Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Virologie course 10 leerjaar 3 C. elegans part

Beoordeling
3.7
(3)
Verkocht
3
Pagina's
16
Geüpload op
26-06-2018
Geschreven in
2017/2018

Complete samenvatting van de virologie lessen in course 10, studie jaar 3. De samenvatting is per week geschreven en is dus gebaseerd op de stof die behandeld is per les. De samenvatting is volledig en bevat alle stof die men dient de leren voor het virologie gedeelte in de kennistoets. Tevens wordt de samenvatting ondersteunt door handige figuren die meer verduidelijking geven bij de tekst. In de samenvatting komen de volgende onderdelen aan bod: - Virussen als 'biological agent'. - Verschillende methode om virussen te bestuderen. - Classificatie van virussen (Baltimore classification). - Structuur van virussen. - Reproductie van virussen. - Interactie tussen virussen en de host in detail. - Human immunodeficiency virus (HIV). - Enkele belangrijke termen rond virologie.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Virologie course 10
Aantekeningen les week 1
Ebola is een virus infectie en wordt vaak via dieren op de mens overgedragen. Waarom
virologie? Het gedraagt zich hetzelfde als kanker, want het neemt de controle over. Ze
moeten beiden hetzelfde doen; iets doen met het immuunsysteem. Je kan bijvoorbeeld
cellen infecteren met virussen om het crispr cass systeem te activeren. Het boek hierover is
‘introduction to modern virology’. Koop het boek niet, het is een duur en moeilijk boek. Een
virus bevat altijd een eiwit omhulsel en een genoom van DNA of RNA, dit is altijd zo. Als je
een ziekte krijgt van alleen een eiwit, dan noem je het een prion disease (dit is dus anders
dan een virus). Dus het eiwitomhulsel en het DNA of RNA (genoom) zijn de bouwstenen.
Soms hebben ze een envelop, deze is gemaakt van het membraan van de host. Een virus is
geen organisme, omdat hij technisch niet levend is (een virus heeft een host nodig om zich
te reproduceren). Ze hebben dus ook geen voedsel nodig (de host heeft voedsel nodig). Een
virus heeft geen cellen (bacteriën hebben wel één cel). Ze hebben ribosomen nodig voor de
translatie en die gebruiken ze van de host. Een ribosoom is even groot als het virus zelf
(daarom hebben ze geen ribosomen). Tevens hebben virussen geen nucleus, golgi,
mitochondriën, etc. Virussen hebben geen mitochondriën, maar heeft ook geen energie
nodig (het is alleen een kleine box van eiwitten dat een genoom bevat). Ze verlaten de host
niet, denk aan soa’s, ze zitten dan altijd in het bloed of ergens (hier zijn ze veilig), daarom
wordt je ook niet zo snel geïnfecteerd. Virussen zijn overal en zitten overal. Bij ebola komt
het uit alle openingen in het lichaam (nu weten we dat we mensen met ebola helemaal
moeten vermijden). Er is geen vaccin voor ebola omdat er te weinig geld is. Tevens is ebola
zo infectieus, dat het gelijk het hele dorp dood. Daarna is de infectie weg, dus het kan zich
niet zo makkelijk verspreiden omdat gelijk iedereen al dood is. Virussen zijn heel stabiel, dus
als je lijken weer opgraaft, dan kan je weer opnieuw besmet raken. Virussen zijn op zijn mist
300 miljoen jaren oud, is echt heel oud (de dinosaurussen zijn dus gedood door virussen).
Spanish flu vond plaats tijdens de wereld oorlog 1. Dit virus doodde meer mensen dan de
oorlog zelf. Heel de wereld werd geïnfecteerd met het virus.
Bij dat experiment met die plant is het eerste virus ontdekt. Ze wisten al van de bacteriën. Ze
haalde de oplossing door een filter en de bacteriën zouden in het filter moeten hangen. De
vloeistof daaronder zou steriel moeten zijn, maar dat was het niet. Ze wisten dus dat er iets
was wat de plant infecteerde behalve de bacterie. De electron microscopy is de enige
techniek die de structuur van een virus deel kan laten zien. Er is geen normale evolutie van
virussen, waar komen virussen vandaan? Dat weten we niet.
Virussen hebben dus dezelfde grootte als een ribosoom. Een bacteriofaag, wil zeggen dat
het een bacterieel virus is. Met die spinvormen gaat hij de membraan van de bacterie in. Je
hoeft niet de namen van de virussen te kennen. Als je een virus moet herkennen wordt het
verteld. Probeer het grote verhaal te begrijpen hoe ze werken, nu kan je elk individueel virus
herkennen. Virussen infecteren dus alles! Tevens kunnen virussen weer andere virussen
infecteren. We hebben ook bacteriën in ons lichaam en die bacteriën zijn mogelijk ook
geïnfecteerd door virussen. Er zijn meer virussen op aarde dan wat dan ook. Virussen zijn
overal (in voedsel, in de lucht, in je lichaam, in het water, etc.). We hebben ongeveer 10%
viraal DNA in ons genoom en we weten niet wat het doet (dit is een groot gedeelte van ons
genoom).

Belangrijke informatie. Een virus is een infectieus, obligate intracellulair parasite. Vergeet
nooit dat virussen geen levende organismen zijn. Het wordt meestal bestudeerd bij de
microbiologie, maar dus niet vergelijkbaar met bacteriën, etc. Een virus heeft een cellulaire
host nodig. We hebben de host (dat is het organisme), maar de cellulaire host is echt de cel
waar het virus inzit. Eén virus kan niet heel een organisme infecteren. Het genetische
materiaal van de virus is of DNA of RNA, heel belangrijk dat het dus nooit beide is. Als de
virus de host cel infecteert, dan gebruikt hij die om nieuwe virusdeeltjes te maken. Een virion
is de specifieke naam van één virus deeltje. Als de nieuwe virusdeeltjes zijn gemaakt dan

,kan hij zich verspreiden en nieuwe host cellen infecteren. Virussen zijn dus niet levend.
Virussen doen dus niks, want ze zijn niet levend. Ze zijn compleet afhankelijk van de host.
Virussen zijn simpel door twee belangrijke feiten.
1. Alle virale genomen zijn obligate moleculaire parasieten die alleen kunnen functioneren
nadat ze zich hebben gerepliceerd in een cel.
2. Alle virussen moeten mRNA maken die kunnen worden getransleerd door de host
ribosomen. Ze zijn dus echt parasieten van het host eiwit syntheses mechanisme.
Virussen zijn afhankelijk van het overleven van de host. De eerste reden hiervoor zijn dat als
het virus te succesvol is en de host doden dan elimineren ze zichzelf. De tweede reden is
als ze te passief zijn en de host kan de groei van de bacterie stoppen, dan elimineren ze
zichzelf ook. Dus een virus kan nooit een hele populatie doden. Bij ebola infecteert het virus
eerst de vleermuis. Omdat het eigenlijk geen menselijk virus is, is het zo gevaarlijk. Elke cel
heeft een andere receptor, hoe reageert het virus hierop? Hoe komt het virus in de cel
terecht? Hij fuseert met het membraan. Elk virus heeft een voorkeur voor welke host cel hij
kan infecteren. Virussen hebben dus een kleine host cel range. Dit is de reden dat wij niet
worden geïnfecteerd door dat plantenvirus. Als je eiwitten niet hebt, dan ben je immuun voor
het virus, want dan kan het virus niet binnendringen. De spike van het virus herkent de
receptor op de celmembraan en dan kan hij naar binnen.
De host range is gebaseerd op een cellulair level. We hebben ook bescherming op een
organisme level. Als het virus eenmaal in de cel heeft, dan moet het ook maar zo zijn dat de
cel de transcriptiefactors heeft die nodig zijn voor het virus (dus de cel moet instaat zijn om
het virus te repliceren). Tevens heeft het organisme fysische barrières (pH verschillen,
speeksel). Cell/tissue tropism zegt iets over welk organisme wordt geïnfecteerd. Het is dus
heel moeilijk voor het virus om zomaar binnen te komen. HPV is het enige virus wat gewoon
door de huid kan komen.
o Een resistente cel is een cel die geen receptor heeft die het virus herkent.
o Een subceptible (ontvankelijke) cel heeft de juiste receptor, maar hij is niet instaat om
virale replicatie te bevorderen.
o Een permissive (toegeeflijk) cel heeft de capiciteit om het virus te repliceren, maar
heeft niet de juiste receptor.
o Een susceptible AND permissive cel is de enige cel die het virus kan opnemen en
kan repliceren.

Aantekeningen les week 2
Virus life cycle (het hele idee is dat er één virus binnenkomt en dat er meerder virussen
uitkomen). Attachment (spikes van de virus hechten aan de receptor van de cel) – entry (bij
een bacteriofaag gaat het virus niet helemaal naar binnen) – uncoating (het genoom komt
beschikbaar) - replication (het genetisch materiaal van het virus moet gerepliceerd worden;
dit leidt tot meerdere kopieën van het genoom) - mRNA – translation (het maken van
viruseiwitten) – assembly (samenvoegen gemaakte genoom en gemaakte eiwitten) –
maturation (het virus verder ontwikkeling in iets specifieks, dat is bij elk virus verschillend; je
maakt nu het complete infectieuze virusdeeltje) – release (virusdeeltjes komen vrij uit de cel).
Nu zijn er dus nieuwe virusdeeltjes gemaakt en deze nieuwe virusdeeltjes gaan opnieuw
opzoek naar een nieuwe cel. Deze cirkel gaat continu door.

,  De essientiële bouwstenen van een virus zijn het genoom (RNA of DNA) en eiwitten (deze
twee hebben alle virussen). Waarom zijn virussen simpel? Alle virussen maken mRNA, want
alle virussen hebben eiwitten nodig om nieuwe eiwitten te maken. Het mRNA komt niet van
de host, want dan krijg je host eiwitten en die wil je niet hebben. Het virus gebruikt de
ribosomen van de host. De genetische informatie komt van het eerste virus, deze bevat alle
informatie om nieuwe virus deeltje op te bouwen. Er is altijd een balans in het maken van
nieuw genoom maken en nieuwe eiwit deeltjes maken. Het is beide van belang, de volgorde
is niet altijd hetzelfde; het ene virusdeeltje maakt eerst eiwitten en het andere virusdeeltje
eerst het genoom. Assembly is het samenvoegen van het gemaakte genoom en de eiwitten.
Bij normale cellen (die van bacteriën) daarbij heb je een deling en dan heb je daarna twee
cellen. Bij virussen begin je dus met één virusdeeltje en uiteindelijk komen er heel veel meer
virusdeeltjes uit (dit is dus heel verschilend met bacteriën). Het probleem met virussen is dat
je heel moeilijk de groei kan detecteren. Voor virussen is de host cel van hoofdbelang. De
host cel moet de goede receptor hebben (subceptible) en dat ze virus replicatie toestaan
(permissive). Voorbeeld met cellen die subceptible en permissive zijn voor virussen. De host
cel wordt geïnfecteerd door de virussen. Als je medium afneemt voordat de cellen zijn
geïnfecteerd, dan heb je 6 virussen. Als je medium afneemt nadat de cellen zijn geïnfecteerd
dan zie je geen virussen (zitten allemaal in de hostcel). Na één celcyclus bevinden zich er
heel veel virusdeeltjes in het medium (1000000), dus het virus heeft zich heel veel
gerepliceerd. De latent period (in voorbeeld 16 uur) is de tijd dat het duurt voordat één life
cyclus is verlopen (dus voordat er nieuwe virusdeeltjes uit zijn). Voor elk virus is deze tijd
anders. Ecplipse period (in voorbeeld 12 uur) is de tijd dat het duurt om nieuwe virusdeeltjes
te maken aan de binnenkant van de cel (dus dit kan je niet meten want de virusdeeltjes zijn
nog niet vrijgekomen). Je weet nu dus dat het 4 uur duurt voordat de virusdeeltjes vrijkomen.
Met een faag assay kan je meten hoeveel virusdeeltjes er vrijkomen na één cyclus en
hoelang dit proces duurt.
Hoe maken virussen contact met de host cel? Dit gebeurt random, virussen doen niks, ze
raken de cel aan en als het de juiste receptor heeft dan kan hij hechten. Het gebeurt dus bij
toeval, want ze kunnen niet bewegen door hun zelf. Dus virussen kunnen niet bewegen!
Virussen zijn heel klein, maar ze kunnen niet heel makkelijk de plasmamembraan
binnendringen, ook al zijn ze zo klein. Hoe hechten ze aan de cel? De interactie tussen de
spikes en de receptor is nodig voor de aanhechting van de virussen. Verschillende virussen
kunnen dezelfde receptor binden. Binding aan de receptor is een actief proces. Een serie
van interacties zijn waarschijnlijk betrokken bij de aanhechten (dus het gaat niet om één
receptor, maar om meerdere receptoren). Stap 1. Virussen zijn heel klein een hechten aan
vrijwel alles (niet specifiek). Stap 2. Ze hechten aan de specifieke receptor (moleculen op het
celoppervlak), meer dan één receptor is betrokken). Stap 3. Binnendringen van de cel.
 Voorbeeld HIV. HIV infecteert de CD4+ T cellen of macrofagen. De eerste stap is dat
cyclophilin aan de lage affiniteit heparan receptor bindt. De tweede stap is dat via de GP120
aan de primaire host receptor CD4 bindt. Als het virus met zij CD40 aan de CD40 receptor
bindt, dan verandert de receptor van conformatie en drukt het virus op het membraan. HIV
bindt dan aan CCR5/CXCR4, deze laat de virus in de cel toe. De derde stap is de co-
receptor binding. Er wordt geen energie geïnvesteerd, het is de vorm van de eiwitten die
deze cascade aanzetten. Uiteindelijk leidt dit dus tot de virus-cel fusie.
Het is heel moeilijk om iets aan virussen te doen omdat je vaak dan je eigen cellen aantast.
Je moet dus echt kijken naar specifieke targets die alleen voor de virussen zijn. Welke
enzym is nodig voor de replicatie van een viraal genoom (HIV)? Dit is reverse transcriptase.
Dit is heel virus specifiek dus dit is een goede target bij HIV want humane cellen hebben dit
niet. HIV is nu een meer chronische ziekte omdat je door de reverse transcriptase het virus
blokt (kan niet meer repliceren), maar je hebt het virus nog wel in je. Er is één man die is
genezen van HIV, hij had ook leukemie. Hij had stamcel transplantatie en hopelijk was hij
dan genezen voor leukemie, maar voor deze transplantatie moest hij zijn reverse
transcriptase blokking stoppen. Dus dit was een dilemma. In de menselijke populatie hebben

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, h5. h3.4, h2, h6, h7.1, h7.4, h8.3, h8.5, h9.1, h9.5, h9.8, h9.9, h15.1, h15.4, h16.2-8, h21
Geüpload op
26 juni 2018
Bestand laatst geupdate op
26 juni 2018
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.91
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 3 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

6 jaar geleden

7 jaar geleden

3.7

3 beoordelingen

5
0
4
2
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
DorianvanKuijk Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
221
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
63
Documenten
59
Laatst verkocht
9 maanden geleden

3.6

96 beoordelingen

5
20
4
40
3
25
2
1
1
10

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen