Fibroblasten: basiscellen van bindweefsel, maakt litekenweefsel aan.
In bindweefsel zijn cellen de zwakke schakel. Fibroblasten kunnen zich omvormen tot
myofibroblasten (kunnen samen trekken bijvoorbeeld bij litekenweefsel) en chondroblasten
(kraakbeen).
Elastne vezels: kunnen rekken
Collageen: is erg sterk, vind je bijvoorbeeld in pezen
Type 1: huid, pezen, bloedvaten, organen, boten
Type 2: kraakbeen
Type 3: reticulaire vezels (los, elastisch, bewegelijk)
Type 4: basaal membraam
Collageen en elastine zijn verantwoordelijk voor extracellulaire matrix = maatwerk waarin
functioneel weefsel is ingebed, zoals longen, nieren, lever, spieren. Dit heb je nodig om
mechanische krachten over te brengen. Extracellulaire matrix bevindt zich buiten de cel.
Bij jonge mensen veel fibroblasten, weinig collagene vezels (soepel)
Bij oudere mensen fibroblasten neemt af, extracellulaire matrix neemt toe (strakker
weefsel (minder elasticiteit) , meer crosslinks en daardoor verminderde ROM).
Minder glycoproteïn, minder elasticiteit, minder hyaluron zuur (houdt vocht vast) in
kraakbeen en bindweefsel, er wordt minder vocht gewonnen. zit vast aan glycoproteïn,
als dit minder werkt, wordt er dus ook minder vocht vastgehouden.
Regelmatige lichamelijke activiteiten vertraagd vermindering van hyaluronzuur en
glycoproteïn.
- Zorgt ook voor: verminderde smering, mindere artrokinematica, sneller in
eindstanden.
- Veranderde artrokinematica zorgt voor extra rek op kapsel, banden.
Spieren:
Naarmate je ouder wordt verlies je spiermassa (sarcopenie), komt dus door verminderde
aantal cellen en verminderde grote van individuele spiercel.
Spiercellen zijn multinucleaire cellen er liggen meerdere celkernen die hun eigen
verzorgingsgebied hebben. Hierdoor kan een cel beter contraheren.
Als het gaat over veroudering: spieren die fexie geven verliezen minder cellen dan
extensoren. Flexor dominante houding bij ouderen