Cross Culture Management Samenvatting
LES 1: Hoofdstuk 1
Cultuur met een kleine c: zijn gewoontes 6 uur eten
Hofstede: de collectieve mentale programmering die leden en een groep of categorie mensen
onderscheid van die van andere.
Geertz: systeem waarin leden dezelfde betekenis hechten aan woorden, communicatieve
handelingen en symbolen
Kleine c
Eten drinken: Frikandel kroket, kaas, Drop, melk, stamppot 6 uur eten
Hoe verplaatsen: Trein auto, fiets
Vrije tijd: vrienden sporten, bier drinken
Kleding: waar je je prettig in voelt, aanpassen aan de situatie
Woningen: villa’s 2 onder 1 kap
Groeten: tot ziens, fijne dag
Cultuur met een grote C: cultuur van een land, vruchten van beschaving: schilders, kunt, muziek,
theater, architectuur
Cultuur met een grote C is die we daadwerkelijk waarnemen
Rembrand een oude molen
Grote C
Schilder: Johannes Vermeer, van Gogh
Schrijver: annie MG smiet, michel van egmond
Helden: Johan Cruijff, willem van oranje
Steden Amsterdam, Rotterdam
Pers televisie, NOS-nieuws, telegraaf
3 niveaus van mentale programmering
Menselijke natuur: alles wat is aangeboren, overlevingsdrang van de mens, en daarom eet en drinkt.
Cultuur: regels en wetten die een mens nodig heeft om te kunnen bestaan, hoe begroet je iemand,
belasting betalen. Cultuur met een kleine c en wordt aangeleerd.
Persoonlijkheid:
Aangeboren: Nature, persoonlijkheidskenmerken, wijze waarop iemand lacht is genetisch bepaald.
Aangeleerd: Nurture, persoonlijke ervaring,
Communicatie binnen de onderste laag: gedrag aanpassen op een kleuter of oude opa.
Communicatie binnen de bovenste laag: mensen die je wel of niet mag, bepaalde type mensen
Communicatie in de middelste laag: mensen die anders op bepaalde dingen reageren dan
verwacht, niet aan bieden van een kop koffie, geen gedag zeggen van een vriend.
,Cross Culture Management Samenvatting
Symbolen: monster energy bepaalde groep mensen, Redbull
= stoere mensen, vlag van een land, kleding, voedsel, taal.
Helden: personen uit de geschiedenis Willem van Oranje.
Rituelen: Koninginnedag, 6 uur eten, vergaderen, sinterklaas.
Praktijken: symbolen, helden en rituelen worden uitgebeeld in
het dagelijkse doen, praktijken.
Waarden: de manier van denken en de visie op de wereld
(ijsberg), wat mag wel en wat is fout.
Nationale culturen: groepen mensen die bij elkaar horen omdat ze in 1 land wonen.
Er kunnen ook cultuurverschillen ontstaan tussen regio’s (Friesland, Limburg)
Stad en platteland of plaatsen aan de grens België/Frankrijk.
Sociale culturen: verschillende migranten die samenkomen in 1 land en het verschil in sociale
klassen van mensen, leeftijd en godsdiensten. Scholen, verenigingen en schoonfamilie.
Stereotypen: kennis over bepaalde groepen mensen en dan denken dat ze allemaal hetzelfde zijn.
Communicatiemodel van Shannon Weaver (1949)
Bron – (zender, codering – kanaal – ontvanger, decoderen) en ondertussen luisteren.
Kritieke punten aan dit model zijn: van feedback is geen spraken, de context ontbreekt, stemgebruik.
Doordat het repertorium van de zender anders is dan die van de ontvanger. Denk hierbij aan
verschillende culturen of talen.
Ruis
Model van Targowski en Bowman (1988)
3 verbeterpunten tov het model van Shannon Weaver.
1. Geen eenrichtingverkeer
2. Non-verbale communicatie
3. Rekening houden met iemands kennis van de buitenwereld
2e gedeelte van het model is rekening gehouden met cultuurverschillen
Multilagendeel van het communicatiemodel van Targowski en Bowman.
, Cross Culture Management Samenvatting
L1 Fysische link: welk aspect is beschikbaar, aspecten die gebruikt kan worden om de boodschap
over te brengen naar de ontvanger, face to face, facebook, internet, WhatsApp, Skype. Een probleem
is dat niet in alle landen hetzelfde communicatiemiddel wordt gebruikt.
L2 Systeemlink: kiezen van het juiste systeem om de boodschap over te brengen, face to face,
bellen, e-mail, papier.
L3 Toehoorderslink: heeft de zender de juiste opvatting, een jonge talentvolle vertegenwoordiger uit
Europa die in Azië gaat onderhandelen wordt niet serieus genomen en als een belediging opgevat in
Azië. Terwijl dat in Europa als een compliment wordt opgevat.
L4 Sessielink: wordt de boodschap op dezelfde tijd met dezelfde omstandigheden verzonden.
Fysieke aspect is het tijdsverschil en je moet weten wie je op welk tijdstip en welke datum kan bellen 5
december niet bijvoorbeeld.
L5 Omgevingslink: in welke omgeving wordt de boodschap overgebracht, niet in een kerk of onder
lunchtijd.
L6 Functies en statuslink: iemands status in bepaalde situaties, bijvoorbeeld in Duitsland wordt je
privé ook aal professor aangespreken maar in Amerika totaal niet.
L7 Symbolenlink: worden bepaalde symbolen wel op de juiste manier geïnterpreteerd, zoals een
kamer op het zuidelijk halfrond in een kamer met zon maar op het zuidelijk halfrond niet.
L8 Gedragslink: worden woorden op de juiste manier geïnterpreteerd in Azië beteken ja niet altijd dat
ze het gaan doen maar dat ze jou begrijpen. In Nederland hoor je iemand aan te kijken als hij of zij
tegen je praat maar in Japan is dat juist onbeleefd.
L9 Waardelink: hebben zender en boodschap ook dezelfde waarde, dat is soms moeilijk te
interpreteren.
L10 Opslaan/terughalen link: hoe wordt communicatie beïnvloed door voorgaande ervaringen en
hoe reageer je daar op. In Frankrijk is het normaal om op je werk te laten zien dat je boos bent maar in
Japan is dat erg ongepast.
Cross cultureel communicatieonderzoek: culturen met elkaar vergelijken en kijken hoe erg ze van
elkaar verschillen.
Onderzoek naar interculturele communicatie: wat gebeurt er als mensen uit verschillende culturen
met elkaar communiceren. Wie moet zich aan wie aanpassen?
LES 2: Hoofdstuk 2
Basiswaarden van Kluckhohn en Strodtbeck (1961)
Er is een beperkt aantal problemen overal ter wereld op alle tijden waar ze een oplossing voor
moeten vinden
Er is een beperkt aantal mogelijkheden om die problemen op te lossen
Alle mogelijkheden zijn aanwezig maar het verschilt per cultuur welke mogelijkheden worden
gekozen
Antropologen
Kluckhohn en Strodtbeck
Edward T. Hall is de grondlegger van het onderzoek naar cultuurverschillen in communicatie
Tijd, ruimt en context van de communicatie
Psychologen
Geert hofsteden
Dimensies is een aspect waaruit cultuurverschillen kunnen worden vergeleken
Machtsafstand staat gelijk aan Hiërarchie en Egalitarisme
Individualisme versus collectivisme staat gelijk aan Conservatisme en Autonomie
Masculiniteit versus femininiteit staat gelijk aan Harmonie en Heerschappij
Onzekerheidsvermijding
Korte termijn versus langtermijngerichtheid en monumentalisme versus flexhumility
Hedonisme versus soberheid
LES 1: Hoofdstuk 1
Cultuur met een kleine c: zijn gewoontes 6 uur eten
Hofstede: de collectieve mentale programmering die leden en een groep of categorie mensen
onderscheid van die van andere.
Geertz: systeem waarin leden dezelfde betekenis hechten aan woorden, communicatieve
handelingen en symbolen
Kleine c
Eten drinken: Frikandel kroket, kaas, Drop, melk, stamppot 6 uur eten
Hoe verplaatsen: Trein auto, fiets
Vrije tijd: vrienden sporten, bier drinken
Kleding: waar je je prettig in voelt, aanpassen aan de situatie
Woningen: villa’s 2 onder 1 kap
Groeten: tot ziens, fijne dag
Cultuur met een grote C: cultuur van een land, vruchten van beschaving: schilders, kunt, muziek,
theater, architectuur
Cultuur met een grote C is die we daadwerkelijk waarnemen
Rembrand een oude molen
Grote C
Schilder: Johannes Vermeer, van Gogh
Schrijver: annie MG smiet, michel van egmond
Helden: Johan Cruijff, willem van oranje
Steden Amsterdam, Rotterdam
Pers televisie, NOS-nieuws, telegraaf
3 niveaus van mentale programmering
Menselijke natuur: alles wat is aangeboren, overlevingsdrang van de mens, en daarom eet en drinkt.
Cultuur: regels en wetten die een mens nodig heeft om te kunnen bestaan, hoe begroet je iemand,
belasting betalen. Cultuur met een kleine c en wordt aangeleerd.
Persoonlijkheid:
Aangeboren: Nature, persoonlijkheidskenmerken, wijze waarop iemand lacht is genetisch bepaald.
Aangeleerd: Nurture, persoonlijke ervaring,
Communicatie binnen de onderste laag: gedrag aanpassen op een kleuter of oude opa.
Communicatie binnen de bovenste laag: mensen die je wel of niet mag, bepaalde type mensen
Communicatie in de middelste laag: mensen die anders op bepaalde dingen reageren dan
verwacht, niet aan bieden van een kop koffie, geen gedag zeggen van een vriend.
,Cross Culture Management Samenvatting
Symbolen: monster energy bepaalde groep mensen, Redbull
= stoere mensen, vlag van een land, kleding, voedsel, taal.
Helden: personen uit de geschiedenis Willem van Oranje.
Rituelen: Koninginnedag, 6 uur eten, vergaderen, sinterklaas.
Praktijken: symbolen, helden en rituelen worden uitgebeeld in
het dagelijkse doen, praktijken.
Waarden: de manier van denken en de visie op de wereld
(ijsberg), wat mag wel en wat is fout.
Nationale culturen: groepen mensen die bij elkaar horen omdat ze in 1 land wonen.
Er kunnen ook cultuurverschillen ontstaan tussen regio’s (Friesland, Limburg)
Stad en platteland of plaatsen aan de grens België/Frankrijk.
Sociale culturen: verschillende migranten die samenkomen in 1 land en het verschil in sociale
klassen van mensen, leeftijd en godsdiensten. Scholen, verenigingen en schoonfamilie.
Stereotypen: kennis over bepaalde groepen mensen en dan denken dat ze allemaal hetzelfde zijn.
Communicatiemodel van Shannon Weaver (1949)
Bron – (zender, codering – kanaal – ontvanger, decoderen) en ondertussen luisteren.
Kritieke punten aan dit model zijn: van feedback is geen spraken, de context ontbreekt, stemgebruik.
Doordat het repertorium van de zender anders is dan die van de ontvanger. Denk hierbij aan
verschillende culturen of talen.
Ruis
Model van Targowski en Bowman (1988)
3 verbeterpunten tov het model van Shannon Weaver.
1. Geen eenrichtingverkeer
2. Non-verbale communicatie
3. Rekening houden met iemands kennis van de buitenwereld
2e gedeelte van het model is rekening gehouden met cultuurverschillen
Multilagendeel van het communicatiemodel van Targowski en Bowman.
, Cross Culture Management Samenvatting
L1 Fysische link: welk aspect is beschikbaar, aspecten die gebruikt kan worden om de boodschap
over te brengen naar de ontvanger, face to face, facebook, internet, WhatsApp, Skype. Een probleem
is dat niet in alle landen hetzelfde communicatiemiddel wordt gebruikt.
L2 Systeemlink: kiezen van het juiste systeem om de boodschap over te brengen, face to face,
bellen, e-mail, papier.
L3 Toehoorderslink: heeft de zender de juiste opvatting, een jonge talentvolle vertegenwoordiger uit
Europa die in Azië gaat onderhandelen wordt niet serieus genomen en als een belediging opgevat in
Azië. Terwijl dat in Europa als een compliment wordt opgevat.
L4 Sessielink: wordt de boodschap op dezelfde tijd met dezelfde omstandigheden verzonden.
Fysieke aspect is het tijdsverschil en je moet weten wie je op welk tijdstip en welke datum kan bellen 5
december niet bijvoorbeeld.
L5 Omgevingslink: in welke omgeving wordt de boodschap overgebracht, niet in een kerk of onder
lunchtijd.
L6 Functies en statuslink: iemands status in bepaalde situaties, bijvoorbeeld in Duitsland wordt je
privé ook aal professor aangespreken maar in Amerika totaal niet.
L7 Symbolenlink: worden bepaalde symbolen wel op de juiste manier geïnterpreteerd, zoals een
kamer op het zuidelijk halfrond in een kamer met zon maar op het zuidelijk halfrond niet.
L8 Gedragslink: worden woorden op de juiste manier geïnterpreteerd in Azië beteken ja niet altijd dat
ze het gaan doen maar dat ze jou begrijpen. In Nederland hoor je iemand aan te kijken als hij of zij
tegen je praat maar in Japan is dat juist onbeleefd.
L9 Waardelink: hebben zender en boodschap ook dezelfde waarde, dat is soms moeilijk te
interpreteren.
L10 Opslaan/terughalen link: hoe wordt communicatie beïnvloed door voorgaande ervaringen en
hoe reageer je daar op. In Frankrijk is het normaal om op je werk te laten zien dat je boos bent maar in
Japan is dat erg ongepast.
Cross cultureel communicatieonderzoek: culturen met elkaar vergelijken en kijken hoe erg ze van
elkaar verschillen.
Onderzoek naar interculturele communicatie: wat gebeurt er als mensen uit verschillende culturen
met elkaar communiceren. Wie moet zich aan wie aanpassen?
LES 2: Hoofdstuk 2
Basiswaarden van Kluckhohn en Strodtbeck (1961)
Er is een beperkt aantal problemen overal ter wereld op alle tijden waar ze een oplossing voor
moeten vinden
Er is een beperkt aantal mogelijkheden om die problemen op te lossen
Alle mogelijkheden zijn aanwezig maar het verschilt per cultuur welke mogelijkheden worden
gekozen
Antropologen
Kluckhohn en Strodtbeck
Edward T. Hall is de grondlegger van het onderzoek naar cultuurverschillen in communicatie
Tijd, ruimt en context van de communicatie
Psychologen
Geert hofsteden
Dimensies is een aspect waaruit cultuurverschillen kunnen worden vergeleken
Machtsafstand staat gelijk aan Hiërarchie en Egalitarisme
Individualisme versus collectivisme staat gelijk aan Conservatisme en Autonomie
Masculiniteit versus femininiteit staat gelijk aan Harmonie en Heerschappij
Onzekerheidsvermijding
Korte termijn versus langtermijngerichtheid en monumentalisme versus flexhumility
Hedonisme versus soberheid