Oudheid hoorcollege 6
Kreta en Mycene
De Minoïsche en Myceense beschaving.
3 thema’s: Archeologische bronnen vs. geschreven bronnen, moderne reconstructie
vs. antieke realiteit, historische realiteit vs. beeld.
Chronologie Minoïsch-Myceens Kreta (2000-1200)
Relatieve chronologie, refers to the temporal ordening of objects and events relative
to each other, objecten en gebeurtenissen worden relatief naast elkaar gezet zoals
bv. vaas met schilderingen simpel en complex, simpel is ouder dan complex je
verbind geen jaartallen maar zet voorwerpen in een chronologische volgorde.
Absolute chronologie: is simple in concepts but fiendish in practice, it means the
ability to allocate the western calendar time scale to archaeological contexts, objects
or discussions. De voorwerpen en gebeurtenissen verbinden aan jaartallen, zo
ontstaat er een absolute chronologie die wij ook gebruiken.
Resultaat van deze Chronologie is dat we kunnen vast stellen dat de Myceense en
Minoïsche periode pre-klassiek is en dus voor 800 v.C. op basis van aardewerk heeft
een archeoloog (Evans) een periodisering gemaakt van de Minoïsche beschaving,
een andere archeoloog (Platon) kijkt naar de ontwikkeling van paleizen en doet op
basis daarvan een periodisering van de Minoïsche beschaving. Mckay baseert zijn
jaartallen en afbakening van de Minoïers op deze schema’s echter versimpelt Mckay
het erg.
Kreta
Bewoning vind vooral plaats in het noorden dit komt door de bergen op het eiland.
Eiland is sterk afhankelijk van handel, al heel lang hebben ze handelscontacten. De
Minoïsche beschaving is zo genoemd door Arthur Evans die Knossos ontdekte, hij
noemt hij na de mythische koning Minos. Evans leefde nog in het tijdperk van ‘’
gentleman ‘’’archeologen waarin ze gewoon met pak aan gingen zoeken naar oude
resten van het verleden, Evans kwam op Kreta en hoorden van bewoners waar hij
moest zoeken, hij doet een proefboring en koopt een enkel jaar later het stuk grond
waar Knossos zou kunnen liggen, hij huurt mensen in en graaft het volledige paleis
uit, Evans beseft al gauw dat dit een andere beschaving is dan de Griekse
beschaving, de verslagen van Evans zijn nog steeds erg belangrijk voor onze ideeën
over de Minoïsche beschaving. Harriet Boyd-Hawes, was een archeoloog die erg
geïnteresseerd was in opgravingen en Griekenland, echter mocht zij niet helpen bij
de opgravingen omdat ze een vrouw was, daar was ze het niet mee eens en na
verloop van tijd ging ze naar Evans om te vragen om te helpen, Evans heeft hier
geen behoefte aan en stuurt haar de bergen in om ‘’ iets ‘’ te zoeken, echter vind
Harriet een echt Minoïsch dorp waardoor je een veel beter beeld krijgt over de
Minoïsche gemeenschap dan bij Knossos, belangrijk voor onze beelden zijn dus
Evans en Boyd-Hawes.
Kreta en Mycene
De Minoïsche en Myceense beschaving.
3 thema’s: Archeologische bronnen vs. geschreven bronnen, moderne reconstructie
vs. antieke realiteit, historische realiteit vs. beeld.
Chronologie Minoïsch-Myceens Kreta (2000-1200)
Relatieve chronologie, refers to the temporal ordening of objects and events relative
to each other, objecten en gebeurtenissen worden relatief naast elkaar gezet zoals
bv. vaas met schilderingen simpel en complex, simpel is ouder dan complex je
verbind geen jaartallen maar zet voorwerpen in een chronologische volgorde.
Absolute chronologie: is simple in concepts but fiendish in practice, it means the
ability to allocate the western calendar time scale to archaeological contexts, objects
or discussions. De voorwerpen en gebeurtenissen verbinden aan jaartallen, zo
ontstaat er een absolute chronologie die wij ook gebruiken.
Resultaat van deze Chronologie is dat we kunnen vast stellen dat de Myceense en
Minoïsche periode pre-klassiek is en dus voor 800 v.C. op basis van aardewerk heeft
een archeoloog (Evans) een periodisering gemaakt van de Minoïsche beschaving,
een andere archeoloog (Platon) kijkt naar de ontwikkeling van paleizen en doet op
basis daarvan een periodisering van de Minoïsche beschaving. Mckay baseert zijn
jaartallen en afbakening van de Minoïers op deze schema’s echter versimpelt Mckay
het erg.
Kreta
Bewoning vind vooral plaats in het noorden dit komt door de bergen op het eiland.
Eiland is sterk afhankelijk van handel, al heel lang hebben ze handelscontacten. De
Minoïsche beschaving is zo genoemd door Arthur Evans die Knossos ontdekte, hij
noemt hij na de mythische koning Minos. Evans leefde nog in het tijdperk van ‘’
gentleman ‘’’archeologen waarin ze gewoon met pak aan gingen zoeken naar oude
resten van het verleden, Evans kwam op Kreta en hoorden van bewoners waar hij
moest zoeken, hij doet een proefboring en koopt een enkel jaar later het stuk grond
waar Knossos zou kunnen liggen, hij huurt mensen in en graaft het volledige paleis
uit, Evans beseft al gauw dat dit een andere beschaving is dan de Griekse
beschaving, de verslagen van Evans zijn nog steeds erg belangrijk voor onze ideeën
over de Minoïsche beschaving. Harriet Boyd-Hawes, was een archeoloog die erg
geïnteresseerd was in opgravingen en Griekenland, echter mocht zij niet helpen bij
de opgravingen omdat ze een vrouw was, daar was ze het niet mee eens en na
verloop van tijd ging ze naar Evans om te vragen om te helpen, Evans heeft hier
geen behoefte aan en stuurt haar de bergen in om ‘’ iets ‘’ te zoeken, echter vind
Harriet een echt Minoïsch dorp waardoor je een veel beter beeld krijgt over de
Minoïsche gemeenschap dan bij Knossos, belangrijk voor onze beelden zijn dus
Evans en Boyd-Hawes.