Dunne laag stevig bindweefsel, harde oogrok, wit, geeft oog ondersteuning en vorm
b. Het hoornvlies (cornea) is het doorzichtige gedeelte van het oogwit, dat licht
doorlaat aan de voorkant. Krijgt voeding uit de traanfilm (buitenkant) en
kamerwater (binnenkant).
2. Vaatvlies (choroidea)
a. Rijk aan bloedvaatjes en voorzit de binnenste laag (netvlies) van zuurstof en
voedingsstoffen.
b. Regenboogvlies (iris) is zichtbare gekleurde ring en heeft een opening in het
midden, de pupil. Spiertjes van het regenboogvlies worden aangestuurd door de
nervus oculomotorius (N III).
c. Straalvormig lichaam is ook onderdeel van vaatvlies. Hecht zich met ligamenten aan
ooglens.
3. Netvlies (retina)
a. Bestaat uit 2 lagen:
i. Buitenste laag bevat pigment die licht absorberen & verwijderen dode of
beschadigde fotoreceptorcellen. Daarnaast slaan ze vitamine A op.
ii. Binnenste laag bevat zintuigcellen (fotoreceptoren) die gevoelig zijn voor
licht. Vangen licht op en zetten het om in elektrische signalen om door te
geven aan oogzenuw (nervus opticus N II).
b. Alleen de blinde vlek bevat geen fotoreceptoren, de plaats waar de oogzenuw de
oogbol verlaat. Fotoreceptoren bestaan uit staafjes en kegeltjes. De 120 miljoen
staafjes en kegeltjes zitten overal op het netvlies, behalve middenachter. Daar is de
gele vlek. We kunnen het scherpst zien met de gele vlek.
c. Staafjes:
i. Werken al bij weinig licht, hierdoor zien we grijstinten en contrast. Als dit
niet goed werkt, krijg je nachtblindheid. Komt door tekort aan vitamine A.
d. Kegeltjes:
i. Bij helder licht kunnen we kleuren en details scherp zien. Er zijn 3 soorten
kegeltjes: gevoelig voor rood licht, gevoelig voor blauw licht, gevoelig voor