Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Study guide

Organisatietheorie en -ontwerp Begrippenlijst

Rating
-
Sold
1
Pages
7
Uploaded on
27-06-2018
Written in
2017/2018

Dit document betreft een begrippenlijst van het boek Organisatietheorie en -ontwerp van Daft. De begrippen zijn van hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 6, 9 en 13 uitgewerkt. Dit is tentamenstof voor het vak Management en Organisatie van o.a. de minor HRM voor leidinggevenden.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Organisatietheorie en -ontwerp – Daft
Begrippenlijst hoofdstukken: 1, 2, 3, 4, 6, 9 en 13

Hoofdstuk 1 Organisaties en organisatietheorie
1. Organisaties = (1) sociale entiteiten die (2) gericht zijn op een doel, (3) ontworpen zijn als
systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde activiteiten, en (4)
verbonden zijn met de externe omgeving.
2. Organisatietheorie = een macrobenadering omdat de hele organisatie als eenheid
geanalyseerd wordt. De verzameling mensen die een afdeling of organisatie vormen,
verschillen in structuur en gedrag op het analyseniveau ‘organisatie’.
3. Organisatiegedrag = de microbenadering die de individuen binnen organisaties
beschouwt als de relevante eenheden voor analyses. Begrippen zoals motivatie,
leiderschapsstijl en persoonlijkheid.
4. Open systeem = staat in wisselwerking met de omgeving om te overleven. Het gebruikt
middelen, maar exporteert ook middelen naar de omgeving.
5. Structurele dimensies = leveren de etiketten van de interne kenmerken, op basis
waarvan organisaties gemeten en met elkaar vergeleken kunnen worden.
Formalisatie, specialisatie, standaardisatie, gezagshiërarchie, complexiteit,
centralisatie, professionalisme en personeelsratio’s.
6. Contextuele dimensies = omschrijven de hele organisatie, zoals de omvang, cultuur,
technologie, omgeving en doelen. Dit is een serie overlappende elementen die ten
grondslag liggen aan de structuur en werkprocessen van de organisatie.
7. Paradigma = een gemeenschappelijk kader voor de fundamentele wijze waarop men de
wereld waarneemt, begrijpt en overdenkt. Van mechanische systemen naar
biologische, natuurlijke systemen. Horizontaal vs. verticaal.
8. Lerende organisaties = stimuleert communicatie en samenwerking zodat iedereen zich
betrokken voelt bij het onderkennen en oplossen van problemen. Organisaties
experimenteren, verbeteren zich en verruimen hun mogelijkheden. Het is gebaseerd
op gelijkheid, open informatie, weinig hiërarchie, aanpassingsvermogen, participatie
en probleemoplossing.
9. Contingentie = iets hangt van andere dingen af; willen organisaties effectief zijn, dan
moeten hun structuur en de condities van hun externe omgeving goed passen. Er
bestaat niet één goede manier, telkens moet er aangepast worden aan de omgeving.
10. Analyseniveau = individu, groep of afdeling, organisatie, organisatienetwerk en de
gemeenschap.
11. Bureaucratische organisaties = vloeit voort uit de besturingsprincipes. De nadruk ligt bij
het ontwerpen en managen van organisaties op onpersoonlijke, rationele basis, bv
door middel van nauwkeurig omschreven gezag en verantwoordelijkheid en
standaardregels.
12. Gesloten systeem = niet afhankelijk van zijn omgeving. Het is autonoom en begrensd.
Geen enkele organisatie is volledig gesloten.
13. Hawthorne-studies = een positieve behandeling van werknemers zorgt voor een gunstige
beïnvloeding van motivatie en productiviteit.
14. Mesotheorie = betekent tussenin. Individuen en groepen beïnvloeden de organisatie, die
weer individuen en groepen beïnvloedt. Integreert micro- en macroniveaus.
15. Rol = oordeelkundig vermogen en verantwoordelijkheid, waarbij iemand zijn of haar
oordeelkundige vermogens en vaardigheden in mag zetten om een bepaald resultaat
of doel te bereiken.

, 16. Scientific management = beslissingen over functie- en organisatieontwerp moeten
gebaseerd zijn op exacte, wetenschappelijke procedures na een zorgvuldig
onderzoek van individuele situaties. Denk aan standaardprocedures,
selectiemethoden en planning.

17. Subsystemen = elk systeem bestaat uit verschillende afdelingen binnen de organisatie.
18. Systeem = een serie onderling verbonden elementen die haar input uit de omgeving
krijgt, deze transformeert en de output terugstuurt naar de externe omgeving. Mensen
en afdelingen zijn van elkaar afhankelijk en moeten samenwerken.
19. Taak = is een nauwkeurig omschreven stuk werk, toegewezen aan een persoon.

Hoofdstuk 2 Strategie, organisatieontwerp en effectiviteit
1. Missie of officiële doelen = het overkoepelende doel; visie, waarden en opvattingen,
reden van haar bestaan.
2. Operationele doelen = bakenen de doelstellingen af en verklaren wat de organisatie in
feite probeert te doen.
3. Strategie = een plan tot interactie met de concurrentieomgeving om de organisatiedoelen
te realiseren. Doelen geven aan waar de organisatie naartoe wil en strategieën geven
aan hoe zij daar komt.
4. Differentiatiestrategie = bedrijven streven ernaar hun producten of diensten van die van
anderen in de branche te onderscheiden. Men kan via reclamecampagnes,
opvallende producteigenschappen, uitzonderlijke dienstverlening of nieuwe
technologie bereiken dat een product als uniek gezien wordt.
5. Differentiatie = oriëntatie op leren, horizontaal gezag, contact met de klant, creativiteit en
innovatie.
6. Lage-kostenleiderschap = men probeert het marktaandeel te vergroten door te
benadrukken hoe laag de kosten zijn in vergelijking met de concurrentie. Zo streeft de
organisatie actief naar efficiënte faciliteiten en kostenvermindering, onder andere
door strenge controles om producten efficiënter te produceren dan de concurrenten.
7. Lage-kostenleiderschap = oriëntatie op efficiency, verticale hiërarchie, standaard
werkprocedures, routine taken, centraal gezag.
8. Focusstrategie = de organisatie concentreert zich op een specifieke regionale markt of
groep afnemers. Het wil op een scherp afgebakende markt een lage-kostenvoordeel
of een differentiatievoordeel behalen.
9. Concurrentievoordeel = lage kosten of unieke eigenschappen
10. Concurrentiebereik = groot- of kleinschalig
11. Effectiviteit = de mate waarin een organisatie haar doelen realiseert.
12. Doelbenadering = kijkt of de organisatie haar doelen in termen van gewenste output
behaalt (output).
13. Systeem-middelenbenadering = observeert het begin van het proces en evalueert of de
organisatie effectief de voor goede prestaties hulpmiddelen verwerft (input).
14. Intern-procesbenadering = beoordeelt de effectiviteit aan de hand van indicatoren van
interne gezondheid en efficiency (throughput).

Hoofdstuk 3 De fundamenten van de organisatiestructuur
1. Organisatiestructuur = (1) de organisatie bakent formele gezagsrelaties af, met inbegrip
van het aantal niveaus in de hiërarchie en de span of control van managers.
(2) de organisatiestructuur bepaalt hoe individuen samen tot afdelingen gegroepeerd
worden en afdelingen weer tot de organisatie als geheel.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 27, 2018
Number of pages
7
Written in
2017/2018
Type
Study guide

Subjects

$5.37
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
avisser Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
60
Member since
10 year
Number of followers
32
Documents
12
Last sold
1 year ago

1.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions