College 1
Doelstellingen
- Toepassen en produceren van
- Rechtsgebieden, regelgeving, beginselen
- Democratische rechtsstaat, statelijk organen
- Grondwet en grondrechten
- Bestuurlijk handelen (a.b.b.b)
- Rechtsbescherming
- Wettenbundel hanteren: je mag er tabjes in doen, GEEN annotaties. wat op
de tabjes staat moet het letterlijk op de pagina staan. Meenemen naar
tentamen. Je mag dus wel markeren / onderstrepen.
- Tentamen: 40 mc
College
- Definities publiekrechtelijke leerstukken en rechtsbeginselen herkennen
- Conflicten en vraagstukken in verschillende rechtsgebieden
- Regelgeving, wetten vinden, wetssystematiek.
- Hoofdstuk I-III Belinfante
- Alles staat in boek van Belinfante 18e druk → belangrijkste boek. (boek van Loonstra
ook handig als samenvatting)
Vandaag:
- De belangrijkste vooronderstellingen, begrippen en leerstukken van het voor
bestuurskundige meest relevante recht.
- Staatsrecht: vastleggen van autoriteiten, wanneer kun je macht gebruiken
Toepassen macht → bestuursrecht.
Jurisprudentie: wat is de rechtsvraag? Bijv. is de Raad van State een onafhankelijk
rechtsorgaan? Casussen niet uit je hoofd leren.
Inleiding
- Algemene inkadering
- Rechtsvormen
- Rechtsbronnen
Recht wat is dat eigenlijk?
- Pitlo: “de neerslag van gerechtvaardigde behoeftes.” Niet een heel goede, maar
geeft aan dat er behoeftes zijn in de samenleving waar iedereen mee moet leven, is
neergeslagen in recht.
- “Normen die verhoudingen tussen personen regelen.” verhoudingen moeten
gereguleerd worden (iets simpels zoals iemand een boek verkopen is al een relatie).
Een koopovereenkomst moet in de wet (civiel / verbintenissenrecht) geregeld
, worden. Je kunt ook andere verbintenissen en afspraken aangaan, maar er moet
vrijheid zijn een contract te maken. Zonder contract val je terug op het recht.
- Recht is normatief: je moet zo handelen, anders heb je een probleem
Uitspraken: descriptief en normatief
- Descriptief: constatering die beschrijvend is zoals “zij is geslaagd”.
- Verwijzen naar feiten
- Waar of onwaar
- “Het regent”
- “De zon komt op”
- Normatief: constatering die een norm weergeeft “u bent geslaagd”. Hiermee zeg je
dat iemand of iets voldoet aan bepaalde criteria, waardoor iets een etiket krijgt.
- Verwijzen naar (toegepaste) regels → recht.
- Zijn geldig of ongeldig
- “U maakt een fout” (er zit iets achter wat anders zou moeten zijn)
- “Doodstraf kan niet worden opgelegd.”
Recht
Uitspraken over
- Wat mensen mogen en moeten
- Dus ook:
- Wat mensen van elkaar mogen en moeten verwachten. Patronen van gedrag,
institutie van gedrag die je automatisch min of meer volgt.
- Het is geen gewoonte: want dat voel je niet als een rechtsplicht.
- Vertrouwen speelt een belangrijke rol in de samenleving. Samenlevingen met
weinig vertrouwen functioneren vaak minder goed, bij een contract blijf je bijv.
altijd met onzekerheid → rechtsregels zorgen dat je anderen kunt vertrouwen,
en dat zij zich gedragen zoals beloofd.
- Recht kan worden gezien als het vastleggen van normen en gewoontes
Objectieve recht
- Geheel van regels of normen dat het maatschappelijke verkeer in banen leidt en een
oplossing aandraagt voor problemen die rijzen wanneer mensen zich niet gedragen
overeenkomstig hetgeen men van elkaar mag verwachten.
Functies van recht
1. Normatieve
2. Additionele
3. Geschiloplossende
4. Instrumentele
Subjectieve recht
- “Ik sta in mijn recht”, “Ik heb recht op...” → wat mensen uit de regels kunnen halen.
Subjectief komt voort uit objectief.
Recht
1
, - Subjectief: de bevoegdheid die een bepaald persoon aan de norm ontleent. Bijv. mijn
recht, recht van de eigenaar.
- Objectief: het geheel van normen dat verhoudingen tussen personen regelt. Bijv. het
internationaal recht, milieurecht.
Natuurlijk persoon
- De aanvang: wil er van een (rechts)persoonlijkheid sprake zijn, dan moet het kind
levend ter wereld zijn gekomen. Criterium = ademhalen. (Staat in het civiele recht →
wie is rechtspersoon).
- De wet begunstigt de nasciturus, hij wordt als reeds geboren aangemerkt indien zijn
belang dit met zich meebrengt → een ongeboren kind wordt door de wet begunstigt
als dit kind ook daadwerkelijk levend geboren wordt.
Handelingsbekwaamheid, rechtsbevoegdheid
- Rechtsbevoegdheid: je hebt rechtsbevoegdheid om bepaalde dingen te doen, zoals
notaris.
- Handelingsonbekwaam: bijv. minderjarige. Kunnen geen rechtsgeldige handelingen
verrichten (wel als ouders het goedkeuren bijv. maar anders is de handeling
vernietigbaar).
- Zij van wie de wet veronderstelt, dat zij niet in staat zijn de betekenis van hun
daden te beseffen en die de wet daarom tegen zichzelf beschermt.
- Bijv. vrouwen tot en met iets van jaren 50 vorige eeuw. (Dit laat dus wel zien
dat wetten en rechten veranderen)
- Onbekwaam: het algemene niet kunnen
- Onbevoegd: het incidentele niet kunnen
Rechtssubject
- Personen: mensen en sommige verenigingen en vermogens.
- Voorbeelden:
- De staat, gemeenten, verenigingen, bv’s, etc.
- De stichting: een vermogen met rechtsbevoegdheid (is een rechtspersoon)
Objectief recht
- Publiek
- Algemeen belang
- Een overheid moet betrokken zijn in rol als autoriteit/bevoegdheid.
- Partijen (overheid en burgers) staan niet als gelijken tegenover elkaar en
handhaving geschiedt door de overheid (dwangordening).
- Privaat
- Particulier belang
- Partijen (burgers, rechtspersonen) zijn gelijken en handhaving gaat uit van de
rechtspersonen zelf (spontane ordening).
Privaatrecht
Recht voor verhoudingen tussen rechtspersonen zoals mensen, ondernemingen en de staat
als gelijken.
2
, - Horizontaal
Publiekrecht
Verhouding tussen rechtssubjecten als ongelijken.
- Verticaal
Strafrechtelijk publiekrecht
- Regels betreffende strafbaarheid van gedragingen
Publiekrecht: staats- bestuurs- en strafrecht
- Uitspraken over mogen en moeten van de staat en zijn bestuursorganen
(handelende instituties)
- Jegens burgers en
- Jegens elkaar
Wet en recht
- Formeel recht: procedureel, heeft betrekking op procedures / proces. Je moet
bepaalde stappen ondernemen. Hoe je er mee omgaat.
- Formeel recht: procedureel recht
- regels juridisch proces.
- Wet in formele zin: waar je aan denkt als je aan een wet denkt. De Tweede
Kamer, Parlement die moeilijk doet over regels. De wet die is vastgesteld
door regering en Staten Generaal samen.
- Materieel recht: betreft de daadwerkelijke zaken, materie / inhoud, waar je het over
hebt. Inhoud. Materiële wetten geven dus inhoudelijke normen waar je je aan moet
houden.
- Materieel recht: inhoudelijke norm (zoals gij zult niet stelen) / inhoudelijk
recht.
- regels voor gedrag.
- Wet in materiële zin: inhoudelijke bepalingen. Wet die algemeen verbindende
voorschriften geeft. Algemeen verbindend voorschrift. Niet alle wetten in
materiële zin zijn wetten in formele zin, ze zijn bijv. afkomstig van de
gemeente.
- Wet in formele en materiële zin overlappen, soms een lastig onderscheid. Belangrijk
onderscheid, vaak een struikelblok.
“Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen”
- Staat niet in de wet, maar de rechter moet ervan uitgaan. Als je duidelijk kunt maken
dat je niet bewust was van een wet, dan pas gaat de rechter hierin mee.
Voor wie geldt het recht?
- Grondgebied
- Burgers
- Nederlanders
- Inwoners
- Vreemdelingen
- Overzeese gebiedsdelen
- Personaliteit (diplomaten, illegalen)
3