HS 7: Pathologie van de peri-apex
1. de aandoeningen van de periapex klinisch indelen, daarbij onderscheid makend tussen die geassocieerd met pulpits en pulpanecrose en die
niet-geassocieerd met pulpits en pulpa-necrose zijn.
Periapicale aandoeningen geassocieerd met pulpits en pulpanecrose
o Parodontitis apicalis
Primair acuut
Chronisch
Secondair acuut (vaak pijnlijke opvlamming)
o Bijverschijnselen van parodontitis apicalis
Pijn
Apicale wortelresorpte
Apicale hypercementose
Focale chronische scleroserende osteomyelits
o Complicaties bij parodontitis apicalis
Parodontts apicalis
Met apicaal abces
Met apicaal abces en fstel
Parodontts apicalis
Met apicale echte cyste
Met apicale pocketcyste
o Na wortelkanaalbehandeling persisterende aandoeningen
Persisterende parodontts apicalis
Persisterende apicale cyste, resiudale cyste
Cholesterolgranuloom
Vreemdlichaamreacte
Apicaal liteken
Periapicale aandoeningen kunnen zich ook ontwikkelen rond de uitmonding van
accessorische kanalen
o Figuur 7.1
o Gebeurt in 5%
Worden dan laterale/pararadicualire/interradiculaire
aandoeningen genoemd.
Aandoeningen die zich incidenteel in of bij de periapex manifesteren
o Traumatsche parodontts apicalis
o Osteomyelits
Acute osteomyelits
Chronicshe purulente osteomyelits
Focale chronische scleroscerende osteomyelits
Difuse chronische scleroserende osteomyelits
Periostts ossifcans
o Focale osteosclerose
o Centraal reuscellengranuloom
o Eosinofel granuloom
o Solitaire beencyste
o Odontogene tumoren
Benigne cementoblastoom of cementoom
Cementfcerend (ossifcerend) fbroom
Periapicale cementeuze dysplasie
Floride cemento-osseuze dysplasie
Overige cemento-osseuze dysplasieën
o Odontogene cysten
Keratocysteuze dentogene tumor symptomen moeilijk te onderscheiden van parodontts apicalis. Herkenning
voorkomt een misplaatste wortelkanaalbehandeling.
Tijdige herkenning bij een aantal van groot belang vanwege de noodzaak van een snelle verwijzing van de
patënt voor specialistsche behandeling.
Laterale parodontale cyste
Paradentale cyste
o Andere cysten, neoplasmata en metastasen
o Systeemziekte
7.1. Periapicale aandoeningen geassocieerd met pulpits en pulpanecrose
o Parodontts apicalis
Pijnlijke, primair acute parodontts apicalis door mechanisch trauma (slag of stoot tegen element), iatrogeen trauma
(wortelkanaalbehandeling bij vitale pulpa), infecte van pulpa.
Geen klinisch en histopathologisch verschil bij verschillende traumata.
Eerste twee genezen snel, infecte niet.
o Infecte vaak niet overwonnen en verspreiding apicaalwaarts.
o Ontsteking passeert foramen apicale, breidt uit in periapex = primair acute parodontitis apicalis.
, Gunstgere omstandigheden voor verweer tegen microbiële virulentefactoren in
periapex dan in wortelkanaal door collaterale bloedvoorziening en ruimte door afraak
van periapicale weefsels.
o Vervolgens een fase met evenwicht tussen aanval en verdediging = chronische parodontitis
apicalis.
Door micro-organismen wordt het pulpaweefsel geleidelijk necrotsch.
In necrotsch weefsel van wortelkanaal bevindt izch pathogene microfora die
ontsteking in periapex onderhoudt.
Microbiële interactie (voor polymicrobiële fora) is belangrijk voor
ontwikkeling van aangepaste omstandigheden in het wortelkanaal.
o Microfora bestaat uit orale micro-organismen van patënt met soms
een niet-orale indringer.
o Samenstelling van selecte wisselt per patënt.
o Maar een aantal species.
2. de vijf selecte factoren beschrijven die een bepalende rol spelen bij het samenstellen
van de microfora van het geïnfecteerde wortelkanaal uit de orale microfora
Selecte bepaald door vijf factoreno
1. In de mond aanwezige species.
2. De toegang tot het wortelkanaalo bij necrotsche pulpa
en een intacte tandkroon andere microfora dan
elementen waarbij pulpakamer geopend is door cariës.
3. Ecologische omstandigheden in wortelkanaalo voor ene
species meer geschikt dan voor andere.
4. Micro-organismen moeten t.o.v. elkaar neutraal of
synnergistsch zijn.
5. Toeval
o Wortelkanaalbehandeling verandert ecologische omstandigheden.
Wanneer de inhoud niet goed verwijderd kan worden zal er weer een andere microfora
ontstaan, aangepast aan de gewijzigde omstandigheden.
Van pulpits naar pulpanecrose naar parodontts apicalis
Diverse overgangssituates.
o Bij meerwortelige elementen is proces in een van de wortelkanalen soms verder dan in andere.
o Een element met duidelijke radiolucente en zonder pulpitsklachten reiken necrose en microbiële
invasie soms tot halverwege wortelkanaal.
Apicale deel is nog niet geïnfecteerd.
o Invasie in een kanaal kan bijna het foramen hebben bereikt terwijl het proces in het andere
kanaal van het element nog vrij ver van het foramen verwijderd is en soms tekenen van herstel
laat zien.
o Fistel? gevolg pulpanecrose en microbiële invasie tot of voorbij foramen apicale.
Gebruikelijke routeo pulpits primaire acute parodontts apicalis chronische parodontts apicalis.
o Maar bij zwakke weerstand directe uitbreiding naar spongiosa, weke delen, sinus maxillaris en
vaatstelsels.
3. de histologische opbouw van de parodontts apicalis beschrijven en daarbij de belangrijkste aanwezige
celtypen opsommen.
Acute vorm parodontitis apicalis
o Veel neutrofele granulocyten
Enzymen hiervan zorgen voor periapicaal weefselafraak en invasie vanuit
wortelkanaal.
Periapicale weefselafraak waarbij parodontaal ligament, bodem van alveole
en aangrenzende spongiosa gaan kapot.
o Voorkomt verspreiding van micro-organismen naar rest van lichaam
door ruimte maken voor uitbreiding microvascularisate, dilatate
van vaten en voor toestroom van gespecialiseerde cellen voor
verdediging.
o Macrofagen
Produceren mediatoren als cytokines
Stmuleren vasculaire respons en weefselafraak
o Vorming antgeen-antlichaamcomplexen
Bevordert acute ontsteking
Switch van acute naar chronische ontsteking
o Door opbouw verdediging en inperking van invasie
Veel macrofagen
Veel lymfocyten
Veel plasmacellen
Veel mestcellen
o Allen in collageenrijk bindweefselnetwerk.
o Dominante rol T-lymfocyten en macrofagen
Geactveerde T-lymfocyt produceert cytokine IL-2 die tegen ontstekingsinducerende
cytokinen Il-1, IL-6 en TNF-a werkt onderdrukking osteoclastenactviteit en
botafraak.