afwijkingen en bijbehorende acties
6.1. De kandidaat heeft inzicht in de oorzaken en symptomen van een
afwijkend geboorteproces:
6.1.1. Oorzaken en symptomen van het niet vorderende partus.
Dystocia (abnormale partus)
Met een dystocia wordt ieder probleem bedoeld dat zich tijdens de partus aandient. Een aantal
gegevens is belangrijk bij de beslissing of er al dan niet sprake is van dystocia:
− Een inschatting van de duur van de dracht;
− Het opnemen van de rectale temperatuur bij teven;
− Veranderingen in het gedrag die optreden bij het begin van de bevalling, zoals rusteloos,
nestdrang en hijgen;
− Het moment waarop voor het eerst persen werd waargenomen en de aard van het persen;
− Het tijdstip waarop pups en kittens zijn geboren.
Dystocia wordt onderverdeeld in dystocia materna (oorzaak bij de moeder) en dystocia foetalis
(oorzaak bij de foetus).
Dystocia materna (oorzaak bij de moeder)
Dystocia materna kan het gevolg zijn van weeën zwakte of van obstructie van de geboorteweg.
Weeën zwakte kan primair of secundair zijn:
− Primaire weeën zwakte komt door een te laag calciumgehalte in het bloed of door
overrekking in de baarmoeder door de aantal foetussen;
− Secundaire weeën zwakte komt door uitputting, na het begin van de weeën.
Een tweede oorzaak is obstructie van de geboorteweg. Je ziet daarbij meestal dat het moeder
al geruime tijd krachtig en frequent perst zonder vorderingen te maken. In dit geval mag je
nooit oxytocine toedienen. Obstructie van de geboorteweg kan het gevolg zijn van:
− Deformiteiten van de bekkenbeenderen;
− Afwijkingen van de zachte weefsels in het bekken, zoals een tumor;
− Afwijkingen van het geslachtsapparaat, zoals een torsie uteri.
Dystocia foetalis (oorzaak bij de foetus)
Een abnormale partus kan ook veroorzaakt worden door problemen bij de foetus. Dit kan het
gevolg zijn van een te grote vrucht of van een abnormale geboorteligging.
− Situs: lengte-as foetus ten opzichte van lengte-as moeder Kop –of stuitligging,
dwarsligging;
− Positio: hoe rugzijde is gepositioneerd ter opzicht van de rug van de moeder Rotatie foetus:
zijligging, rugligging;
− Habitus: ligging kop en poten Kop naar opzij, hals gestrekt, achterpoten gebogen.
De dierenarts beslist bij een dystocia foetalis hoe het moederdier verlost moet worden: normale
verlossing, abnormale verlossing, foetotomie of sectio caesarea.
Schaap, geit, rund en varken
Als een partus niet vordert kan het komen door een dood vrucht, een te groot jong, een prolaps
uteri (verzwakking baarmoeder) of een verkeerde geboorteligging. De verkeerde liggingen zijn:
− Kopligging (normale ligging): voorpoten liggen naar voren gestrekt met de kop bovenop;
− Stuitligging: het dier ligt met de achterpoten richting het geboortekanaal;
− Carpaalligging: één of twee van de pootjes liggen niet gestrekt maar gebogen;
− Schouderligging: één voorpootje ligt geheel teruggeslagen.
Pagina 105 van 320
, Normale verlossing
Met de vingers kan de normale verlossing verholpen worden. Dit kan alleen als de foetus
aanwezig is in de vagina. Er mag alleen aan de foetus getrokken worden tijdens het persen.
Wees altijd voorzichtig als je het diertje vasthoudt. Het jonge diertje is heel gevoelig voor
beschadigingen. Als het niet mogelijk is om de foetus met de vingers beet te pakken, kan er
gebruik gemaakt worden van instrumentarium, zoals een geboorte –of verlostang. Een
geboortetang is een tang zonder scherpe randen en met een scharnierend gewricht. Deze
tang is te groot voor katten en kleine hondenrassen en wordt dus voor deze dieren niet
gebruikt.
Abnormale verlossing
Als er sprake is van een abnormale ligging, zal de dierenarts proberen om de foetus te
reponeren. Reponeren betekent de foetus proberen terug te plaatsen in een normale houding.
Kop- of stuitligging vallen onder de normale geboorteligging.
Foetotomie
Bij een foetotomie wordt de dode vrucht in delen uit het geboortekanaal verwijderd. Hiervoor
kan een korrentang gebruikt worden. Een korentang heeft een bek met scherpe tandjes. Bij
katten is het onmogelijk om een foetotomie uit te voeren, omdat de ruimte in de geboortekanaal
heel beperkt is. Gebruik van tangjes is daardoor zeer moeilijk en riskant.
Sectio caesarea (keizersnede)
Bij bepaalde rassen (zoals kortsnuitige rassen) worden de pups via een keizersnede gehaald,
omdat ze niet langs de natuurlijke weg geboren kunnen worden. Ook een dystocia eindigt nog
weleens in een keizersnede. De voorbereiding voor een keizersnede:
− OK voorbereiden;
− Klaarzetten van operatie-set;
− Anesthesie: infuus en intuberen;
− Klaarleggen: handdoeken, opvangbak, afzuiging, spuitje met Antisedan, neusspray, doos
met warmtelamp of eventueel een couveuse.
De handelingen die uitgevoerd worden tijdens een keizersnede:
− Snede in linea alba: dicht bij de melkklieren;
− Snede in één baarmoederhoorn;
▪ Alle pups door één opening;
▪ Vruchtvliezen openen;
▪ Navelstreng afklemmen en doorknippen;
− Placenta’s voorzichtig verwijderen;
− Hechten van de baarmoederhoorn, buikwand en de cutis.
De assistenten verzorgen de jongen na de geboorte. De dierenarts zal het jong in de handdoek
gooien waar de assistente mee klaar staat. De assistente opent de eventuele vrucht en
verwijdert het slijm uit de mond- en neusholte door het jong op de kop heen en weer te
zwaaien. Daarna wrijft de assistente het jong droog totdat hey geluid maakt. Vervolgens wordt
er een analgetica toedient, de navelstreng wordt afgebonden en het jong wordt op een warme
plek neergelegd.
Pagina 106 van 320