Hoofdstuk 5: Microbiologie van pulpits en pulpanecrose
5.1 Microbiologie van pulpiti en pulpanecroie
o Verband tuiien kliniiche toeitand endodontuu (gezond epulpa, pulpiti, pulpiti uet parodontti apicalii, pulpanecroie en
pulpanecroie uet parodontti apicalii) en de aanwezigheid van uicro-organiiuen in de pulpaholte.
1. Een beichrijving geven van het onderzoek (+ benoeuen) dat duidelijkheid gaf over de rol van uicro-organiiuen bij pulpiti en pulpanecroie
Endodontich-uicrobiologiich onderzoek geef oorzakelijk verband aan tuiien endodontiche aandoeningen en aanwezigheid uicro-
organiiuen.
o Onderzoek kieuvrije pulpa-expoitte
Waarbij de pulpa bij kieuvrije (bacterievrje) en gewone laboratoriuuraten werd blootgelegd.
Pulpa-expoiitei niet behandelen of afiluiten.
Dieren na 1-42 dagen gedood.
Hiitologiiche bewerking: grote hoeveelheden voediel ingebeten in caviteiten en pulpaholtei.
Pulpa’i van kieuvrije dieren
Alleuaal vitaal
Na 14 dagen ontwikkeling van dentnebrug
o Na 21-28 dagen volledige afiluitng ongeacht groote van expoiite en ernit pulpaletiel.
Pulpa’i niet-kieuvrije dieren
Apicaal alleen nog wat vitaal pulpaweefiel.
Pulpa’i worden geheel necrotich.
Parodontti apicalii ontwikkelt zich + bij iouuige dieren een apicaal abcei.
2. Aangeven in hoeverre de gezonde pulpa iteriel ii.
De gezonde pulpa ii niet zoali andere inwendige organen iteriel.
Via lokale of algeuene bacteriëuiën af en toe klein aantal bacteriën uee door bloeditroou pulpa in.
o Heef geen negateve gevolgen.
3. Beichrijven in hoeverre bij pulpiti infecte ii opgetreden aliuede de weg waarlangi deze kan ontitaan.
Ontitoken pulpa kan iteriel zijn wanneer er geen verbinding uet de uondholte ii.
o Wel? Snel behandelen ou infecte te verwijderen en toegang naar uondholte afiluiten.
o Pulpiti bij een (nog) intacte glazuur-dentnebarrière Pulpa kan geïnfecteerd raken via bacteriëuie (anachoreiii).
Ontitoken pulpaweefiel vorut een locui van geringe weeritand waardoor veitging van uicroben in dit weefiel
wordt bevorderd.
Geïnfecteerd pulpaweefiel leidt eerder tot irreveriibele pulpiti en daarna parodontti apicalii dan nog niet
geïnfecteerd pulpaweefiel.
4. Beichrijven in hoeverre bij pulpanecroie en bij parodontti apicalii de pulpaholte geïnfecteerd ii.
Necrotiche pulpa die daarnaait nog geen parodontti apicalii heef kan iteriel zijn.
o Vb. pulpanecroie a.g.v. uechaniich of theruiich trauua.
Kani op toekouitge infecte gevolgd door parodontti apicalii blijf iteedi aanwezig doordat er door circulateprobleuen onvoldoende
weeritand in de pulpa ii tegen een uicrobiële ontiuetng.
Voor anachoreiii uoet enige circulate aanwezig zijn anderi geen aanvoer uicro-organiiuen.
Parodontti apicalii gaat iauen uet aanwezigheid van ueeital grote aantallen, verichillende ioorten uicro-organiiuen in pulpaholte.
o Bacteriën ipelen belangrijkite rol in oorzaak.
o Parodontti apicalii kan zorgen voor directe schade in periapicaal weefiel (door polyuicrobiële infecte van
wortelkanaaliteliel) en indirecte schade (uit iuuuunreacte van gaitheer).
5. De vier routei benoeuen en beichrijven die aan uicro-organiiuen toegang tot de pulpa
geven.
Infecte van de pulpaholte
o In uondholte 1010 bacteriën die beitaan uit 5000 verichillende ioorten
uicro-organiiuen.
o Hebben voeding nodig.
o Zolang tand intact ii, ii pulpa beicherud tegen invaiie van uicro-
organiiuen.
o Bij verliei van tanditructuur door cariëi/trauua/ilijtage wordt weg naar
pulpa geopend bacteriën kunnen via tubuli wortelkanaal bereiken (box
5.2) en op verichillende plekken in wortelkanaal zich ontwikkelen tot
ipecifeke fora afankelijk van locate.
, Figuur 5.1.
Mogelijke toegangiroutei van uicro-organiiuen
o Wortelkanaaliteliel bereiken via:
1. Blootliggend dentne (door fractuur of cariëi).
2. Blootliggende tandpulpa (door fractuur of cariëi).
3. Blootliggend dentne, zijkanaal of het apicale forauen (door een diepe parodontale pocket0>
4. Bloedvaten uit periapex (anachoreiii).
o Niet alle typen uicro-organiiuen worden in het wortelkanaal gevonden door verichillende uicrobiële factoren zoali
beichikbaarheid geichikte voeding.
o Via uicrobiële iucceiiie wordt uiteindelijk een uin of ueer itabiele leefgeueenichap bereikt
Cliuax couuunity.
o Aantal ioorten dat in geïnfecteerd wortelkanaal wordt gevonden varieert van 1-20, aantal cellen varieert tuiien 10 2 en 1010.
Niet te vooripellen hoeveel ioorten of cellen aanwezig zijn.
Groote apicale ontiteking hangt wel iauen uet aantal ioorten naaruate apicale laeiie groter ii en/of langer
beitaat.
o Vooral couueniale uicro-organiiuen in uondholte.
Cariëi en parodontti ontitaan op plekken waar uicrobiële bioflu (plaque) zich heef geveitgd.
6. Aangeven waar in het wortelkanaal uicro-organiiuen zich kunnen veitgen.
o Beiuetng wortelkanaal ii uniek vindt alleen plaati in gebied waar in gezonde iituate geen bacteriën leven.
Microbiële fora wortelkanaal ii verichillend in coronale, uiddelite en apicale 1/3 e deel.
Groei van itrikt anaerobe bacteriën wordt geituuleerd in een ougeving waar auinozuren en peptden
beichikbaar zijn (apicaal).
Bacteriën die afankelijk zijn van koolhydraten (facultatef anaerobe bacteriën) hebben in apicale deel van
wortelkanaal weinig voeding.
7. Suuuier de correlate tuiien de groote van de peri-apicale laeiie en het aantal ioorten uicro-organiiuen in het wortelkanaal beichrijven.
8. De verichillen tuiien de iauenitelling van de polyuicrobiële fora’i uet betrekking tot de locate in het geïnfecteerde wortelkanaal beichrijven.
Obligaat aeroob en anaeroob
o Bacteriën kunnen ingedeeld worden in groepen a.d.v. behoefe aan zuuritof.
Strikt (of obligaat) anaerobe bacteriën groeien alleen in afwezigheid van zuuritof.
Facultatef anaerobe ioorten groeien in afwezigheid van zuuritof en in aanwezigheid van zuuritof.
Obligaat aerobe ioorten hebben zuuritof nodig voor groei.
Microaerofele ioorten hebben gereduceerde zuuritofipanning nodig oudat ze in de aanwezigheid van te veel
zuuritof uoeilijk groeien.
Redox (oxidizate-reducte)-niveau (potentaal) van ougeving ii van groot belang.
o Door iucceiiie neeut aantal itrikt anaerobe bacteriën toe en facultatef anaerobe uicro-organiiuen af waarbij na een aantal
uaanden de eerite de itrik anaerobe bacteriën overheerien.
o Voedielbron: uondholte, dentnetubuli en/of periapicale weefieli.
o Verichillen tuiien wortelkanaal en parodontale pocket
Rato anaeroob:facultatef anaeroob ii 100x groter in wortelkanaal.
Anaerobe itreptokokken kouen veel voor in wortelkanaal en zijn zeldzaau in parodontale pocket.
Meer facultateve itreptokokken in parodontale pocket.
Specifek endodontiche pathogenen: peptoitreptokokken (Prevotella, Porphyromonas, Fusobacterium,
Actinomyces, Olsnella en Caniiia).
9. Suuuier de priuaire infecte van het wortelkanaal beichrijven.
Priuaire infecte van het wortelkanaal
o Dynauiich procei
o Verichillende bacteriële ioorten overheerien in verichillende itadia van procei.
o In langer beitaande beiuetng vindt een verichuiving in geueenichap naar overheeriing van ipecifeke ioorten plaati.
Ecologiiche factoren zorgen voor deze verichuiving.
Adheieie van uicro-organiiuen aan worteldentne of organiich uateriaal in wortelkanaal
Coagregate van populatei
Beichikbaarheid van voeding en zuuritofniveau
Lokale pH binnen wortelkanaal
Exogene voedingiuiddelen (feruenteerbare koolhydraten) kunnen uicrobiële ecologie in pulpakauer beïnvloeden.