Een praktijkgerichte
benadering van
Organisatie & Management
Nick van Dam en Jos Marcus
8e druk
Hoofdstuk 9
,HOOFDSTUK 9 – STRUCTURERING
9.1 Organiseren van activiteiten
Bij de uitvoering en besturing van de bedrijfsprocessen moet een hoge mate
van doelmatigheid en doelgerichtheid worden gerealiseerd.
Externe afstemming = afstemming van de organisatie op de omgeving van de
organisatie.
Interne afstemming = afstemming binnen de organisatie tussen individuele
medewerkers, machines en andere hulpmiddelen.
Organiseren wordt zowel door externe als interne afstemming beïnvloed.
Structurering heeft betrekking op het probleem van het ontwerpen van een
organisatiestructuur, waarbinnen mensen en middelen worden afgestemd op
de te bereiken doelstellingen van de organisatie.
De organisatiestructuur is de manier waarop taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden in een organisatie zijn verdeeld en de onderlinge
relaties zijn geregeld.
Organieke structuur = De verdeling van alle werkzaamheden over
verschillende functies en vervolgens over organen waarbinnen bepaalde
functies worden vervuld.
Personele structuur = Heeft betrekking op de mensen in de organisatie zelf. Bij
het vaststellen van de personele structuur wordt aandacht besteed aan:
Hiërarchische verhoudingen
Bevoegdheden
Personele bezetting
Communicatie
9.2 Arbeidsverdeling en coördinatie
Arbeidsverdeling = Het verdelen van de werkzaamheden in deeltaken, die
toegewezen worden aan personen of andere werkverbanden in een
organisatie, zoals afdelingen.
Het doel van arbeidsverdeling is om de productiviteit te verhogen.
Er zijn twee soorten arbeidsverdeling:
Arbeidsverdeling in verticale richting
Arbeidsverdeling in horizontale richting
, 9.2.1 Arbeidsverdeling in verticale richting
Een taak is de technische inhoud van een functie en geeft aan wat iemand
precies doet.
Verticale differentiatie = Het overdragen van werkzaamheden aan een lager
hiërarchisch niveau om kosten te besparen.
De volgende 4 motieven spelen een rol bij het verdelen van arbeid:
Kostenmotief arbeidsverdeling moet efficiënt functioneren en producten
mogelijk maken.
Bestuursmotief arbeidsverdeling moet besturing van de organisatie
mogelijk maken.
Sociaal motief taken moeten voor individuele personen een bepaalde
aantrekkelijkheid bezitten.
Maatschappelijk motief er moet rekening worden gehouden met
maatschappelijke eisen.
Werkstructurering = Het bewust rekening houden met technische,
economische en sociale aspecten van het werken in een organisatie of een
afdeling daarbinnen.
In eerste instantie werd met name aandacht besteed aan werkextrinsieke
factoren en veranderingen in de werkomgeving.
Later kwam er ook aandacht voor de werkintrinsieke factoren, hierbij werd
onderscheid gemaakt tussen:
Taakverrijking elementen van een kwalitatief hoger niveau worden aan
de taak toegevoegd.
Taakverruiming Elementen van kwalitatief gelijk niveau worden aan de
taak toegevoegd.
Taakroulatie Medewerkers wisselen onderling taken uit
Gemeenschappelijk doel van de werkintrinsieke factoren is het bereiken van
een grotere werkvoldoening en betere samenwerking.